FILM

Blind naar de film

Robin Hood

Een Robin Hood-film, daar ga je blind naartoe. Zijn verhaal is om van te houden, een mythe met wortels zo diep in jezelf en in de cultuur dat het echt niet uitmaakt wie nu weer de nieuwste versie heeft gemaakt of geschreven of wie als acteur opnieuw gestalte geeft aan de hoofdfiguur. Dus, ogen dicht en naar de bioscoop.
Dat pakt minder hachelijk uit dan je zou denken. Net als films met Tarzan, Sinbad, Jack Sparrow of Superman heb ik nog nooit een Robin Hood-film gezien die echt slecht was. Het gaat om ‘personage’, om een figuur binnen een krachtige mythe waarmee de lezer of kijker na verloop van tijd zo'n hechte band heeft dat 'fictie’ toch echt een overdreven stempel is geworden. Want populaire mythen en personages, hoewel beide verzonnen, hebben wel degelijk een effect in het werkelijke leven: ze vertellen iets essentieels over de mens en zijn wereld. Misschien valt het te vergelijken met het kijken naar Het Journaal: esthetiek en verhaalkunst zijn even minder belangrijk terwijl het verbijsterend herkenbare alledaagse op symbolische wijze voor je ogen vorm krijgt.
Dus, blind naar Robin Hood van regisseur Ridley Scott en de acteurs Russell Crowe en Cate Blanchett (Marion). Het verhaal blijkt verrassend en is nooit eerder in een Robin Hood-film verteld: een stoere held genaamd Robin Longstride, een boogschutter in het leger van Richard Leeuwenhart, ontdekt tijdens zijn terugkeer naar Engeland dat zijn vader de opsteller van een mensenrechtenhandvest was, een voorloper van de Magna Carta. Het feit dat zijn vader hiervoor met zijn leven moest boeten, heeft Robin weggedrukt. In Nottingham komt hij in contact met Marion en neemt hij de identiteit aan van haar overleden man, Robin Loxley, zoon van Sir Walter Loxley (een meesterlijk acterende Max von Sydow). Complexe politieke ontwikkelingen volgen waarbij koning Jan een inval vanuit Frankrijk moet trotseren. De vraag of Engeland een verenigd front kan vormen, staat centraal.


Scotts film illustreert de kracht van het Robin Hood-gegeven: tijdloosheid gecombineerd met een dusdanig sterke connectie met onderhuidse revolutionaire politiek en spirituele romantiek dat iedere suggestie dat Robin niet heeft bestaan simpelweg een leugen wordt. Want Robin, in welke incarnatie ook, blijft de ultieme, realistische social bandit, de rebelse misdadiger die, zoals beschreven door Eric Hobsbawm, onderdrukte dromen over macht, vrijheid en rijkdom in maatschappijen met een grote arbeidersklasse personifieert.
Op dit punt slaagt Scott dus perfect met zijn radicale benadering: binnen een historische werkelijkheid creëert hij een geloofwaardig beeld van een fictief personage. De oerelementen van de mythe komen slechts zijdelings aan bod: de ontmoeting met Kleine Jan, Vader Tuck en Will Scarlet en de strijd tegen de oneerlijke belastingpolitiek van Jan. En slechts één keer wordt er een 'rijke’ overvallen. Aan sierlijk en zwierig schermen komt deze met modder bedekte Robin ook al niet toe; sterker, hij verkiest een hamer als wapen. Crowe’s Robin is de antithese van die van Errol Flynn in Michael Curtiz’ magistrale Technicolor-versie uit 1938. Of misschien is hij juist de voorloper van Flynn. Want bij Scott wordt Flynns Robin, de romantische Robin zo bekend dat je hem blind kunt bekijken, eigenlijk geboren.
Blijft de vraag: is deze Robin Hood eigenlijk een goede film? Voorzover ik, blinde kijker, kan beoordelen: niet echt. Het verhaal hapert op punten als ritme, spanningsopbouw en karakterontwikkeling, precies dezelfde elementen die Scott de laatste jaren parten spelen in draken als American Gangster en Body of Lies. Duidelijk is dat hij zijn magie, zoals te zien in de meesterwerken Blade Runner (1982) en Alien (1979), kwijt is. Met Robin Hood laat hij slechts bij vlagen zien waartoe hij in staat is. Er komt een vervolg, zoveel is duidelijk. En dát smaakt naar meer: Scott en Robin en de Merry Men dat vreemde groene bos in, eindelijk.

Te zien vanaf 12 mei