Reportage: strijd tussen moslims en christenen barst weer los

Blinde woede in Ambon

Na ruim twee jaar van relatieve rust barstte vorige week op het Molukse eiland Ambon het conflict tussen moslims en christenen weer los. Alle vooruitgang lijkt in één klap weggevaagd. Een reportage vanuit het christelijke deel van de stad. «De Verenigde Naties moeten ingrijpen voordat het te laat is.»

Ambon-stad — Batu Gantun is de laatste christelijke wijk aan het front van de opnieuw losgebarsten oorlog in Ambon. Een elfjarig meisje zit samen met haar moeder, vader, broer en oom op een platje voor haar huis. De grond voor het huis ligt bezaaid met luciferdoosjes. Met een hamertje klopt het meisje de zwavel van duizenden lucifers. Jongens zagen stukjes pijp van een ijzeren buis. Ze lassen de pijpjes weer dicht en boren er een gat in voor de zwavel en nog wat andere droge chemica liën. Het gaatje wordt met een lont en stopverf gedicht. Dan plakken ze met tape een handvol lange spijkers om de buitenkant.

«Per dag maken we op deze manier zo’n twintig bommen», vertelt Rony Rijoly (40), die namens de separatistische beweging FKM (Front voor de Soevereiniteit van de Molukken) de jonge strijders aan het front aanstuurt. In de achtertuin van een geëvacueerd huis toont hij een zelfgemaakte metalen katapultachtige constructie van ruim vier meter waarmee de meeste projectielen naar de moslimzijde worden geslingerd. «We hebben drie van deze apparaten. Ze zijn niet erg precies, maar het bereik is vierhonderd meter», zegt hij. De band is gemaakt van duizenden elastiekjes die door de vrouwen in de buurt worden geregen. «Een band kan vijf bommen afwerpen, dan moet hij worden vervangen», legt Rony uit. «Lang houden we dit niet vol. De lucifers en elastiekjes raken uitverkocht. De Verenigde Naties moeten ingrijpen voordat het te laat is!»

Op het Molukse eiland Ambon is het conflict tussen moslims en christenen weer in alle hevigheid losgebarsten. Na ruim twee jaar relatieve rust braken op zondag 25 april opnieuw gevechten uit in de stad. Aanleiding was een optocht van de FKM, die streeft naar onafhankelijkheid van de Republiek der Zuid-Molukken (RMS). Ter gelegenheid van het 54ste jubileum van het uitroepen van de RMS hield een honderdtal leden een ceremonie bij het huis van de veroordeelde FKM-leider Alex Manuputty, die vorig jaar naar de Verenigde Staten is gevlucht. Samen met de VN-vlag werd de verboden RMS-vlag gehesen. Na enkele uren arresteerde de politie de secretaris-generaal van de FKM, Moses Tuwanakotta; 24 andere FKM-leden liepen mee naar het hoofdkantoor van de politie. Al snel groeide de stoet uit tot een optocht van zo’n tweehonderd man.

Op het politiebureau werden de 25 FKM-leden gevangen gezet. Inmiddels hadden jongeren in de moslimwijk stellingen ingenomen. Ze begonnen stenen te gooien. Binnen enkele minuten gingen de groepen elkaar te lijf. Nog diezelfde middag stonden het gouverneurs gebouw en het VN-kantoor in brand. ’s Nachts gingen nog eens tientallen huizen, enkele kerken en het kantoor met complete voorraad van Artsen zonder Grenzen in vlammen op. In de eerste 24 uur werden meer dan twintig mensen gedood. Honderd mensen raakten gewond.

Zo makkelijk ontketent een demonstratie van een marginale afscheidingsbeweging, die pretendeert zowel christelijke als islamitische Molukkers te vertegenwoordigen, de hervatting van een bloedige oorlog tussen christenen en moslims. «Wat de moslims betreft horen alle christenen bij de RMS. Ze geloven dat de RMS een christelijke staat wil stichten en alle moslims de zee in zal drijven», zegt pastor Bohm van het Crisiscentrum in Ambon. «Dat beeld klopt niet, maar je kunt het ze haast niet kwalijk nemen. De meeste christenen willen weliswaar niets van de RMS weten, maar in het christelijke deel van de stad maakte niemand openlijk bezwaar tegen de FKM-optocht. De meeste mensen langs de weg haalden hun schouders op of keken lachend toe. Sommigen sloten zich bij de stoet aan.»

Een eenzijdig beeld is onvermijdelijk. Het islamitische deel van de stad is niet toegankelijk voor westerse journalisten. Contacten aan de overzijde ont raden de oversteek ten sterkste. Gemeenschapsleiders kunnen niet instaan voor de reacties van de mensen op straat. Vannacht zijn zeventien moslims zwaargewond geraakt door een explosie. De gemoederen zijn te verhit.

Het aantal doden en gewonden loopt met de dag verder op. Vrijwel iedereen in christelijk Ambon is ervan overtuigd dat de geschiedenis van vijf jaar geleden zich zal herhalen. Een incident tussen een christelijke buschauffeur en een islamitische passagier in januari 1999 groeide uit tot een bloedig conflict in de hele Molukken. Zeker vijfduizend mensen kwamen om het leven en een half miljoen mensen sloegen op de vlucht. Na al het bloedvergieten kon pas in februari 2002 een vredesakkoord worden getekend en begon het langzame proces van verzoening. In september vorig jaar werd de noodtoestand opgeheven.

Alle vooruitgang lijkt nu in één klap weggevaagd. Opnieuw wordt de stad gescheiden door demarcatiezones waar niemand durft te komen vanwege het gevaar van vijandige scherpschutters. Opnieuw vluchten mensen te voet met huisraad op de rug langs de paadjes over de berg naar veiliger oorden. Opnieuw dreigt de Laskar Jihad duizenden milities naar de Molukken te sturen, om, net als in 2000, de moslimbroeders bij te staan in een heilige strijd tegen de christenen. En opnieuw gaan er hardnekkige geruchten dat legereenheden het conflict aanwakkeren met behulp van provocateurs en geheime acties.

De woede in moslimgebied is blind. Dat blijkt wel uit de weerzinwekkende slachtpartij op 26 april. Om negen uur ’s avonds kwam een passagiersboot aan in de haven die in moslimgebied ligt. Toen nietsvermoedende christenen uit West-Timor en Surabaya na twee dagen varen van boord gingen, stond een opgefokte meute ze op te wachten. Anticiperend op mogelijke problemen had de politie drie vrachtwagens naar de haven gestuurd om ze naar veilig gebied te brengen. In de voorste vrachtwagen werden twintig christenen geladen. De politie nam plaats in de vrachtwagen daarachter.

Selvana Mahatita Lakusa (43) en Salomina Alpons Latusia (53) vertellen vanaf hun ziekbed in het Bakti Rahayu-ziekenhuis wat er gebeurde. «Onze vrachtwagen kwam nog voor de uitgang van de haven tot stilstand. De weg was met brandende banden versperd. Plotseling begonnen mannen met kapmessen aan weerskanten van de wagen op ons in te hakken», zegt Salomina, die een zware hoofdwond heeft opgelopen: «Ik wierp me op mijn twee kinderen. Die hebben gelukkig alleen een paar vingers verloren.»

«Twee uur hebben we daar vastgezeten. De politie deed niets. Misschien hadden ze het achter in de tweede vrachtwagen niet door», zegt Selvana, een lerares die zes maanden zwanger is. Ze heeft diverse diepe wonden in haar rug. «Ik hoorde wel mensen roepen dat er hulp moest komen, maar niemand greep in», herinnert zij zich. «Uiteindelijk hebben soldaten in de lucht geschoten om de meute uiteen te drijven, zodat we naar het ziekenhuis in christelijk gebied konden rijden.»

Alle inzittenden van de eerste vrachtwagen overleefden het drama, ondanks zware verwondingen. Hoeveel christenen in de derde vrachtwagen zaten is tot op heden niet bekend.