Kunst

Blijven hopen

Beeldende kunst: Theatermaker Ritsaert ten Cate als curator

Een man op leeftijd praat over zijn jeugd. Hij draagt het masker van een vrolijke kleuter. Zo nu en dan verspreekt hij zich: zijn ervaringen van toen worden op het moment van vertellen opnieuw geleefd. Dan zet hij zijn masker af. Deze film is een spel.

De man is Ritsaert ten Cate. Het werk, Geheugenspel (2004), van Tiong Ang en Roy Villevoye, is te zien op de tentoonstelling «De wereld deugt, wijzelf helaas wat minder»: At Years End, Rethinking ‹The Family of Man›. Theatermaker en beeldend kunstenaar Ten Cate treedt als curator op in De Appel. Hij integreert zijn eigen werk in dat van collega-kunstenaars en plaatst waarden als liefde, dood en kinderen, ontleend aan de foto-expositie The Family of Man van de jaren vijftig, in een nieuw daglicht. Echter, zijn visie lijkt onheilspellender, treuriger dan die van toen, vol scepsis over de dag van vandaag. In «De wereld deugt, wijzelf helaas wat minder» (Leo Vroman) heeft hij zich de werken van anderen toegeëigend. De impliciete symbolen en hun betekenissen zijn op die manier van hem geworden en een eigen leven gaan leiden. In deze tentoonstelling is de ruimte van hem. Want ook hij woont op deze wereld, aldus Ten Cate. Het maakt de tentoonstelling wat sentimenteel wellicht, en nostalgisch verlangend naar andere tijden. Maar «De wereld deugt…» is vooral hartstochtelijk intens en eerlijk.

De wand is een wonderlijke collage. Bacons Triptyque 72 hangt naast Schets voor een Monument voor de Vrede van Marlene Dumas. The Singing Sculpture van Gilbert & George is geplaatst boven Z.t. van de jongere Germaine Kruip. Op de foto The Dialogue van Ten Cate strijdt een witte porseleinen engel met gespreide vleugels tegen een vliegenier in donker vechterskostuum. Hoe kunnen zij ooit communiceren? Op een tekening waarschuwt de kleine Ritsaert zijn «lieve vader» voor de gevaarlijke rovers in het rovershol. En je oog valt op de foto van een mediterende Bush getiteld Lord, Grant Me the Strength… In drie andere zalen maakte Ten Cate soortgelijke monumentale wanden. Ervoor staan op tafels minstens honderd brandende stompkaarsen. Zij veranderen de muren in altaren. Deze religieuze, bijna rituele toon begeleidt je op je hele bezoek aan «De wereld deugt…». De zalen zijn met elkaar verbonden door een zwevende slang van krantenfoto’s die hel tl-belicht zijn. Boven je hoofd zie je foto’s van het wereldnieuws, variërend van orkaan Frances in Florida tot het gijzeldrama in Rusland of de afgebrande chipsfabriek in Stadskanaal. Je langzame wandelgang wordt in de handen van Ten Cate kruiswegstatie. De achtergrond is de kunstgeschiedenis maar ook de vroege en recente geschiedenis.

Op een geel verkeersbord staat in zwart een overstekende moeder met haar kind. Het teken is bekrast met «fuck me» en doorzeefd met gaten waarvan je je afvraagt of ze van kogels afkomstig zijn. Poetics Country van Tony Oursler/Mike Kelley hangt op de gang naar de tweede verdieping van de tentoonstelling. Een foto van kalasjnikovs en allerhande pistolen prijkt onder de neontekst van de titel age five and up. Het werk is van Ten Cate zelf. «I will die» klinkt het onophoudelijk uit een van de video-installaties. Erboven hangt een houten sculptuur, Boom der profetieën. Links is de sierlijke hals van een opgezette zwaan in een metalen wasrek geklemd. Zijn zwarte oogjes kijken vol onschuld rond. Zwaan in rek (2003). Het is jammerlijk, maar ook schoonheid sterft. Rechts zijn op een houten kruisbeeld fotolijstjes en kleinere houten zwanen vastgepind. Eraan bungelen gekleurde linten, Brother (2001). Voordat je wegloopt kijkt de plastieken variant van De Schreeuw van Munch je vol angst aan. «De wereld deugt…» is een aanklacht. Ten Cate blijft geloven en hopen desondanks.

Tot en met 16 januari 2005 in Stichting De Appel, Amsterdam