Economie

Blinde vlek

Later deze week publiceert het Intergovernmental Panel on Climate Change een rapport waarin gewezen wordt op de desastreuze klimatologische effecten van ons landgebruik. Landbouw en veeteelt beslaan op dit moment 72 procent van de beschikbare grond, zijn verantwoordelijk voor pakweg een kwart van alle mensgerelateerde CO2-emissies en zijn de hoofdverantwoordelijken voor het snel toenemende verlies aan biodiversiteit, de decimering van onze bossen en de achteruitgang van onze bodemkwaliteit.

De aanbevelingen van het rapport, waaraan in Genève op dit moment de laatste hand wordt gelegd, zijn in potentie revolutionair. Het IPCC zegt namelijk met zoveel woorden dat het lopende klimaatdebat wordt gekenmerkt door een reusachtige blinde vlek. Zowel nationaal als internationaal gaat de aandacht van opiniemakers en politici vrijwel uitsluitend uit naar de klimatologische gevolgen van de brandstoffen die wij gebruiken voor onze energieopwekking.

Kijk maar naar Klimaatwet en Klimaatakkoord. De elektrificatie van ons mobiliteitssysteem, de uitfasering van steenkool en gas voor elektriciteitsopwekking, het energieneutraal maken van woningen en gebouwen, en wat spiegeltjes en kralen zoals extra aluminiumfolie achter de radiatoren en wat vaker de bandenspanning controleren – daarmee ben je er volgens Rutte III en de ‘constructieve’ oppositie wel.

Met geen woord wordt er gerept over de noodzaak om de uiterst inefficiënte tussenschakel van het dier uit ons voedingssysteem te slopen. Voor de productie van een kilo rundvlees is volgens Milieudefensie 8600 liter water en 25 kilo veevoer nodig. Pakweg negentig procent van de mondiale sojaproductie wordt daar momenteel voor gebruikt. Als we die direct zouden nuttigen, dus zonder de verspillende omzetting van plantaardige in dierlijke eiwitten, zouden we circa twee keer zoveel mensen kunnen voeden als we nu doen, of de helft van het huidige landbouwareaal kunnen herbebossen. Tel uit je winst.

Biefstuk, kotelet, kippenpoot, die zullen eraan moeten geloven

De ironie wil dat we momenteel in hoog tempo het tegenovergestelde doen, namelijk de longen van de aarde niet vergroten maar juist slopen. En dan bedoel ik de regenwouden in het Amazonegebied die we zo hard nodig hebben voor het afvangen van CO2-emissies. Iets wat we met het zojuist gesloten, en door Rutte III veelgeprezen handelsverdrag tussen EU en Mercosur ook nog eens onze officiële imprimatur hebben gegeven. Een betere illustratie van de kaars aan beide kanten opbranden is nauwelijks denkbaar.

Maar ook een revolutionair plan als de Amerikaanse Green New Deal van Alexandria Ocasio-Cortez wordt erdoor gekenmerkt. Net als in Nederland gaat het slechts om het klimaatneutraal maken van woningen en het vervangen van fossiele brandstoffen door hernieuwbare energiebronnen. De fastfoodindustrie blijft buiten schot, terwijl juist de VS de voorloper zijn geweest in het opofferen van voedselkwaliteit, biodiversiteit, volksgezondheid en dierenwelzijn aan schaalvergroting en winstmaximalisatie. ‘Factory farming’ is een Amerikaanse uitvinding, die dankzij landbouwminister Sicco Mansholt in Nederland terecht is gekomen. ‘Blijf van mijn ballen af’ is dan ook zowel het dominante sentiment in de grootste voedselexporteur ter wereld, de VS, als in de op een na grootste: Nederland.

Als het aan het IPCC ligt, komt daar een einde aan. We hebben als mensheid alleen een kans om de klimaatdoelstellingen van Parijs te halen als we voltijds- of deeltijdsveganist worden. Biefstuk, kotelet, kippenpoot, gehaktbal en hamburger zullen er echt aan moeten geloven. Dat gaat verregaande gevolgen hebben voor Nederlandse boeren. Met 650 miljoen slachtdieren per jaar is Nederland een van de grootste slachthuizen van West-Europa. Gedurende hun armzalige en kortstondige levens nuttigen deze dieren drie tot vier miljoen ton aan sojaschroot dat voornamelijk uit Brazilië afkomstig is.

Het is een productieketen die niet te combineren is met een klimaatneutrale toekomst en die dus radicale herbezinning van alle betrokkenen vereist: van boeren zelf, inkopers, de voedingsindustrie, van consumenten, maar vooral ook van de politiek. Met maar liefst 42 eurocent subsidie per kilo rund- en kalfsvlees is de overheid immers medeverantwoordelijk voor de exorbitant grote en verspillende landbouw- en veeteeltsector in Nederland.

Het is uiteraard het grote gelijk van de Partij voor de Dieren. Nu krijgt de partij ook van het IPCC gelijk. Zal mij benieuwen of de partij daarvoor deze week de eerbewijzen krijgt.