Blijft stront stront?

‘Goed, beter, best… Rhijnburger pils!’ Natuurlijk kunt u zich deze slagzin herinneren. Inderdaad, ik heb die campagne bedacht. Scheppen geld heb ik er mee verdiend. Peanuts, trouwens, vergeleken met wat meneer Rhijnburger eraan heeft overgehouden. De reclame was mijn lust en mijn leven. Het ging me zo gemakkelijk af dat ik al om half twaalf aan de whisky zat, terwijl mijn collega’s tot diep in de nacht zaten te zweten. Ik accepteerde, verzot als ik was op elke uitdaging, iedere opdracht, al heb ik de meest schaamteloze campagnes onder pseudoniem gemaakt. Mijn motto was: Stront blijft stront, zolang het geen mest heet.

De ommekeer in mijn leven was de dood van mijn vader. Toen ik in de rouwkamer zijn zielloze omhulsel op het voorhoofd kuste besefte ik opeens: Het gaat niet om de verpakking. Van de ene dag op de andere brak ik met mijn bestaan van vroeger. Ik verkocht de zaak, m'n villa, m'n sportvliegtuig en m'n Jaguar. Ik had opeens geen behoefte meer aan uiterlijkheden. Vervolgens betrok ik een tweepersoonsflatje in de Bijlmer, aan de voet van de Bijlmerbajes, en besloot een introspect leven te gaan leiden. Zonder krant, zonder radio en zonder televisie.
Om al die tijd die ik verkwanseld had in te halen begon ik gedichten te schrijven, zestien uur per dag, nu al dertig jaar lang. Niemand had er weet van. Ik dacht: uitgeven komt wel na mijn overlijden.
De manuscripten stapelden zich op. Om wat extra plankruimte te scheppen, pakte ik m'n boormachine en dreef het apparaat de muur in. Wereldvreemd als ik inmiddels was, realiseerde ik mij niet dat het al ver na middernacht was. De buren trapten m'n deur in en bonden me aan m'n bed vast. Toen ze ook m'n tweede oorlelletje met de boormachine bewerkten, verloor ik het bewustzijn.
Het incident zorgde voor nogal wat opschudding. Inmiddels loopt de pers mijn ziekenhuiskamer in en uit en de uitgevers wedijveren om mijn gunsten. Hun contracten gaan vergezeld van cadeaus van een omvang die soms aan corruptie grenst.
Het is nutteloos. Ik heb inmiddels gekozen voor een jonge, aankomende uitgever die me de oorbellen van Bart Chabot, een andere dichter uit zijn stal, ten geschenke heeft gegeven.