Afghanistan en omstreken

Blinde trouw aan een heilloze missie

Bij vertrek uit Uruzgan zou de goede naam van Nederland in Navo-verband schade lijden. Maar het zou bondgenoten ook kunnen aanzetten tot herbezinning op de veranderde situatie in Zuid-Azië. De Afghanistan-oorlog breidt zich uit naar Pakistan. En India heeft ook zo zijn belangen.

DE POLITIEKE VERDEELDHEID rond Uruzgan zou niet de inzet van het parlementaire debat van de afgelopen week hebben moeten zijn. De ontwikkeling van de strijd om Afghanistan toont een escalatie die het belang van de Nederlandse partijpolitiek ruimschoots overstijgt.
Het strijdtoneel is de laatste jaren achteloos verruimd tot wat in de Amerikaanse strategie als ‘Afpak’ - Afghanistan/Pakistan - bekendstaat. Daarmee wordt bedoeld dat de vijand zich niet alleen of zelfs primair op Afghaanse bodem bevindt. Die moet tot ver over de grens opgespoord en uitgeschakeld worden. De nieuwe aanpak is medegedeeld aan de Navo-coalitie, maar geen onderwerp van uitvoerig beraad en politieke besluitvorming geweest. Het Amerikaanse opperbevel heeft volvoering ervan als dictaat aan de coalitiegenoten opgelegd en lijkt daarmee een onvoorziene verlenging en verruiming van de westerse aanwezigheid in Zuid-Azië te willen afdwingen.
De Taliban hebben hun basis in de tribale gordel die Afghanistan omringt. De bevolking ervan bestaat vooral uit Pasjtoens, een verband van clans met een omvang die in Pakistan twee keer zo groot is als in Afghanistan, respectievelijk twintig en tien miljoen. Het onherbergzame gebied waaruit deze brede zone bestaat is zowel achtergebleven als achtergesteld en slechts op een heel losse en afstandelijke manier verbonden met de staat Pakistan. De aanzienlijke uitbreiding van het operatieterrein biedt zich aan als een voldongen feit.
Het verzet tegen de invasie van westerse troepen in Afghanistan wordt vanuit het omliggende grensgebied georganiseerd door jihadi’s en wapens voor de strijd te leveren, terwijl de Taliban-aanvoerders ook hier hun schuilplaats hebben. De acties van de westerse bondgenoten in het buurland tegen de opstandelingen gaan door, maar de hele tribale gordel is veranderd in een oorlogsgebied. Sinds vorig jaar maakt het Pakistaanse leger onder grote Amerikaanse druk jacht op de vijand. Dit gebeurt door de woonkernen in de vlakte te bestoken met artillerie en luchtbombardementen, waarna voor enige tijd een bezetting met troepen volgt. De Taliban-strijders trekken zich in de bergen terug en de bevolking slaat op de vlucht om aan het geweld te ontkomen.
De ontwrichting die de invasie teweegbrengt betekent vernietiging van de gebrekkige infrastructuur en van bestaansbronnen: gewassen, vee, stallen, voertuigen, huizen en wegen. Aan de Amerikaanse aandrang om de acties in Zuid-Waziristan tot het hele grensgebied uit te breiden - en om met name ook Noord-Waziristan binnen te vallen - is tot dusver geen gevolg gegeven. Hoog op de Amerikaanse hitlijst staat eveneens een grote schoonmaak in Baluchistan, de meest zuidelijke provincie waar het volksverzet tegen het centrale gezag aanzwelt en van waaruit de Taliban de grens oversteken om raids tot in Helmand en Uruzgan uit te voeren.Het Pakistaanse opperbevel verontschuldigt zich met het argument onvoldoende troepen ter beschikking te hebben. Maar naar nog zal blijken zijn er andere overwegingen voor de aarzeling om tot nog grootschaliger operaties over te gaan.

EEN BELANGRIJK ONDERDEEL van de Afpak-strategie is om, ter compensatie voor de tegenvallende vechtbereidheid van de bondgenoot, tot meer rechtstreekse Amerikaanse interventies in het Pakistaanse grensgebied over te gaan. Onbemande vliegtuigjes worden afgestuurd op locaties die als verblijfplaatsen van terroristen zijn aangemerkt. Met deze drones is het gelukt tal van Taliban-aanvoerders in de tribale gordel te elimineren. Het ontbreekt echter niet aan berichten die aangeven dat dit wapen onder de burgerbevolking veel meer slachtoffers maakt dan onder de militante opstandelingen.
De publieke opinie, voorzover daarvan sprake kan zijn, neemt met weerzin en woede kennis van deze operaties die een vreemde mogendheid op Pakistaans grondgebied uitvoert en die zich niets gelegen laat liggen aan wat hardnekkig collateral damage wordt genoemd. Het sterk gegroeide anti-Amerikanisme wordt gevoed door de aanwezigheid van Special Forces en CIA-functionarissen, niet alleen in de tribale gordel, maar eigenlijk in het hele land. In commandostijl worden verdachten opgepakt, die vervolgens zowel uit het publieke zicht als uit het land verdwijnen. Deze Nacht und Nebel-acties dragen bij aan het gevoel onder de Pakistaanse bevolking geen baas in eigen huis te zijn. Plausible deniability is de codeterm voor de weigering verantwoording af te leggen voor de clandestiene acties en illegale operaties door eigen dan wel vreemde veiligheidsdiensten.

HET OPSPOREN VAN de vijand vergt een omvangrijk inlichtingenapparaat waarvan de dunne top uit Amerikanen bestaat, opererend vanuit luisterposten die de status van veldstations hebben. Ze worden ondersteund door lokale agenten die zijn geworven om informatie te verzamelen omtrent alles wat als subversief geldt. De aanwezigheid van expats is officieel geheim, maar kan dat niet blijven als zij zelf het slachtoffer worden van verborgen operaties. Zoals de Amerikaanse krijgers die, gekleed in salwar khameez, een paar weken geleden werden opgeblazen bij de opening van een meisjesschool. Ook de deelname van CIA-functionarissen aan de arrestatie in Karachi van de tweede leider van de Afghaanse Taliban, Mullah Baradar, en de voorbereiding van zijn overbrenging naar een Amerikaanse gevangenis, werden openlijk vermeld. En dan werd vorige maand, net over de grens, de voltallige bezetting van een CIA-eenheid opgeblazen door een van haar eigen huurlingen die een dubbelagent bleek te zijn. Politie, militairen en ambtenaren in overheidsdienst verdienen bij door als informant voor de Amerikanen of de Taliban of soms voor beide te werken. Afpak is allerminst een strategie waarmee de Pakistaanse bevolking haar instemming heeft betuigd.
Niet alleen particulieren zijn te huur, want in feite geldt hetzelfde voor de staat die zich tegen riante betaling laat werven voor de strijd tegen de vijand. In ruil voor de belofte zich als trouwe bondgenoten te gedragen hebben de VS zich verplicht Pakistan de komende vijf jaar zes miljard dollar hulp te geven. Die in termijnen uitbetaalde gift moet wel anders besteed worden dan in het verleden. Toen placht de jaarlijkse bijstand bestemd te worden voor het heimelijk financieren van fundamentalistische bewegingen, zoals de Lashkar-e-Taiba, die tot in Indiaas Kasjmir opereerden, dan wel om voor een groot deel op de bankrekeningen te verdwijnen van de heersende kliek bestaande uit politici, militairen en bureaucraten.
In weinig landen is de corruptie zo omvangrijk als in Pakistan en staat het regime zo ver af van de minimum condities van een rechtsstaat. Daarbij is de machtselite tot op het bot verdeeld. Zardari, de vervreemde echtgenoot van de vermoorde Benazir Bhutto en alleen om die reden haar opvolger, is het huidige boegbeeld van dit wanstaltige bewind. Na het gedwongen vertrek van Musharraf is hij de marionet die zich naar de Amerikaanse belangen moet schikken. Onbetrouwbaarheid en ongeloofwaardigheid maken hem tot aangeschoten wild. Op een geschikt moment zal hij het veld moeten ruimen. De recente intrekking van de Nationale Verzoeningsordonnantie die hem vrijpleitte van vervolging wegens corruptie en machtsmisbruik is de eerste stap op weg naar zijn val. Waarschijnlijk neemt in zijn plaats een militair de leiding over de staat in handen, zoals ook in het verleden steeds weer is gebeurd. Dat moment komt pas als zijn groeiende impopulariteit verder aanblijven uitsluit.

IN EEN POGING de anti-Amerikaanse sentimenten het hoofd te bieden heeft Hillary Clinton te kennen gegeven dat de ruimhartige hulp van het Amerikaanse volk de opbouw van de civiele maatschappij ten goede moet komen, met openbaar onderwijs, gezondheidszorg en het scheppen van werkgelegenheid als hoge prioriteiten. De op eigen baat beluste elite, de militairen voorop, heeft furieus op deze randvoorwaarde gereageerd. Het betekent immers dat de bijstand langs andere kanalen zou lopen dan waarover zij zeggenschap hebben. De aarzeling om het militaire optreden in de tribale zone op te voeren is daarom ook een signaal bedoeld om de koers van de VS te verleggen naar wie hun eerste counter parts zijn: niet het Pakistaanse volk, opgelopen tot een omvang van bijna tweehonderd miljoen zielen die merendeels een uitermate armoedig bestaan leiden, maar het rijkelijk bedeelde leger en de civiele machthebbers. Zonder openlijk van de Afpak-doctrine afstand te nemen heeft de leiding van de staat zorgvuldig nagelaten om publiekelijk met de tersluikse Amerikaanse operaties akkoord te gaan. De weigering over en weer om opening van zaken te geven en het gebrek aan onderlinge afstemming zetten het gesloten bondgenootschap onder grote spanning en verminderen naar buiten toe de legitimiteit ervan.
Amerikaanse militairen, politici en bureaucraten reizen af en aan. Zoals eerst Bagdad en daarna Kaboel heeft nu ook Islamabad een groene zone waar de buitenlanders kunnen verblijven en de besprekingen met hun Pakistaanse counter parts worden gehouden. Barrières sluiten deze enclaves af van de buitenwereld; Pakistaanse burgers zijn hier vreemdelingen in eigen land. De Amerikanen hebben in deze zone beslag gelegd op een groot stuk grond voor de bouw van een nieuwe ambassade. Het gigantische complex, bewaakt door eigen veiligheidsdiensten, maakt duidelijk dat de bondgenoten gekomen zijn om te blijven. De opvoering van de westerse aanwezigheid heeft een sterk neokoloniale inslag.

DE ESCALATIE IN de oorlog volgt op de troepenuitbreiding waartoe Barack Obama heeft besloten. De uitvoering van de surge berust bij generaal Stanley McChrystal, die in zijn vorige baan van 2003 tot 2008 leiding gaf aan de Joint Special Operations Command, de diensttak van het Amerikaanse leger belast met contraterrorisme. Hij werd door Donald Rumsfeld en Dick Cheney aangesteld en was degene die de Afpak-strategie lanceerde en vaart zette achter de privatisering van delen van het oorlogsbedrijf aan onderaannemers en huurlingen.
In Pakistan heeft de opvoering van de strijdmacht met dertigduizend manschappen minder aandacht getrokken dan de erbij gevoegde belofte om volgend jaar al weer te vertrekken. Hoewel de waarachtigheid van die toezegging twijfelachtig is, heeft dit voornemen de scepsis in de regio over het Amerikaanse campagneplan een sterke impuls gegeven. Want wat staat er na de westerse aftocht te wachten? Terugkeer van de Taliban aan het hoofd van het politieke bewind dat dan in Afghanistan tot stand komt. Niet omdat deze godsdienstige beweging zich in een grote populariteit mag verheugen, maar uit afkeer en woede onder de bevolking tegen het zittende regime van Karzai en zijn oorlogsheren, waarvan slecht bestuur in handen van een corrupt apparaat van leger, politie en bureaucraten het opvallendste kenmerk is.
De Taliban hebben in op één na alle 34 provincies in het land een schaduwgouverneur aan het hoofd van een apparaat dat tot op het grondvlak reikt. Pakistan bereidt zich op de aanstaande ommezwaai voor door de beweging tot samenwerking en machtsdeling uit te nodigen. Het is vooral om die reden dat Pakistan weinig voelt voor een krachtig optreden tegen de opstand in het tribale grensgebied. De vijand van vandaag is immers de vriend van morgen in de strijd tegen de erfvijand: India. Want dat land breidt zijn macht in de regio uit op een manier die Pakistan als een bedreiging voor de eigen veiligheid ervaart.
De aanwezigheid van India in Afghanistan neemt zienderogen toe. Weliswaar niet in militaire zin, maar door de uitvoering van infrastructurele werken en door in de voornaamste steden consulaten te openen als voorposten van Indiase belangen. Pakistan vreest een toekomst waarin het aan alle kanten omringd wordt door India en verwijt de VS dat zij geen enkele serieuze poging ondernemen om India tot de broodnodige concessies in de kwestie-Kasjmir over te halen. Wanneer Obama er niet in is geslaagd feitelijke erkenning te vinden voor Richard Holbrooke als zijn speciaal gevolmachtigde voor heel Zuid-Azië, heeft dat niet zo zeer te maken met de groeiende macht van India als wel met de tanende hegemonie van de VS als wereldrijk.
In het zoeken van toenadering tot de Taliban volgen de Amerikanen trouwens het voorbeeld van Pakistan. Terwijl de strijd aan beide kanten van de grens tussen Pakistan en Afghanistan gaande is, bereiden ook Amerikaanse bevelhebbers en politici zich voor op een wisseling van de wacht. Keer op keer herhalen zij dat zij bereid zijn tot compromissen met de vijand. Hoewel niet onmiddellijk en zeker niet van hoog tot laag.
De bedoeling is de leiding van de Taliban te blijven vervolgen en tegelijkertijd het voetvolk los te weken van zijn aanvoerders. Dit gebeurt door deze volgelingen als soldaten te werven voor het Afghaanse leger en de Afghaanse politie in opbouw. Door soldij te betalen aan de rekruten in opleiding worden de hearts and minds gekocht van werkloze boerenjongens die anders zouden bezwijken (of al bezweken waren) voor de verleiding om zich bij de Taliban te voegen. Versterking van de eigen gevechtskracht door geld te bieden aan wie zich wil verhuren en tegelijkertijd een halt toe te roepen aan werving door de tegenstander lijkt een slimme zet, maar het is een zet die zal falen door het achterwege blijven van niet-materiële investeringen.

BIJ VERTREK UIT Uruzgan zou de goede naam van Nederland in Navo-verband schade lijden, was een veel en vaak gehoord argument om te blijven. Het is een drogreden die in het leven werd gehouden door een minister van Buitenlandse Zaken die zich er eenzijdig toe leende om als pleitbezorger van Navo-verlangens in onze nationale politieke arena op te treden.
De Noord-Atlantische Verdragsorganisatie is bezig haar missie te herformuleren en staat klaar om interventies te plegen die nog maar kort geleden buiten de orde vielen. Net als zijn voorganger Jaap de Hoop Scheffer lijkt nu ook de secretaris-generaal van de Navo Anders Fogh Rasmussen zich sterk te maken voor een agressieve en confronterende stellingname in Zuid-Azië.
De verschuiving die zich voltrekt in het wereldbestel, waarbij het Westen langzaam maar zeker aan macht zal inboeten, vergt een reactie die getuigt van begrip en bereidheid tot accommodatie. De politieke déconfiture in Nederland zou in het bredere verband van Europa als een oproep tot herbezinning moeten worden aangegrepen.

Jan Breman is als emeritus hoogleraar comparatieve sociologie verbonden aan de Amsterdamse School voor Sociaal-Wetenschappelijk Onderzoek en werkt voort aan zijn onderzoek naar arbeidsverhoudingen in verschillende Aziatische landen waaraan hij bijna een halve eeuw geleden begon