De loonkloof

Blinde vlek

De loonkloof tussen vrouwen en mannen blijft hardnekkig. Tijd voor een systematische aanpak van een systematisch probleem, zeggen deskundigen. ‘Anders duurt het nog honderd jaar.’

Afgelopen zomer hoorden de vrouwelijke wetenschappers van Tilburg University dat ze gemiddeld 175 euro per maand minder verdienden dan hun mannelijke collega-wetenschappers. Het was de uitkomt van intern onderzoek van de universiteit zelf dat de beloningsverschillen tussen vrouwen en mannen in kaart had gebracht. Hoeveel ze daarmee in hun carrière mislopen, konden ze snel uitrekenen. Afhankelijk van het aantal jaren dat een vrouw werkzaam was bij de universiteit: 2100 euro na een jaar werken, meer dan tienduizend na vijf jaar, ruim een half ton na vijfentwintig jaar.

Helemaal verbaasd waren de vrouwen niet. ‘We hadden al een vermoeden’, zegt Ellen van Dodewaard, service department director en HR-directeur bij Tilburg University, telefonisch. Het is al jaren, decennia zelfs, bekend dat mannen nog altijd meer verdienen dan vrouwen. Maar harde cijfers hoe het op hun eigen universiteit zat, hadden ze niet. Vier jaar lang heeft de Tilburgse onderzoeksafdeling human resource-data uit de periode van 2015 tot 2018 onderzocht, zowel kwalitatief als kwantitatief. ‘We zijn een wetenschappelijke organisatie en wilden zeker weten dat we zorgvuldig onderzoek hebben gedaan.’

Uit het rapport blijkt dat vrouwen gemiddeld in alle functies – universitair docent, universitair hoofddocent, hoogleraar – achttien procent minder verdienen dan mannen. Onder hoogleraren is het beloningsverschil het grootst. Bij de functie ‘hoogleraar 2’ is er zelfs sprake van een gecorrigeerd beloningsverschil van 372 euro per maand. ‘Het is niet prettig als je dit ziet’, zegt Van Dodewaard. De verklaring? Ze weten het niet. Het ligt in ieder geval niet aan leeftijd, ervaring, omvang, type contract of het aantal publicaties, zo blijkt uit het rapport. Dat is er allemaal uitgefilterd. Het gaat om een gecorrigeerd loonverschil, en dat lijkt gebaseerd te zijn op sekse. Zo krijgen mannelijke wetenschappers ook nog meer en hogere gratificaties en toelagen dan vrouwelijke wetenschappers.

De Tilburgse universiteit is geen uitzondering. Afgelopen week bleek uit het tweejaarlijkse Nationaal Salaris Onderzoek van Intermediair en Nyenrode Business Universiteit dat vrouwen in Nederland gemiddeld vijfduizend euro per jaar minder verdienen dan mannen. Onder de 36 jaar was de loonkloof zelfs gestegen ten opzichte van twee jaar geleden, van 4,9 procent naar 6,4 procent verschil. Boven de 36 jaar is het verschil 8,9 procent. Ook opvallend: hoe hoger de opleiding, hoe groter de kloof; bij een afgeronde universitaire studie kan dit oplopen tot twaalfduizend euro per jaar, bij een diploma voor het voortgezet onderwijs is het drieduizend euro. Binnen de juridische sector, zoals de advocatuur, zijn veel verschillen te zien, evenals bij de financiële sectorbanken en verzekeraars.

In 1967 noemde Joke Smit het salarisverschil tussen vrouwen en mannen in haar Gids-artikel ‘Het onbehagen van de vrouw’ nog een ‘kortebaanprobleem’. We zijn nu ruim een halve eeuw en talloze rapporten, onderzoeken, statistieken, diversiteitsaanpakken en overheidscampagnes verder, maar gelijk loon voor gelijke arbeid is allesbehalve vanzelfsprekend. ‘Elk jaar als een onderzoek uitkomt, reageren we geschokt’, zegt Belle Derks, hoogleraar Sociale en Organisatiepsychologie aan de Universiteit Utrecht. ‘Maar als we niet systematisch iets gaan doen, verandert het nooit.’

Opvallend: hoe hoger de opleiding, hoe groter de kloof – dit kan oplopen tot 12.000 euro per jaar

Ten eerste: het verschil in gewerkte uren. Vrouwen verdienen in Nederland gemiddeld 48 procent minder dan mannen, aldus data van Eurostat uit 2014, omdat ze minder uren werken. Binnen Europa hangen we daarmee onder aan het lijstje. ‘Alleen in Italië is het verschil in uren tussen mannen en vrouwen groter’, zegt Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (cbs). ‘De werkverdeling in Nederland is heel traditioneel. Dit zie je ook terug in het loonverschil.’ Bij jonge moeders is het aantal gewerkte uren iets gestegen, maar vrouwen van dertig werken evenveel uren als vrouwen van dertig tien jaar geleden. ‘De boeggolf waren vrouwen die nu boven de vijftig zijn, zij hebben in de jaren tachtig en negentig echt verschil gemaakt’, aldus de cbs-hoofdeconoom. ‘Sindsdien kabbelt het.’ Het anderhalf-verdienmodel heeft de plaats ingenomen van het kostwinnersmodel. ‘Als we het nu doortrekken, zal het meer dan honderd jaar duren voordat vrouwen en mannen evenveel werken en dus evenveel verdienen.’

Ten tweede: het verschil in uurloon. Vrouwen krijgen gemiddeld vijftien procent minder salaris dan mannen, aldus de laatste cbs-cijfers. Een aantal factoren verklaart een deel van deze kloof. Zo ligt het beroepsniveau van vrouwen lager dan dat van mannen. ‘Een arts verdient nu eenmaal meer dan een verpleegkundige’, zoals ze het bij het cbs uitleggen. En vrouwen geven minder vaak leiding dan mannen, hebben een andere soort aanstelling, zijn bijvoorbeeld vaker oproepkracht. Vrouwen op de werkvloer zijn gemiddeld jonger dan mannen. Wat ook een rol speelt is dat vrouwen vaker parttime werken. ‘Dat parttimers minder betaald krijgen dan fulltimers is bij wet verboden’, zegt Mulligen, ‘maar toch lijkt het invloed te hebben.’ Zouden alle bovenstaande factoren gelijk zijn, dan zou het loonverschil tussen vrouwen en mannen nog zo’n zeven procent zijn in het bedrijfsleven en vijf procent bij de overheid. Dit is het gecorrigeerde, of het onverklaarde, salarisverschil.

Al jaren wordt de verantwoordelijkheid van dit loonverschil bij vrouwen zelf gelegd. Ze zouden bijvoorbeeld niet goed onderhandelen en minder ambitie hebben. ‘Dit is zo superirritant’, zegt sociaal psychologe Belle Derks. ‘Het wordt elke keer weer herhaald, maar het blijkt absoluut niet uit onze onderzoeken.’ In 2018 heeft zij nog onderzoek gedaan onder wetenschappers. Wat bleek? Vrouwen bleken wel degelijk stevig te onderhandelen. Ze waren wel minder tevreden over wat ze eruit haalden. ‘Er wordt vrouwen minder gegund, het wordt eerder als arrogant gezien’, zo verklaart de hoogleraar. ‘Daadkrachtig gedrag wordt bij mannen gewaardeerd, bij vrouwen eerder afgestraft.’

En hier zit volgens Derks het grootste probleem: mensen hebben lagere verwachtingen van vrouwen dan van mannen, en dat beïnvloedt voor een groot deel de vaststelling van het salaris. ‘Vooral als er veel ruimte is voor interpretatie in de salarisschaal komen vrouwen er niet goed vanaf.’ Dat verklaart volgens haar ook dat in de wetenschap de grootste kloof te zien is bij hoogleraren. ‘Er wordt dan toch gedacht: nou ja, ze moeten zich eerst nog maar bewijzen.’ Het is, benadrukt ze, niet zo dat mensen dit bewust zitten te denken, maar het gaat om maatschappelijke stereotypen die diep in ons zitten. ‘Je ziet het ook bij lager opgeleiden – waarom verdienen caissières standaard minder dan magazijnmedewerkers?’

Ook de ideeën over moederschap en vaderschap hebben effect op het salarisverschil. ‘Dat begint al bij het zogenaamde ‘maybe baby’-effect’, zegt Derks. ‘We leven in een land waar de eisen die we aan het moederschap stellen heel hoog zijn.’ Dat speelt al een rol vóórdat er kinderen zijn. Werkgevers investeren minder in jonge vrouwen, ervan uitgaand dat ze er later wel tussenuit zullen gaan. ‘Als je vrouwen al afschrijft voordat ze een kind hebben gekregen, is dat een deel van het probleem. En als een vrouw dan kinderen krijgt, denken werkgevers: ze zal nu wel minder ambitie hebben. Terwijl bij jonge vaders wordt gedacht: nu is hij kostwinner en zal hij wel wat meer salaris kunnen gebruiken.’

‘Het is belachelijk dat we internationaal zo achter-lopen. Transparantie staat voorop’

Dat de salariskloof bij jonge vrouwen de afgelopen twee jaar is gegroeid, zoals uit het onderzoek van Intermediair en Nyenrode blijkt, kan volgens haar ook hieruit worden verklaard. Als je jong bent, speelt die stereotypering een nog grotere rol, omdat je minder werkervaring hebt. En het anderhalf-verdienmodel draagt volgens Derks zeker niet bij aan het veranderen van deze stereotyperingen. ‘Omdat we dat hebben, hebben vrouwen die wel voltijds werken ook met dat beeld te maken.’ Hun werk wordt eerder als hobby, leuk voor erbij gezien. ‘Daarnaast zijn er weinig rolmodellen van vrouwen die het anders doen.’ Zelf hoort ze vaak van studenten dat ze verbaasd zijn dat ze hoogleraar is en ook nog kinderen heeft. ‘We lopen ontzettend achter. Het idee dat moeders voor de kinderen moeten zorgen is hier sterker dan in landen om ons heen. En alles in de maatschappij, zoals scholen, kinderopvang, het korte vaderschapsverlof, is daarop ingericht. Het houdt verandering echt tegen.’

Op individueel niveau gaan we er daarom niet uitkomen. Het is een institutioneel patroon. En dat zal dus volgens de Utrechtse hoogleraar ook op institutioneel niveau moeten worden aangepakt. ‘Bij iedere individuele persoon die je moet inschatten spelen stereotypen mee, pas op groepsniveau zie je het probleem duidelijk uitgetekend.’

In 2014 heeft Women Inc. de campagne ‘Waar is mijn 300.000 euro?’ gelanceerd. ‘Die drie ton is het gemiddelde bedrag dat vrouwen in hun werkzame leven mislopen’, zegt Emma Lok, directeur strategie en communicatie bij het netwerk Women Inc. ‘Het ging ons vooral om bewustwording. Veel mensen wisten niet dat dit aan de hand was.’ Maar nu richt Women Inc. zich op de werkgevers. ‘Driekwart van de werkgevers denkt dat de loonkloof bij hen niet voorkomt, terwijl dit vaak wel zo is’, zegt Lok. Vrouwen worden onbewust anders ingeschaald. Zo kijkt meer dan de helft van de werkgevers naar het laatstverdiende salaris – en dat ligt bij mannen gemiddeld hoger dan bij vrouwen. Daarnaast geeft 54 procent van de werkgevers aan vrouwen niet actief te stimuleren om door te stromen naar hogere posities.

Het wordt tijd dat er wat gaat veranderen. ‘In zoveel landen om ons heen doet de overheid meer’, zegt Lok. ‘Het is belachelijk dat we internationaal zo achterlopen. Transparantie staat voorop. Ik ben ervan overtuigd dat het daarin zit.’ Om die blinde vlek op te sporen heeft Women Inc. op 6 november, de dag waarop in Nederland equal pay day viel – vanaf die de dag is er nog vijftien procent van het jaar over en werken vrouwen symbolisch voor niks – hun nieuwe campagne ‘15 procent minder’ en de Gelijk Loon Check gelanceerd, een tool voor werkgevers om te controleren hoe in hun eigen organisatie de salarissen zijn verdeeld. Een aantal werkgevers heeft de eigen organisatie onder de loep genomen, zoals ProRail, Salesforce, Aegon en apg. Zij prijken prominent op de website.

Op 1 maart 1980 is de algemene wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen ingevoerd, maar omdat de bewijslast bij werknemers ligt, heeft het weinig effect gehad. In samenwerking met SP, GroenLinks en 50Plus wil pvda-Kamerlid Lilianne Ploumen werkgevers nu verplichten transparant te zijn over de salarissen en aan te tonen dat mannen en vrouwen evenveel salaris ontvangen voor hetzelfde werk. Elke drie jaar zal dit moeten worden herzien. Dit in navolging van IJsland, dat in 2018 als eerste ter wereld een dergelijke wet invoerde. Het initiatiefwetsvoorstel ligt nu voor advies bij de Raad van State. Ploumen hoopt dat die in januari 2021 in werking kan treden.

‘Maak het verplicht, laat elke organisatie iets doen, dan gebeurt er iets’, zegt ook hoogleraar Belle Derks. ‘Net als met het vrouwenquotum.’ Er lijkt ook in de politiek iets te verschuiven. Afgelopen week kondigde het cda aan het verplichte vrouwenquotum voor de top van beursgenoteerde bedrijven te steunen. Derks: ‘Misschien dat ze de loonkloof nu ook wel willen aanpakken.’

In Tilburg kunnen de vrouwelijke wetenschappers zich nog niet rijk rekenen. Eerst wil Tilburg University de beloningsverschillen verder in kaart te brengen. Pas dan, zegt Ellen van Dodewaard, zal er tot twee jaar terug een looncorrectie volgen.