Economie

Blind

Fietsen met je ogen dicht. Als jongen durfde ik het. Heel even. Op een rechte polderweg, met beide handen aan het stuur, en dan opeens je ogen stijf dichtknijpen. En tellen. De eerste vier tellen zijn geen probleem. Je kent je snelheid en je richting, dus je weet waar je bent. Maar bij vijf slaat de onzekerheid toe. Rij ik op de sloot af? Op een boom? Nog even volhouden. Zes, zeven. Vechten tegen de angst. Hoor ik een auto? Acht, negen, tien. Ogen open. Overleefd.
Typisch gedrag van een tienjarige. Het zal wel iets evolutionairs zijn. Je wordt ouder en opeens doe je het niet meer. Maar de smaak van gecontroleerde paniek vergeet je niet.
Ik proef hem weer. Vaag. Er is een crisis. We rijden met volle snelheid. Niemand weet waarheen. Geblinddoekt in de nacht.
Bankdirecteuren, topambtenaren, ministers, wereldleiders, ze trappen op de pedalen maar hebben geen weet van de richting. Recht op een boom af? Een sloot? Of houden we juist netjes het midden van de weg?
‘Het was verbijsterend en boeiend tegelijk’, zegt thesaurier-generaal van Financiën Ronald Gerritsen in de Volkskrant in een reconstructie van de Fortis-redding. ‘We raakten in een stroomversnelling. Waar het zou eindigen? We wisten het niet.’
Na een hectisch weekend werd Fortis gered. Maar direct daarna trokken grote spaarders toch hun geld terug. Een weekend later kwam een nieuwe reddingspoging. Fortis werd in stukken gehakt en samen met ABN Amro genationaliseerd.
Wisten de betrokkenen wat ze aan het doen waren? Nauwelijks. Ze probeerden iets, keken of het werkte, probeerden snel weer wat anders. Een redding op de tast.
In de rest van de wereld gaat het net zo. De Amerikaanse minister van Financiën Hank Paulson kwam met een reddingsplan voor zijn banken. Het Congres stemde tegen. Een week later kwam er een nieuw plan. Nu stemde men voor. Weer een week later veranderde Paulson dat plan drastisch. Er was meer haast nodig dan hij had ingecalculeerd. Niemand weet de weg in deze crisis.
Nog meer gestommel in de nacht. ING gaat opeens hard omlaag op de beurs. Wat is er aan de hand? Lopen de spaarders in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië weg? Zijn er problemen met de bankbalans?
Na het zoveelste weekend van spoedoverleg op het kantoor van Nout Wellink op De Nederlandsche Bank krijgt ING een noodkrediet van de staat van tien miljard euro. In ruil daarvoor moet de bank twee regeringscommissarissen in het bestuur dulden. Beiden met vetorecht. Via hen is Wouter Bos over ING de baas. Drie banken staan nu onder zijn toezicht. Van de grote Nederlandse banken is alleen Rabobank nog onafhankelijk.
Zou Wouter Bos weten waar hij heen fietst? Vast niet. Want ook voor hem komt iedere reddingsactie als een verrassing. En zelfs voor een minister van Financiën zijn de miljardenbedragen abstract en onbegrijpelijk.
De tien miljard voor ING, dat is net zo veel als de gehele economie van Bolivia in een jaar produceert. Een rij van tien miljard euromunten omcirkelt de aarde bijna zes maal. Onvoorstelbaar.
We kunnen de crisis niet zien, want we kennen alleen de beelden van het verleden. Dit wordt net zo erg als de Great Depression in de jaren dertig, zeggen we. Het eindigt met langdurige deflatie, net als in Japan in de jaren negentig. De Zweedse kredietcrisis van achttien jaar geleden was hevig maar kort. Onder Ronald Reagan hadden de Verenigde Staten ook een bankencrisis, de gevolgen vielen mee. Maar elke financiële crisis is nieuw en anders.
Dan maar richting gezocht bij oude waarheden. Het kapitalisme komt eindelijk voor de val, weet uiterst links. Het komt door de excessieve salarissen en bonussen, zegt gematigd links. Gewoon wat beter toezicht houden, en we kunnen gewoon doorgaan, hoopt rechts.
En ik? Ik vertel mezelf dat de economie niet bestaat uit banken en beleggers, maar uit bedrijven, werknemers en handelsrelaties. Geld speelt uiteindelijk geen rol. Een financiële crisis kan de echte economie wel beschadigen, maar niet uitschakelen.
Weet ik dat, of hoop ik het alleen? Hoe erg wordt dit nog? Acht, negen, tien. Laat me het zien!