Rechts-conservatisme in Australië

‘Blijf dapper spreken’

Op jacht naar geld en ideeën zoeken rechts-conservatieven internationaal samenwerking. Ook in Australië sluiten politici en omstreden commentatoren een verbond. Tegen links, de media en de elite.

Sydney, 10 augustus, de Conservative Political Action Conference (CPAC) met Nigel Farage © BIANCA DE MARCHI AUSTRALIA AND NEW ZEALAND OUT / EPA / HH

‘Wie zich uitspreekt voor conservatieve idealen, kan grote gevolgen verwachten als links dat ontdekt. Ik merk het dagelijks: mensen benaderen mij en fluisteren: “I love Trump.” Dat is de leugen die is verspreid door de media en de linkse elite: dat we moeten fluisteren.’ Matt Schlapp, een van de invloedrijkste conservatieven van de Verenigde Staten, vertelt het aan zijn vriend Mark Meadows, een Republikeinse senator en trouw Trump-bondgenoot. De twee mannen zitten op een podium voor zo’n vijfhonderd mensen, die ademloos luisteren. En niet in een zaal ergens in de Verenigde Staten, maar in Sydney, Australië.

Senator Meadows: ‘Wij zullen de waarheid blijven spreken en die waarheid zal weerklinken. Pleeg alsjeblieft geen zelfcensuur en stop nooit met spreken. Dat is namelijk precies wat links het liefst zou willen. Blijf dapper spreken.’

Het is een non-descripte hotelzaal in een winkelcentrum in het zakencentrum van Sydney, waar de sterren van het mondiale rechts-conservatisme zich laven aan het applaus van ware gelovigen.

Het is de eerste editie van de conferentie cpac Australia, een poging de meest rechtse flank van de Australische politiek energie en ideeën te geven. Opmerkelijk: die ideeën komen van over de grens. cpac Australia is een filiaal van de grote conservatieve conferentie van de American Conservative Union (acu), een beweging die de conservatieve kant van de Amerikaanse Republikeinse Partij vertegenwoordigt.

In de Verenigde Staten is de acu zeer machtig. President Trump spreekt elk jaar op de conferentie, waar zich tienduizenden mensen verzamelen. De donateurs van de acu zijn omstreden libertarische zakenmannen als de Koch-broers en The Bradley Foundation, die tal van radicaal-rechtse organisaties van geld voorziet. Als zendelingen verspreiden de Amerikaanse conservatieven nu hun gedachtegoed over de wereld: pro-wapenbezit, tegen abortus, tegen het homohuwelijk en genderwetten, tegen de elite en tegen de ‘gekte’ rond klimaatverandering. De conferentie in Sydney is weliswaar georganiseerd door conservatieve Australiërs, maar zowel in naam als qua organisatiekracht draagt de bijeenkomst de stempel van de American Conservative Union. Na Sydney moeten conferenties in Japan, Zuid-Korea, Ierland en Brazilië volgen.

Het lijstje sprekers is een wie-is-wie van de populistische politiek: Daniel Schneider is aanwezig, een oud-lid van de regering van George W. Bush en directeur van de acu. De voormalig Australische premier Tony Abbott spreekt er en de Brit Raheem Kassam krijgt de microfoon. Kassam is een voormalig moslim die leiding gaf aan de virulent rechtse website Breitbart en de voormalig persoonlijk assistent van de ster van de conferentie, Nigel Farage, die op het podium de hoop uitspreekt in oktober de volgende premier van Groot-Brittannië te worden.

Niet eerder zagen conservatieven zo’n kans om hun gedachtegoed over de wereld te verspreiden. De rechts-populisten hebben sinds 2016 vleugels gekregen na de overwinning van Donald Trump en de Brexit, gevolgd door de verkiezing van Viktor Orbán in Hongarije, Matteo Salvini in Italië en Jair Bolsonaro in Brazilië. Het heeft de populisten gesterkt in hun zelfvertrouwen dat sindsdien de wereldeconomie is blijven groeien.

Dat politici die zich uitspreken voor nationalisme en isolationisme juist internationale samenwerking zoeken is opvallend. Om niet te zeggen ironisch. Hoogleraar politieke sociologie Ariadne Vromen van de University of Sydney kijkt op van de openheid waarmee dat gebeurt. ‘Natuurlijk overlegden conservatieve politici altijd al met elkaar, maar dat gebeurde achter gesloten deuren. Dat nu publiek en pers zijn uitgenodigd, toont aan dat het zelfvertrouwen groot is.’

Vromen ziet de zoektocht naar samenwerking vooral als een reactie op de internationale samenwerking van linkse politieke organisaties. ‘Die wisselen al jaren ideeën uit en zijn daar zeer bedreven in. Dan komen bijvoorbeeld campagneleiders van Barack Obama vertellen hoe een effectieve campagne kan worden gevoerd.’

Ze zegt: ‘De conferentie van de conservatieven heeft als doel ideeën uit te wisselen en het publieke profiel te verhogen. Ze willen dolgraag media-aandacht. Ze hopen uiteraard ook op een structurele samenwerking, maar het is zeer de vraag of hun dat gaat lukken. Dat is al vaak geprobeerd.’

Voor een aantal thema’s van de conservatieve beweging is het lastig internationaal de handen op elkaar te krijgen, volgens professor Vromen. ‘De Amerikaanse wapenwetgeving is voor Amerikaanse conservatieven het belangrijkste thema, maar in Australië zal daarvoor weinig belangstelling zijn. Andere onderwerpen leven wereldwijd: een kleinere overheid, een nieuwe vorm van nationalisme, de verzorgingsstaat en immigratie. Dat zijn thema’s die het ook over de grenzen heel goed doen.’

Toch draait de conservatieve conferentie mogelijk ook om iets anders dan ideeën: geld. Nigel Farage begon vorige maand een nieuwe stichting, World4Brexit. Die stichting is geregistreerd in Michigan, waardoor donateurs anoniem blijven. Met World4Brexit wil Farage in het buitenland geld inzamelen, tot vrees van zijn politieke tegenstanders, die zich zorgen maken dat ondoorzichtige geldstromen dan de Britse politiek binnendringen. Dat is niet ondenkbaar: eerder bleek al dat Farage zich liet betalen door omstreden zakenlieden. World4Brexit adverteert met foto’s en uitspraken van de Australische conservatieve leider Tony Abbott, al heeft die officieel geen banden met World4Brexit. Hoopt Farage misschien Australische dollars op te halen in Sydney? Het blijft onbesproken.

Niet eerder zagen conservatieven zo’n kans om hun gedachtegoed te verspreiden

Er zijn meer vreemde bijsmaken bij de conferentie. Een van de sprekers is de Australische politicus Mark Latham van de populistische anti-immigratiepartij One Nation. Latham staat schouder aan schouder met voorvechters van de Amerikaanse wapenindustrie, terwijl hij eerder dit jaar nog diep door het stof moest toen uit onderzoek van Al Jazeera was gebleken dat zijn partij geld van de Amerikaanse wapenlobby wilde accepteren, in ruil voor een poging de Australische wapenwetgeving te versoepelen. Op de conferentie heeft niemand het hierover.

De controverse is nooit ver weg. Een spreker, een voormalig parlementslid voor de Australische regeringspartij, werd vanwege racistische uitspraken ontslagen bij het televisiestation waar hij werkte. Een ander is directrice van een libertarische denktank die ooit een rapport uitbracht waarin de schade van meeroken werd gebagatelliseerd – na donaties van de tabaksindustrie. Tegenwoordig publiceert de denktank klimaatsceptisch materiaal en is een mijnmagnaat de belangrijkste donor. De eerder genoemde Raheem Kassam zei over de Schotse premier Nicola Sturgeon dat haar mond en benen ‘dicht getapet’ moesten worden, opdat ze zich nooit zou kunnen voortplanten. De koran noemde hij ‘fundamenteel boosaardig’.

Die uitspraken brachten het Australische parlementslid Kristina Keneally ertoe een motie in te dienen om Kassams Australische visum in te trekken. Een mooier cadeau hadden de organisatoren van het congres niet kunnen krijgen – de aandacht voor hun conferentie steeg explosief. Vrijwel zonder uitzondering beginnen de speeches met minutenlang fulmineren over de poging een spreker het woord te ontnemen. Het moet het ultieme bewijs zijn dat ‘links’ autoritair en gevaarlijk is en dat conservatieven wereldwijd moeten vrezen voor hun grondrechten. Het idee dat de vrijheid van meningsuiting wordt aangetast raakt de aanwezigen tot op het bot. Dat respect voor vrijheid van meningsuiting geldt kennelijk niet voor de vrijheid van tegenstanders om uitspraken van rechts-conservatieven ‘onverdraagzaam’ of ‘racistisch’ te noemen. Dat is volgens de sprekers steevast een poging de ander de mond te snoeren. Waarom die grens nu net dáár ligt, blijft onduidelijk.

Het is opmerkelijk om Raheem Kassam te horen zeggen dat zijn tegenstanders zich bedienen van doublespeak, het verdraaien van de feiten uit Orwells 1984, terwijl hij als hoofdredacteur van Breitbart en adviseur van brexiteer Nigel Farage tal van onwaarheden verkondigde.

Farage, tijdens thuiswedstrijden een begenadigd spreker, ontkent zelfs niet leugens te gebruiken. ‘Alsof er nooit eerder politici hun kant van de discussie wat hebben aangedikt’, lacht de Engelsman, na een reeks grappen over cricket.

Het is duidelijk dat de conservatieven veel hebben geleerd van de zegetocht van Trump – wiens naam steevast met luid gejoel wordt ontvangen. Stevige foute grappen, tegenstanders een bijnaam geven, gegoochel met cijfers, de geestelijke gesteldheid van politici in twijfel trekken, journalisten in de zaal aanwijzen en belachelijk maken: het komt allemaal bekend voor.

Toch zijn de zorgen van de mensen in het publiek reëel. De toehoorders op de conferentie hebben werkelijk het gevoel dat zij over bepaalde onderwerpen hun mening niet meer mogen geven, ook niet bij vrienden of familie. Ze menen oprecht dat belangrijke media het ware verhaal niet vertellen. Ze hebben het gevoel dat de stedelijke elite geen oog heeft voor de realiteit van de levens buiten de bubbel van de stad. Er is ongeloof dat zaken die vroeger vanzelfsprekend waren – seksualiteit, man-vrouwverhoudingen, religie en omgangsvormen – tegenwoordig ter discussie staan. Dat vaderlandsliefde tegenwoordig als iets verwerpelijks wordt gezien. Het idee leeft dat werk voor welvaart en geluk zorgt en dat overheidssteun hoogstens tijdelijk moet zijn. Het idee dat lage belastingen zorgen voor meer banen. Het zijn geen slogans, maar ideeën waar deze mensen in geloven – in elk geval het publiek in de zaal.

Overheersend is ook de oprechte zorg dat kinderen en kleinkinderen er slechter aan toe zijn dan generaties voor hen. Men is verbolgen dat de stedelijke elite slechts globalisering nastreeft, zonder oog voor de gevolgen voor de gewone man. Dat grote bedrijven nauwelijks belasting betalen, maar dat kleine ondernemers aan regeldruk ten onder gaan.

Het zijn dezelfde idealen waarvoor ook linkse politiek betrokkenen zich inzetten, maar suggereren dat er overeenkomsten zijn tussen beide groepen, is vloeken in de kerk.

Hoewel al die zorgen reëel zijn, neemt het publiek tijdens de conferentie in Sydney genoegen met een gebrek aan ideeën. Het is een opmerkelijke tegenstrijdigheid: niet vaak had het rechts-conservatisme wereldwijd meer macht dan vandaag, maar de sprekers in Sydney manoeuvreren zichzelf en hun publiek telkens naar de underdogpositie.

De toehoorders willen het idee bevestigd zien dat grote, boosaardige krachten de wereld vormgeven, waartegen conservatieven moeten strijden. De meeste sprekers grossieren slechts in het schetsen van het bekende vijandbeeld van links, de media en de elite. Men herhaalt telkens dát het anders moet, maar niemand vertelt hoe.

Dat in veel landen inmiddels populistische leiders aan de macht zijn, heeft nog niet geleid tot een aanpak waarnaar conservatieven trots kunnen wijzen en zeggen: het werkt.

Het lijkt het publiek niet te deren. Zoals de oud-premier Tony Abbott op het podium in Sydney zegt: ‘Mijn pensioen bevalt goed. Men verwacht niet langer dat ik problemen oplos. Het is voldoende als ik ze slechts aanwijs.’