Blockchain en boodschappentas

Blockchain, in het Nederlands blokketen genoemd. Het heet een techniek te zijn die voor allerlei transacties bruikbaar is, niet alleen voor bitcoin. Blockchain belooft de wereld te zullen veranderen.

Ik probeer er iets van te begrijpen, maar dat wil nog niet echt lukken. Ik snap dat er meer dan drie woorden voor nodig zijn om het systeem uit te leggen, maar ik vroeg me af: is een van de problemen misschien dat ze er zo’n onbegrijpelijke naam aan hebben gegeven?

Ik denk dat het wereldwijde succes van de computer mogelijk werd door de eenvoudige en rake beeldspraak die ervoor was bedacht. Je kunt knippen, kopiëren en plakken, je bewaart je bestanden in mappen, mappen kun je op je bureaublad leggen en als je van een bestand af wilt verplaats je het naar de prullenbak. Niet alleen begrijpelijk, ook passend. Want op een computer schrijven gebeurt vaak in omgevingen die op werkkamers of kantoren lijken. Dat een van de besturingssystemen windows werd genoemd is hopeloos zweverig. Een uitglijder van een nerd die iets te graag ook poëzie wilde schrijven.

Poëzie mislukt vaak doordat schrijvers zich vergrijpen aan beeldspraak. Ze vergeten dat de taal zelf al propvol metaforen zit. Neem het begrip ‘propvol’. Of ‘zich ergens aan vergrijpen’. Of ‘uitglijder’ en ‘besturingssysteem’. Als je je dus in gewone taal uitdrukt, is je tekst al volop metaforisch. Construeer je dan ook nog eens met opzet een mooie metafoor of vergelijking, dan gaat het snel fout. Dan krijg je poëtische poëzie. De bus rijdt door de nacht: dat is al een metafoor. De nacht voorgesteld als een soort tunnel waar je doorheen kunt rijden. Laat je hem nu als een kamer door die tunnel rijden, dan is dat welbeschouwd duizelingwekkend. Een goede vergelijking kan werken, maar je moet er erg voorzichtig mee zijn.

Nu de blokketen. Kunnen blokken ketens vormen? Ik heb daar moeite mee, ik kan me er in ieder geval niets bij voorstellen. Je kunt blokken stapelen of aan elkaar plakken, maar dan heb je geen keten. Ook met blokken die voorgevormd zijn om aan elkaar vast te kunnen zitten, Lego-blokken bijvoorbeeld, vorm je volgens mij geen ketens. En waarom wordt hier eigenlijk over blokken gesproken?

Ik lees in een Bitcoin-woordenlijst: ‘Een blok is een verzameling van transacties die bevestigd moeten worden, en een schakel in de blokketen. Gemiddeld wordt elke tien minuten een blok toegevoegd aan de blokketen – en daarmee een pakket transacties bevestigd – door middel van mining (delven).’ Het is misschien een virtuoos gebruik van metaforen, maar ik kan er geen chocola van maken.

De betreurde Wim Brands had een van de mooiste vergelijkingen die ik ooit heb gelezen:

Ze hangt als een boodschappentas
aan mijn arm en ik bedenk
wat er met haar

uit mijn leven verdwijnt: Buisman,
een stoof, de theemuts.

Je ziet precies voor je hoe zijn moeder aan zijn arm hangt. De vergelijking past bovendien bij iets wat moeders vaak doen: boodschappen. Maar vooral: de beeldspraak roept iets op wat er letterlijk genomen niet staat: dat ze in een straat met winkels lopen. En dat klopt, je bent er als lezer ongemerkt op voorbereid:

Bevelend wijst ze naar
de supermarkt en
vraagt me

wat ik zie:
ik noem een naam.

Nee, idioot,
dat is de overkant
en hoe komen wij daar?

Zo deed Homerus het ook: de beeldspraak maakt duidelijk wat er gebeurt, maar roept ook meteen de omgeving op waar het gebeurt. Kon iemand als Wim Brands de ontwikkelaars van blockchain maar adviseren. En kon Wim Brands zelf nog maar gedichten schrijven.