Barbara Ehrenreich, chroniqueur van het Grote Amerikaanse Falen

Blijven lachen terwijl het kapitalisme in je gezicht spuugt

Niemand brengt de schaduwzijde van de Amerikaanse droom zo scherp in beeld als Barbara Ehrenreich. ‘We hebben een nieuwe deal nodig.’ Eind deze maand ontvangt ze de Erasmusprijs.

Een goede twintig jaar geleden zat Barbara Ehrenreich in een vestiging van Pizza Hut in Butte, haar geboortestad in de Amerikaanse staat Montana. Tegenover haar zat een mijnwerker die zijn baan was kwijtgeraakt (het enige type mijnwerker dat er in Butte te vinden was, constateerde Ehrenreich toen ze terugblikte op de ontmoeting in een artikel in The New York Times). Dit waren de jaren negentig, de Clinton-jaren van globalisering en de kenniseconomie waarin het voorvoegsel ‘menselijk’ een nieuwe triomfronde aanduidde voor het kapitaal.

Barbara Ehrenreich thuis in Alexandria, Virginia, Verenigde Staten, 2 maart. ‘De witte werkende klasse is stervende, voornamelijk door zelfmoord, opioïd­verslaving of -overdoses en de combinatie van alcoholisme en depressie’ © Stephen Voss

De mijnwerker, de vijftig voorbij, had op het arbeidsbureau te horen gekregen dat hij zich moest omscholen. Waarom probeerde hij niet een verplegersdiploma te halen? Hij moest erom lachen, net als Ehrenreich. Niet vanwege de plotselinge genderverschuiving die hiermee gepaard zou gaan, maar, zoals Ehrenreich schreef, ‘vanwege de notie dat een man wiens instrumenten hadden bestaan uit een houweel en dynamiet zijn relatie tot de wereld zo radicaal moest veranderen’.

Er ligt een mooie taak voor een sociaal-historicus om een geschiedenis te schrijven van de omscholingsideologie die berust op een oeverloos vertrouwen in het vermogen van de mens om zichzelf, en zijn relatie tot de wereld, opnieuw uit te vinden. Aan de ene kant is het nobel, de ethiek die voorschrijft dat wanneer alles uit elkaar valt je jezelf bijeen moet rapen en opnieuw moet beginnen. Tegelijk dreigt de hoogmoed. Hoe te denken over de mensen die daar niet in slagen? Falen die als verantwoordelijk burger? Als mens? Verspelen die hun recht op hulp van de overheid? De mijnwerker die verpleger moet worden, die staalarbeider die de ict in moet, de door de robot vervangen machinemedewerker die moet leren de machine die zijn baan overnam te programmeren, in alle gevallen dreigt een gemakzuchtige Marie Antoinette-achtige logica: een alternatief suggereren zonder zich af te vragen hoe reëel het is. De werkloze mijnwerker waar Ehrenreich mee sprak kreeg een moderne variant te horen op de vraag waarom zijn klasse niet gewoon cake in plaats van brood at.

De problemen, sociaal en politiek, die dit met zich meebrengt lijkt Amerika twintig jaar voor zich uit te hebben geschoven, tot het punt dat het politiek tot een uitbarsting kwam. Zoals Ehrenreich schreef in 2017: ‘Het is niet verwonderlijk dat toen arbeiders de keuze werd gegeven tussen herscholing, zoals geboden door Clinton, of op miraculeuze wijze hun oude baan terug krijgen, zoals Trump beloofde, ze voor het laatste gingen.’ De voornaam van deze Clinton was anders dan die in de jaren negentig, maar het recept was hetzelfde. Dat gebrek aan nieuw perspectief is een belangrijke reden voor de overwinning van Donald Trump.

De president die tegen alle verwachtingen in de vorige Amerikaanse verkiezingen won, heeft er inmiddels een wapenfeit bij. Er gaat geen rally voorbij of Trump benadrukt de lage werkloosheid in de VS. Je moet een halve eeuw terug in de tijd om een moment te vinden waarop minder dan vier procent van de beroepsbevolking zonder werk zat. Deze triomf die Trump opeist is geen fake news. Maar ook hier helpt het om met de blik van Barbara Ehrenreich naar de werkelijkheid te kijken: een baan hebben is één ding, zo is de voornaamste boodschap van haar journalistieke carrière, maar daarmee is in feite nog niks gezegd. Het gaat om de wereld die achter het contract, of tegenwoordig de flexibele aanstelling schuilt.

‘Volledige werkgelegenheid’ was ooit een mantra van links, schreef Ehrenreich in 2017. ‘Maar wat betekent dat als er zoveel banen zijn die niet genoeg betalen om van te leven?’ Niet het gebrek aan werk, maar het gebrek aan goed betaald werk is het probleem in het moderne Amerika. Die werkelijkheid wreef Ehrenreich Amerika onder de neus in Nickel and Dimed: On (Not) Getting By in America (in Nederland verschenen als De achterkant van de Amerikaanse droom), waarmee ze bekend werd bij het grote publiek. Het is een treurig stemmende reportage die liet zien hoe precair het bestaan van Amerika’s werkende klasse was. Het boek verscheen in 2001 en leerde de VS werkelijk wat nieuws: dat de schoonmaaksters, restaurantbedienden en verkopers zelf geen toegang hebben tot het dagelijkse consumptiefestijn dat ze faciliteren, en vaak niet eens genoeg hebben voor basale levensvoorwaarden zoals een dak boven je hoofd en gezondheidszorg.

De methode die ze hanteerde was een klassieke: een wereld beschrijven waarin je jezelf hebt ondergedompeld. George Orwell was een van de eersten. Zijn beschrijvingen in Down and Out in Paris and London van het geploeter in een daglichtarme spoelkeuken waar op de vloer het sop en vuil zich mengen, voedt nog altijd menige jonge literair-journalistieke ambitie. Ehrenreich heeft de verslaggeving van grimmige arbeid de 21ste eeuw in getild. Ze werkte als serveerster, in de pleegzorg en als Walmart-associate, zoals de supermarktgigant zijn onderbetaalde vakkenvullers aanduidt. Ze tekende op hoe sommige van haar collega’s in hun auto op de parkeerplaats sliepen en de dag door kwamen op enkel een zak chips. Het ging hier, voor de goede orde, om het leven van mensen met een fulltime baan in tijden van bijna volledige werkgelegenheid.

Nickel and Dimed opende de ogen voor het feit dat werk alleen niet genoeg is. Vers twee is dat werk ook in voldoende inkomen voorziet, dat de omstandigheden waaronder gewerkt wordt in ieder geval draaglijk zijn en dat baanverlies niet gelijk staat aan armoede. In een oeuvre dat meer dan veertien boeken en talloze artikelen omvat, het leven in alle sociaal-economische strata beslaat en reikt van de geboorte tot aan de dood, laat Ehrenreich zien dat de Amerikaanse droom in gruzelementen ligt. Dit jaar wordt ze ervoor onderscheiden met de Erasmusprijs.

Het type journalistiek waar Ehrenreich haar sporen mee verdiende is inmiddels een beproefde manier waarop deze beroepsgroep verborgen misstanden blootlegt. Duitsland heeft Günter Wallraff, die undercover ging in een callcenter en vermomd als gastarbeider ondervond hoe slecht buitenlandse werkkrachten in Duitsland behandeld werden. En er is bijna geen krant te bedenken die geen verslaggever heeft die de afgelopen jaren als Uber-chauffeur of etensbezorger op pad is geweest om te laten zien hoe een door algoritmen bestuurde werkdag eruitziet.

Chicago, Verenigde Staten, 6 september, Revival Food Hall ‘Antique Taco’ © Robert Haidinger / Laif / HH

Ook bekend zijn anekdotes die werden opgetekend door James Bloodworth, een Britse journalist die in dienst trad bij Amazon. Hij trof medewerkers die in tenten buiten het Amazon- distributiecentrum sliepen en meldde dat collega’s in flessen plasten om zo min mogelijk tijd aan een toiletbezoek kwijt te zijn. De zogeheten pickers stonden onder een straf quotum van bestellingen die ze moesten inpakken en te lang pauzeren bracht hun dagelijkse target in gevaar. Dat alles in raamloze hallen waar dagen of nachten van tien uur niet ongewoon zijn. Een goede vriend van me werkte een tijd voor Amazon. We schudden er nog steeds ons hoofd over dat Amazon deze plekken fulfillment centers noemt.

Als ik de fulfillment centers ter sprake breng op een vrijdagnamiddag op bezoek bij Barbara Ehrenreich moet ook zij meewarig lachen. Haar stem weerkaatst tegen de muren van haar appartement met uitzicht over de Chesapeake Bay in Alexandria, vlak onder Washington DC. Haar woning is spaarzaam ingericht. Verschillende bureaus om op verschillende momenten van de dag aan te werken, een paar zitmeubels en een ingebouwde wandkast die uitpuilt van de boeken. Op een plank staat een grote zwart-witfoto van haarzelf waarop ze (ik schat het omdat ik het niet vraag) eind dertig is. Lang blond haar, een nieuwsgierige blik. Amerika in de jaren zestig, een decennium van progressieve hoop dat Ehrenreich gevormd heeft.

‘De toppen van welvaart groeiden hoger, voorbij het wolkendek, terwijl de vallei van armoede dieper wegzonk in voortdurende schaduw’

Kort voor ons gesprek werd Brett Kavanaugh benoemd tot rechter in het Supreme Court, ondanks aanklachten van seksueel grensoverschrijdend gedrag die aan hem kleefden en een door partijdigheid getekende benoemingsprocedure. Wat Ehrenreich betrof moest hij nu zijn gang maar gaan en het hoogste gerechtshof maar besmeuren, twitterde ze. ‘Zoals de meer heet gebakerden onder ons zeiden in de jaren zestig, tear it all down!’

Ehrenreich beantwoordde mijn anekdote over het Amazon fulfillment center met twee verhalen die onlangs werden gepubliceerd door journalisten die ze ondersteunt via het Economic Hardship Reporting Project, dat ze in 2011 begon. Met deze organisatie ondersteunt ze verslaggeving over economische ongelijkheid, achterstand en armoede. Het is een manier waarop de op ervaring gebaseerde journalistiek, waar Ehrenreich haar sporen mee verdiende, wordt voortgezet door een volgende generatie onderzoeksjournalisten. Op deze manier voorziet Barbara Ehrenreich haar carrière van een sluitsteen. ‘Dit past bij mijn leeftijd’, zegt ze. ‘Ik hoef mijn naam niet voor de zoveelste keer in de krant te zien staan. Ik wil dat mijn manier van werken voortleeft.’

Het ene verhaal gaat over het doneren van plasma. Sommige Amerikanen gebruiken dit om hun inkomen aan te vullen en doen dat zo vaak dat ze er bloedarmoede van krijgen. Het andere verhaal gaat over werken in een fabriek waar aardappelchips worden gemaakt en waar een ijzeren regime heerst: genadeloze targets en salariëring waarmee je de kop niet boven de armoedegrens kunt uitsteken. In beide gevallen ging het om journalisten die hun eigen ervaringen optekenden. De fabriekswerker was een jonge vrouw met een masterdiploma en journalistieke ambities die dit werk deed om in haar inkomen te voorzien. De man die zijn plasma doneerde, was columnist voor een krant in Santa Fe die evenmin kon rondkomen van de pen.

En dat is een probleem, zo legt Ehrenreich uit: ‘Er zijn er duizenden zoals zij: getalenteerde journalisten die sociale problematiek willen aankaarten, maar dat niet kunnen doen in een mediaklimaat dat gedijt bij het niet of nauwelijks betalen van de mensen die inhoud leveren.’ Verarmde journalisten betekent verarmde journalistiek, is Ehrenreichs stelling. Ze ergert zich aan grote kranten als The New York Times en The Washington Post die schrijven over armoede overlaten aan commentatoren en verslaggeving over werkende armen liever uit de weg gaan omdat, zo schreef Ehrenreich in 2015 in een opiniestuk in The Guardian, dat soort artikelen slecht staan naast advertenties voor diamanten en luxe woningen. Het was de reden om het Economic Hardship Reporting Project te beginnen: de mainstream media hadden volgens haar te weinig aandacht voor het werkende leven aan de onderkant van de samenleving.

Via Amazon kwamen we ook op het Amerikaanse debat over een hoger minimumloon, de meest directe oplossing voor werkende armoede, maar blijkbaar al decennia onhaalbaar in het Amerikaanse politieke bestel. Toen Amazon-ceoJeff Bezos onlangs besloot zijn minimum betaling te verhogen naar vijftien dollar per uur kwam hem dat op lof van links te staan. Bernie Sanders, de democratisch-socialistische senator met presidentiële ambities, maakte Bezos, de rijkste man van Amerika, een compliment.

Prompt verscheen er in The New York Times een artikel waarin kritische kanttekeningen werden geplaatst. Vijftien dollar klinkt mooi, maar met fulltime werk betekent dat een jaarinkomen van ongeveer dertigduizend dollar. Op veel plekken in de VS is dat verre van toereikend voor huur, gezondheidszorg en andere basisbehoeften, zo luidde de klacht. (Ter illustratie: toen Barbara Ehrenreich voor haar boek Bait and Switch onderzocht hoe haalbaar het was om als oudere werkzoekende een middenklasse-inkomen te verwerven, zette ze haar streven op vijftigduizend dollar. Dat was meer dan tien jaar geleden.)

Bovendien probeert Amazon actief te verhinderen dat werknemers zich organiseren in een vakbond om te vragen waar het nu aan ontbreekt voor veel Amazon-personeel: een gezondheidsverzekering, pensioen, betaald ziekteverlof en betaalde vakantiedagen. En dat roept herinneringen op aan wat Ehrenreich aantrof toen ze voor Nickel and Dimed bij Walmart werkte: als nieuwe werknemer kreeg ze een video te zien waarin vakbonden werden afgeschilderd als een gevaar voor Amerika.

Ehrenreichs levensloop valt samen met de langzame verwording van de Amerikaanse droom. Toen ze in 1941 geboren werd in Butte was dat nog een mijnwerkersstad waar, zoals ze schreef in Nickel and Dimed, ‘een man met een sterke rug – en beter nog, een sterke vakbond – er redelijkerwijs vanuit kon gaan dat hij zelfstandig een gezin kon onderhouden zonder universitair diploma’. Dat gold in ieder geval voor haar vader en grootvader, die beiden in de kopermijnen werkten. Ehrenreichs vader profiteerde van de dubbele spiraal van welvaartsgroei en mobiliteit die het post-New Deal naoorlogse Amerika kenmerkte. Hij haalde diploma’s, eerst op de plaatselijke universiteit, daarna op de prestigieuze Carnegie Mellon University. Het was een entreekaartje naar het middenklassebestaan en de uitvoerende functies bij grote Amerikaanse bedrijven die daarbij hoorden.

Ehrenreich zelf koos exacte opleidingen: chemie, theoretische natuurkunde en celbiologie. In de jaren zestig, het experimentele decennium, nam ze zoals ze zelf zegt ‘de roekeloze beslissing een carrière aan de universiteit te verruilen voor fulltime schrijverschap’. Haar grote doorbraak was een essay in Ms., een feministisch tijdschrift opgericht aan het begin van de jaren zeventig. Haar stuk was een kritiek op de toen veel gehoorde klacht dat mannen kampten met allerlei nieuwe gezondheidsproblemen omdat ze door het feminisme uit de traditionele kostwinnersrol gedrongen werden.

De oorzaak van de mannelijke malaise werd destijds verkeerd begrepen, maar het verdwijnen van stabiele, goed betaalde laaggeschoolde arbeid was het begin van de weg omlaag waarop vooral de witte arbeidersklasse vast kwam te zitten, met als ultiem bewijs dat deze groep de enige is van wie de levensverwachting de afgelopen decennia is gedaald. De banen die van Butte, Montana, een veerkrachtige gemeenschap maakten, zijn in deze eeuw goeddeels verdwenen, constateerde Ehrenreich in een artikel uit 2015, getiteld The Great Die-Off of America’s Blue Collar Whites. ‘Het enige wat over is zijn de banen die ooit werden gedaan door vrouwen en mensen van kleur, op gebieden als winkelverkoop, landschapsonderhoud en het rijden van bezorgwagens’, schreef ze. Ook laaggeschoold werk, maar deze keer zonder zicht op een normaal gezinsinkomen en de belofte van vooruitgang.

‘Niet alleen verwerp ik de kwelling van een gemedicaliseerde dood, ik weiger een gemedicaliseerd leven te accepteren’

In 2006 schreef Ehrenreich Bait and Switch: The (Futile) Pursuit of the American Dream, waarin ze een paar sporten hoger op de sociaal-economische ladder haar undercoverjournalistiek opnam. Ze stortte zich in de wereld van de werkzoekenden uit de witteboordenmiddenklasse die, zeker als ze boven de veertig zijn, verplicht zijn zich over te geven aan een circus van werktrainingen, sollicitatiecursussen en netwerk-events om hun kansen te verbeteren op banen waar er te weinig van zijn. De enige die daarmee echt geholpen is, is de commerciële sector die eerste hulp bij baanverlies verkoopt. Die bestaat veelal uit mannen en vrouwen die zelf drop-outs waren en van hun tegenslag een economische kans proberen te maken.

‘Futiel’ is hier het sleutelwoord. Aan het eind van het boek, een jaar verder, heeft Ehrenreich, op dat moment een vrouw van middelbare leeftijd zonder ‘gaten in het cv’ (de grote vrees van veel werkzoekenden), alles gedaan wat van haar gevraagd werd: een positieve houding aangenomen, in zichzelf geloofd, talloze tests afgelegd om te ontdekken wat haar vermarktbare eigenschappen zijn en welk werk daar het best bij zou passen. Aan dit alles heeft ze duizenden dollars uitgegeven. Het levert welgeteld twee mogelijkheden op: verzekeringen of cosmetica verkopen op commissiebasis. Zonder vooruitzicht op pensioen of sociale regelingen. Ehrenreich heeft geluk, ze is een bezoeker in deze wereld en kan terug naar haar werk als journalist van naam. Dat geldt niet voor de andere werkzoekenden die ze interviewde voor Bait and Switch. Hun spaargeld was op.

Medewerkster van Amazon.com distributiecentrum in Phoenix, Arizona, Verenigde Staten, 26 november 2012 © Paul Morris / Bloomberg / Getty Images

Het treurige nieuws is dat Ehrenreich gedurende haar loopbaan steeds dezelfde problemen van verschillende kanten heeft beschreven zonder wezenlijke vooruitgang te zien. ‘De toppen van enorme welvaart groeiden hoger, tot voorbij het wolkendek, terwijl de vallei van armoede dieper wegzonk in voortdurende schaduw’ – een betere samenvatting van het leven in Amerika in de twee decennia aan weerszijden van het magische jaar 2000 is niet makkelijk te vinden. Ehrenreich typeerde het Amerikaanse kapitalisme op deze bitter-poëtische wijze vlak voor de financiële crisis van 2008. Ze was daarmee, zoals meestal in haar werk, een paar stappen vooruit op de tijd. Het citaat gaat verder: ‘Het ooit zo brede plateau van de middenklasse erodeerde tot een smalle richel, waar haar bewoners zich met witte knokkels aan vastklampen.’

Als economie inderdaad tektoniek is, ‘een proces van botsingen, verschuivingen en ineenstorting van wat er op het oppervlak is gebouwd’, was This Land Is Their Land de beschrijving van een grote schok. Haar eerdere boeken over het wankele middenklassebestaan en over het debiliserende Amerikaanse imperatief te blijven lachen en in jezelf te geloven terwijl het kapitalisme in je gezicht spuugt, hadden laten zien dat het bolwerk bijzonder gammel was. Amerika bouwde wolkenkrabbers maar legde geen fundament. In haar essays, boeken en artikelen na 2008 wordt duidelijk dat er van heropbouw geen sprake is geweest. Nog steeds leeft Amerika in de puinhopen van schuld, gebrekkige gezondheidszorg en gebrek aan werk dat voldoende is om in het eigen levensonderhoud te voorzien.

En dan is het een wrange conclusie dat de Verenigde Staten in 2016 een president kozen die weliswaar de juiste diagnose wist te stellen van waar het in Amerika aan schort, maar tegelijk de problemen alleen maar vergroot. In ruil voor hun stem op Trump kregen de forgotten men and women belastingkorting waarvan, zo berekende het onafhankelijke Tax Policy Center, 99,6 procent de komende tien jaar naar de rijkste één procent Amerikanen gaat. Daarbij kregen ze verdere ontmanteling van de publieke gezondheidszorg en een nieuw groen licht voor de financiële sector die de bevolking een loer draaide met giftige financiële producten en daar ongestraft mee wegkwam. Het is te hopen dat ergens in de huidige Verenigde Staten een groot toneelschrijver of hedendaagse Steinbeck zit te schrijven. Aan tragedie geen gebrek in het verhaal van hedendaags Amerika. Er zijn meer dan genoeg middelen om het in ieder geval wat betreft de basisvoorwaarden prettig en comfortabel te maken (en dat, in essentie, is de Amerikaanse droom). In plaats daarvan is er sprake van sterfte op grote schaal. Het summum van de tragedie is de dood die zinloos is, omdat er niets mee gewonnen wordt of omdat er geen lessen van kunnen worden geleerd. De Verenigde Staten van Amerika bieden die in overvloed.

Wie dit overtrokken vindt, neme de optelsom van 2017. Per dag stierven bijna tweehonderd Amerikanen aan een drugsoverdosis. Twee derde ging dood aan excessief gebruik van legale pijnstillers, voorgeschreven door iemand met een medisch diploma en een witte jas, verkrijgbaar bij een apotheekketen met notering op de aandelenbeurs. ‘De witte werkende klasse, gestript van haar traditionele beroepen als gevolg van de-industrialisering, is stervende, voornamelijk door zelfmoord, opioïdverslaving of -overdoses en de combinatie van alcoholisme en depressie’, concludeerde Ehrenreich in een recent artikel.

Behalve de vroegtijdige dood plaagt de toegenomen armoede de Verenigde Staten van nu. In 2017 bracht Philip Alston, VN-rapporteur voor extreme armoede en mensenrechten, een bezoek aan de VS. Normaal gesproken trekt dit type functionaris naar wat, om het met een jaren-negentigterm te zeggen, ‘ontwikkelingslanden’ heet. Hij trof een land waar veertig miljoen mensen onder de armoedegrens leven. Nergens in de ‘ontwikkelde wereld’ is de kindersterfte hoger. In zijn gesprekken kwam steeds het thema van ‘Amerikaans exceptionalisme’ terug, zo schreef Alston in zijn rapport. ‘Maar in plaats van de bewonderenswaardige idealen van hun oprichters waar te maken, zijn de Verenigde Staten van dit moment exceptioneel op een manier die een schokkend contrast vormt met hun enorme rijkdom.’ De conclusies van Alston, aan de kant geschoven door Trump en een geïrriteerde Republikeinse Partij, laten zien dat Barbara Ehrenreich tien jaar geleden een tijdige waarschuwing afgaf toen ze het openingshoofdstuk van This Land Is Their Land afsloot met: ‘We hebben een nieuwe deal nodig, een nieuwe verdeling van macht en welvaart, als we het mooie idee dat “Amerika” was willen herstellen.’

Ondertussen lijkt een andere Amerikaanse eigenschap hardnekkig voort te leven. Terwijl sociale indicatoren naar beneden wijzen krullen mondhoeken als vanouds omhoog. Optimistisch blijven blijft de haast patriottische opdracht aan Amerikanen. Ook hier legt het werk van Ehrenreich een diepere werkelijkheid bloot. In 2009 verscheen haar boek Bright-Sided: How the Relentless Promotion of Positive Thinking Has Undermined America. Ook dit werk begon met een persoonlijke ervaring. In 2000 werd bij haar borstkanker geconstateerd, waarmee ze in aanraking kwam met wat ze omschrijft als een ongemakkelijke ‘Pink Ribbon-cultuur’, waar angst en pijn plaats moeten maken voor optimisme en positief denken. Woorden als patiënt en slachtoffer moeten vermeden worden. Er wordt een pseudo-wetenschappelijke helende kracht toegeschreven aan upbeat blijven. De keerzijde, zo overdenkt ze, is ‘dat als ik niet beter word, het mijn eigen fout is. Het is een slimme manier om het slachtoffer de schuld te geven.’

Vanuit haar ervaring als borstkankerpatiënt maakt Ehrenreich in Bright-Sided een ronde langs andere maatschappelijke terreinen waar de Amerikaanse positiviteitsmantra klinkt: in de carrière-begeleidingsindustrie, op congressen waar managers zich laven aan motivational speakers en in de financiële sector waar het geloof in almaar groei leidde tot blindheid voor hoe wankel het model van rommelhypotheken en derivaten was. En daar toont de smiley zijn ware gezicht: positief denken is een manier om de aandacht af te leiden van wat er scheef zit in het sociaal-economisch bestel en falen te reduceren tot een persoonlijke verantwoordelijkheid. Door optimisme tot plicht te maken, leidt het kapitalisme de aandacht af van zijn donkere kanten.

Er is een alternatief, schrijft Ehrenreich aan het einde van haar boek, en dat is proberen buiten onze eigen kaders te treden en de zaken te zien ‘zoals ze zijn’, of in ieder geval zo ongekleurd door onze eigen gevoelens en fantasieën als mogelijk. Dat stelt ons in staat te begrijpen dat de wereld vol is met risico’s en mogelijkheden – ‘de kans op groot geluk net zoals de zekerheid van de dood’.

De zekerheid van de dood is het onderwerp van Ehrenreichs laatste boek, Natural Causes. De journalistieke veteraan die ik ontmoette in haar huis in een stadje dat tot de vroegste koloniale vestigingsplekken behoort, acht zichzelf ‘oud genoeg om dood te gaan’, zoals de Nederlandse titel van het boek luidt. Daarin vertelt ze dat ze op een zeker moment is opgehouden met zich te voegen naar de eisen die zijn gaan horen bij ‘succesvol ouder worden’. Weg met alle dieetvoorschriften, bewegingseisen en preventieve medische keuringen. Dat draagt wat haar betreft alleen maar bij aan de cultus die sterfelijkheid probeert te herleiden tot oorzaken die aan iemands gedrag kunnen worden toeschreven: verkeerde voeding, te weinig beweging, een glas alcohol of een sigaret te veel. ‘Niet alleen verwerp ik de kwelling van een gemedicaliseerde dood, ik weiger een gemedicaliseerd leven te accepteren’, schrijft ze.

Zo houdt ze een pleidooi om sterfelijkheid te aanvaarden en klinkt er een aanklacht tegen de pogingen om het leven te blijven rekken zonder daarbij de fundamentele vraag te stellen wat dat precies is, het leven, en onder welke omstandigheden een goed leven voor zo veel mogelijk mensen haalbaar is. Oud genoeg om dood te gaan is een typisch Barbara Ehrenreich-boek: tegendraads, geworteld in de wetenschap en geschreven met onderkoelde humor. Het besluit met een belangrijk inzicht: sterven is aanzienlijk minder angstaanjagend als dat gebeurt ‘in de werkelijke wereld, die bruist van het leven, van daadkracht buiten onszelf, van talloze mogelijkheden op z’n minst’. Ook vanuit dat perspectief is het een schande dat zoveel werkende Amerikanen de mogelijkheid op een fatsoenlijk leven wordt onthouden.

Barbara Ehrenreich in Nederland

Op woensdag 21 november is Barbara Ehrenreich on Optimism. Ehrenreich gaat daarbij met comedian en interviewer Raoul Heertje in gesprek over optimisme en realiteitszin.
I.s.m. Spui25 en uitgeverij Atlas Contact.
19.30-21.00 uur (inloop 19.00 uur),
De Duif, Prinsengracht 756, Amsterdam,
gratis toegang, aanmelden via spui25.nl.

Op vrijdag 23 november is Barbara Ehrenreich on Journalism , een eendaags journalistiek festival. Met onder meer een masterclass voor studenten journalistiek door Barbara Ehrenreich en haar Britse evenknie James Bloodworth, een panel over best practices in de huidige onderzoeksjournalistiek en nieuwe vormen van journalistieke netwerken. ’s Avonds gaat Joris Luyendijk met Barbara Ehrenreich in gesprek over haar persoonlijke drijfveren en journalistieke keuzes, aan de hand van (film)beelden over bepalende momenten in haar leven.

I.s.m. De Balie, Universiteit van Amsterdam en journalistieke opleidingen in Nederland.
13.00-21.30 uur, De Balie, Kleine-Gartmanplantsoen 10, Amsterdam.
Tijden en tickets via debalie.nl.