Asielzoekers Kan het ook anders?

Blijven schaven

Asielbeleid is vooral doormodderen, schaven aan een lastige praktijk. Maar kan het ook anders? ‘Het asielloket wordt gesloten, de immigratiedienst opgedoekt. Dat is veel efficiënter.’

EEN ‘GEWOON DOSSIER’. Zo noemde minister Gerd Leers het asielbeleid in zijn nieuwjaarstoespraak. Hij mocht het willen. Het asielbeleid is nu eenmaal al decennia vooral een emotioneel, politiek én uiterst complex dossier. Er zijn de internationale verdragen versus het gevoel dat het toch vooral een nationale zaak is. De Europese verhoudingen en de wereldwijde migratiestromen. De Nederlandse praktijk van lange procedures, niet te verifiëren vluchtverhalen en gedoe over uitzettingen. Het roept allemaal zowel positieve (opvang bieden, rechtvaardig zijn) als negatieve emoties (gelukszoekers, misbruik) op. En de politiek gaat er de ene keer mee aan de haal ('te grote instroom’) en wordt er de volgende keer door gegijzeld (individuele gevallen als Taida Pasic en Sahar Ghel).
Het ís geen gewoon dossier. Toch probeert De Groene Amsterdammer deze week de feiten te scheiden van de emoties, de cijfers in perspectief te plaatsen en de dilemma’s uiteen te zetten. Is Nederland werkelijk harder en hardvochtiger geworden de afgelopen jaren? Is de asielprocedure versneld en inhoudelijk verbeterd? We vroegen het onder meer aan driehonderd asieladvocaten. Is met het generaal pardon het probleem van de uitgeprocedeerde asielzoekers opgelost? En hoe verhoudt het beleid in Nederland zich eigenlijk tot de rest van Europa? Er wordt gesproken over Europese samenwerking, maar wat gebeurt er echt? En welke fabels zijn er eigenlijk over het wereldwijde vluchtelingenprobleem?

MAAR VOOR HIEROP in te gaan is het goed een andere vraag te stellen: kan het ook anders?
Het beeld dat opdoemt uit de verhalen die volgen is vooral: doormodderen, proberen een problematische praktijk zo goed mogelijk te managen. Nederland heeft zich nou eenmaal gecommitteerd aan dat Verdrag van Genève, we hebben dus de plicht 'echte’ vluchtelingen op te vangen. Maar tegelijkertijd vinden we al snel dat het er (te) veel zijn, dat ze niet in groten getale naar Nederland moeten komen maar beter in de regio een plek kunnen zoeken en dat ze snel weg moeten gaan als ze zijn afgewezen. Wat niet lukt. En dus gaat de discussie over het beter checken van vluchtverhalen, het zo goed en zo kwaad mogelijk bepalen wie 'echt’ is en wie niet, het verkorten van die asielprocedure, het verminderen van rechtsbijstand, het verbieden van mogelijkheden beroep aan te tekenen, het versoberen van de opvang, het verbeteren van het terugkeerbeleid, het stopzetten van hulp aan uitgeprocedeerden. Het telkens schaven aan dat beleid werpt wel vruchten af - de procedure ís sneller, de instroom ís lager, Nederland mag zichzelf relatief rechtvaardig noemen - maar het fundamentele probleem blijft: de vraag is groter dan het aanbod, de behoefte aan bescherming en een nieuw thuis is groter dan de bereidheid die te verlenen. En dat zou alleen opgelost worden door de oorzaak weg te nemen. Maar een wereld zonder oorlogen, welvaartsverschillen en onderdrukking is wel erg utopisch.

MAAR TOCH, kan het ook anders? Volgens Piet Emmer, emeritus hoogleraar migratiegeschiedenis, wel: 'Zeg het Verdrag van Genève op, want dat zorgt ervoor dat er veel middelen worden ingezet voor relatief weinig mensen. Door dat verdrag is er de verplichting verhalen te checken en dus grote organisaties op te tuigen als de Immigratiedienst IND en het opvangorgaan COA. Het is kostbaar en bovendien het meest onrechtvaardige systeem, omdat we niet de zieligsten helpen - die kunnen helemaal niet reizen - maar juist degenen met de mogelijkheden en het geld om naar Nederland te komen.’ De hele asielprocedure is volgens Emmer een 'verouderd systeem in een tijd van toegenomen mobiliteit’.
Emmer pleit ervoor al het geld dat beschikbaar is voor asiel in te zetten om vluchtelingen in de regio op te vangen. Onder de vlag van de UNHCR, of onder de EU, dat valt te bezien. Maar niet meer in Nederland. Het asielloket hier wordt gesloten, de IND en het COA worden opgedoekt. 'Dat is veel efficiënter, en bovendien help je er degenen mee die werkelijk op de vlucht zijn. Niet degenen die nu komen, vaak in de hoop hun positie te verbeteren. Het is dus veel eerlijker. Bijkomend voordeel: mensensmokkel heeft geen zin meer, er is toch geen mogelijkheid voor asiel in Nederland. En terugkeer vanuit een buurland of vluchtelingenkamp is makkelijker te realiseren dan terugkeer na jarenlang verblijf in een asielcentrum in Nederland.’
Migratie moet vooral zakelijk worden bekeken, vindt Emmer. Niet liefdadigheid (lees: asielzoekers) verwarren met migratie: 'Het eerste is nobel, maar een slechte manier om mensen naar Nederland te laten migreren. Dat kan beter met werkelijke arbeidsmigratie.’ De Verenigde Staten verloten green cards, Canada en Australië hebben een puntensysteem. Hoe hoger opgeleid, gezonder en jonger, hoe meer kans op een werk- en verblijfsvergunning. 'Op die manier haal je mensen binnen met een grote kans dat ze het goed doen’, aldus Emmer. Nederland doet dat al enigszins, door een regeling voor hoogopgeleiden, maar het zou verder kunnen gaan.
KLINKT GOED maar kan niet, is vaak de reactie van juristen. We zitten nou eenmaal vast aan het vluchtelingenverdrag. Stel dat dat niet zo zou zijn? Dan nog, zegt hoogleraar migratierecht Thomas Spijkerboer, is het opzeggen van het Verdrag van Genève geen goed idee. Om drie redenen: 'Ten eerste: opvang in de regio doen we al, voor negentig procent zitten vluchtelingen dáár en komen ze helemaal niet naar Europa. Ten tweede: arbeidsmigratie bevorderen door een puntensysteem zou betekenen dat we de zeggenschap aan de markt laten. Op zich heb ik niks tegen de markt, maar het betekent wel dat we selecteren op wie nodig is, niet op wie het nodig heeft. Het lost het probleem ook niet op. En ten derde bestrijd ik dat de wereld zo fundamenteel veranderd is dat het verdrag is verouderd. Er lagen idealen aan ten grondslag, en het is een compromis tussen botsende belangen die in de afgelopen zestig jaar niet wezenlijk veranderd zijn.’
Hét probleem, volgens Spijkerboer, is de vraag of het nu een Nederlandse of een Europese zaak is: 'Aan de ene kant zeggen we dat we het Europees willen oplossen, maar als Italië dan een visum voor drie maanden geeft aan Tunesiërs, wat ze gewoon mogen doen, dan is de wereld te klein en willen we plots terug naar een nationaal systeem.’
Misschien moet het Europese idee juist radicaal worden ingevoerd. 'Het huidige aantal asielzoekers is voor heel Europa goed te behappen. Italië kan die Tunesiërs niet allemaal opvangen, maar 27 landen samen wel’, zegt Spijkerboer. 'En formeel is het ook al zo, door Schengen.’ Een mogelijkheid, jaren geleden gelanceerd door hoogleraar migratierecht en oud-ombudsman Roel Fernhout: een Europese verdeelsleutel. Alle toegelaten asielzoekers zouden over Europa worden verdeeld op basis van een vooraf overeengekomen percentage, liefst rekening houdend met hun eigen voorkeuren. Het maakt niet meer uit waar iemand asiel aanvraagt, landen hebben gezamenlijk een belang om het aantal toegekende statussen te beperken en niemand voelt zich meer het afvoerputje. Mooi, maar zacht gezegd niet erg waarschijnlijk.
Lidstaten zeggen wel dat ze voor een Europees beleid zijn, maar in de praktijk komt er niets van terecht omdat ze geen soevereiniteit willen afstaan. Zelfs minieme voorstellen liggen al jaren op de plank. En de verschillen in de procedures blijven groot: het ene land laat Afghanen toe, het andere niet. Terwijl het idee van een verdeelsleutel juist betekent dat landen elkaars procedure blind moeten vertrouwen. Dat doen ze niet. En ook Nederland, bij monde van minister Gerd Leers en staatssecretaris Ben Knapen voorstander van een Europees asielbeleid, maakt helemaal geen haast. Nu de instroom bij ons meevalt maar in Italië en Griekenland niet, hoeft dat gemeenschappelijke van Nederland even niet meer.
Het is tekenend voor de spagaat en het gebrek aan Europese solidariteit. Maar ook, zegt Piet Emmer, voor het feit dat er zelden met afstand en afstandelijkheid naar het probleem gekeken wordt. Hoe dat komt? Emmer: 'Juristen bijten zich vast in de wetgeving, kunnen zich daar lastig van bevrijden. Hulpverleners hebben belangen, die verdienen een boterham in de opvang of de inburgering. En de politiek denkt gevangen te zitten tussen internationale verdragen en het gevoel dat ons huidige beleid rechtvaardig is.’