Film: De geschiedenis volgens Disney

Bloed in een colafles

Een gelogen oorlogsballade en het verhaal van een eigenwijze tienerdespoot tussen de Inca’s: de nieuwste afleveringen van de geschiedenis volgens de Walt Disney Company.

In From Here to Eternity (1953) voeren twee vrouwen een gesprek op een passagiersschip in de haven van Hawaï, enkele dagen na de Japanse verrassingsaanval op de Amerikaanse vlootbasis Pearl Harbor. Een prostituee, Lorena, vertelt aan de vrouw van een officier hoe haar verloofde, soldaat Robert E. Lee Prewitt, op heroïsche wijze de dood vond tijdens de aanval. Met gevaar voor eigen leven bestormde Prewitt een landingsbaan en probeerde op te stijgen in een bommenwerper om weerstand te bieden tegen de vijand. Het mocht niet baten: de Japanse jagers waren hem te snel af en zijn vliegtuig werd aan flarden geschoten met hem daarin. Ademloos luistert de vrouw van de officier. Een stilte volgt. De vrouwen turen naar de oever terwijl hun schip de haven verlaat.

Het is maar een film, maar je kunt je heel goed voorstellen dat de scène zich ook in het echt had kunnen afspelen: een schip vol nabestaanden van Pearl Harbor-slachtoffers die ieder een eigen verhaal vertellen met eigen «feiten». Even aannemelijk is dat Lorena’s relaas van begin tot eind gelogen is, niet alleen in het echt — weinig Amerikaanse soldaten legden in 1941 zulke bravoure aan de dag — maar ook in de verhaalwerkelijkheid van Fred Zinnemans film naar James Jones’ klassieke roman. In de film komt Robert E. Lee Prewitt namelijk niet in de buurt van een vliegtuig of een geweer. Sterker nog, hij was niet eens een piloot, maar een egoïst, deserteur en moordenaar. Waarom voelt Lorena op dat moment de noodzaak te liegen over haar geliefde? Waarom bezingt zij hem zo? Zinneman laat de vraag aan het einde van zijn film onbeantwoord. Maar juist hierdoor is From Here to Eternity een kunstwerk. De laatste scène ironiseert niet alleen de aanval op Pearl Harbor, maar ook de daad van oorlogvoeren.

Gebrek aan ironie is de reden waarom Pearl Harbor, de nieuwe film van de blockbuster makers Jerry Bruckheimer en regisseur Michael Bay, faalt. De film is de anekdote van Lorena, maar dan uitgerekt tot een bloed serieuze, mierzoete ballade van drie uur die elke vorm van relativering mist. De Amerikaanse militairen in Bays film gedragen zich als het hoofdpersonage in Lorena’s gelogen verhaal: jocks van jewelste die niets liever willen dan vechten (en kennelijk sterven) voor hun land. Dat deze verheerlijking van de patriottische moordlust van jonge, blanke Amerikaanse mannen juist nú komt, is een merkwaardige ontwikkeling — gezien de deconstructie van het genre oorlogsfilm na Vietnam en de Golfoorlog.

De geschiedenis als populair verhaal — daar bestaat weerstand tegen, niet in de laatste plaats in Nederland, het land bij uitstek van nuchter denken. Historicus Maarten van Rossem schrijft bijvoorbeeld naar aanleiding van Pearl Harbor in de Volkskrant: «Wie om de geschiedenis geeft, moet nooit naar een historische film gaan.» En Nelleke Noordervliet, die bepaald niet bekendstaat om behoudend denken, gruwt bij het idee dat de Amerikanen een nieuwe Anne Frank in Praag hebben gedraaid en niet in Amsterdam.

Is de geschiedenis werkelijk heilig? Mogen filmers als de commercieel ingestelde Bruck heimer een loopje nemen met, in de woorden van Van Rossem, «datgene wat ons nog rest van het verleden»?

Ja, zeggen de postmodernistische pleit bezorgers van het neo-historisme, zoals Hayden White, die schrijft: «De studie van de geschiedenis blijft het minst wetenschappelijk van alle studies.» Theoretici als White accepteren niet dat er zoiets bestaat als een absolute historische werkelijkheid. De geschiedenis wordt beïnvloed door een netwerk van teksten, waardoor de feiten van het verleden elke keer weer opnieuw worden geïnterpreteerd. In The Films of the Eighties, een uitstekende studie over de wisselwerking tussen cinema en sociale geschiedschrijving, gebruikt William Palmer een holografisch beeld als metafoor: de betekenis van de geschiedenis verandert voortdurend terwijl het beeld draait. Hoe veranderlijk betekenis kan zijn, blijkt uit verhalen als die van Lorena over haar «dappere» soldaat Prewitt.

Veel historici keren zich tegen het neo-historisme. Dat impliceert immers dat alle menselijke culturele producten bronnen kunnen zijn van historische «feiten», ook anekdotes van Pearl Harbor-nabestaanden. In de laatste jaren heeft de Walt Disney Company aangetoond bij uitstek een (her)schrijver van de geschiedenis te zijn. Dat blijkt uit het nieuwe Pearl Harbor, geproduceerd door Touchstone en gedistribueerd door Buena Vista, twee onderdelen van de Walt Disney Company. En uit populaire Disney-tekenfilms als Jungle Book, Aladdin, The Lion King en Tarzan, waarin plaatselijke geschiedenissen worden her schreven en aangepast, zodat de personages makkelijk deel kunnen uitmaken van een happy meal van McDonald’s of een attractie in Dis neyland.

Hetzelfde gebeurt in Keizer Kuzco, Disneys nieuwe animatiefilm. Het verhaal is gesitueerd in een mythisch Inca-koninkrijk in Peru. Kuzco is een tienerheerser die in de clinch ligt met een soort heks, Yzma, die hem in een lama verandert wanneer ze hem probeert te vergiftigen. Als de eigenwijze lama/Kuzco verward in het oerwoud belandt, ontmoet hij Pacha, een lieve boer. Eerst botert het niet tussen die twee. Kuzco, een echte tiran, had immers plannen om Pacha’s dorpje te veranderen in een soort vakantieoord voor rijke lui. Later worden ze vrienden. Deze film van Mark Dindal is een heerlijke film; Kuzco is nu eens een onaardig Disney-hoofdpersonage. Storend is echter de wijze waarop Disney een visie creëert van een kapitalistisch Utopia in de Derde Wereld: aan het einde mogen Pacha en de andere dorpsbewoners blijven, maar Kuzco heeft toch zijn supermoderne vakantieoord gebouwd. Aldus luidt de boodschap van het cultureel imperialisme: arme boeren kunnen gewoon hun gang gaan, mits wij rijken onze verbruikersparadijzen in hun achtertuin kunnen bouwen. De Walt Disney Company is het belangrijkste instrument geworden voor het ten uitvoer brengen van mondiale culturele conformiteit. Dat gaat ten koste van de integriteit van plaatselijke culturen en geschiedenissen.

Hieruit ontstaat weer een nieuw discours: de connectie tussen globalisering, populaire cultuur en geschiedenis. In de New York Times stelt Herbert Muschkamp het «military-entertainment-industry complex» — uitvoerder van de Amerikaanse populaire cultuur — verantwoordelijk voor een naar zijn mening schrijnend ontwerp voor een nieuw oorlogsmonument in Washington. Het ontwerp zou de feiten negeren ten gunste van «sentiment» over de Tweede Wereldoorlog; net als de prostituee Lorena op het schip in Pearl Harbor.

Eind jaren tachtig werd het oorlogsgenre herschreven in een serie Vietnamfilms, van Platoon tot Full Metal Jacket. Hierin is oorlogvoeren geen vaderlandslievende handeling, maar een daad van nihilistische, absurde proporties. Oorlog is geen dwingende noodzaak, zoals voor de combinatie Reagan/Rambo, maar een rampzalige gebeurtenis waarin gewone mensen verstrikt raken. Dat is ook het geval in Steven Spielbergs Schindler’s List en Saving Private Ryan en de recente Golfoorlogfilm Three Kings van David O'russell. In al deze films voeren ironie en relativering de boventoon, net als in From Here to Eternity en de beste film over Pearl Harbor, Richard Fleischers briljante Tora! Tora! Tora! (1970).

Belangrijk is dat Spielbergs films, From Here to Eternity en Three Kings zijn opgenomen in ofwel zwart-wit of in een soort uitgewassen kleur, om te voorkomen dat het geweld wordt geësthetiseerd. Welnu, het nieuwe Pearl Harbor draait op het grootst mogelijke scherm in de felst mogelijke kleuren. Dat — en niet het feit dat de film een populair historisch verhaal vertelt — is uitermate beledigend voor de kijker. Vooral één scène blijft bij: in het ziekenhuis moet verpleegster Evelyn (Kate Beckin sale) verbrande slachtoffers behandelen tijdens de aanval. Ze helpt gezonde soldaten bloedschenken. Levensgroot in beeld: twee doorzichtige pijpjes met borrelend bloed die leiden naar… twee schitterende, blinkend gepoetste flesjes van het merk Coca-Cola. Verder: Evelyn moet de toestroom van slachtoffers naar het ziekenhuis controleren. Hoe? Ze pakt haar knalrode lippenstift en merkt daar zwartverbrande soldaten mee die nog kunnen worden gered. De regisseur manipuleert de kijker volledig; het geweld op het scherm is bedwelmend, het is zoet als de geur van de lippenstift van Kate Beckinsale.

Zo zijn echt bloed en nepvermaak onlosmakelijk met elkaar verbonden, net als de authentieke geschiedenis van Amerika en de verbeelde historiografie van het land. Ronald Reagan was als cowboypresident de verpersoonlijking van de fusie tussen vermaak en politiek. En de dagen van Reagan keren nu terug. De sterren van Pearl Harbor lijken op Ronald Reagan in een van zijn oorlogspropagandafilms: sterke kaaklijn, ongekreukt legeruniform, pet schuin op het hoofd. Bovendien sluit de film naadloos aan bij Washingtons huidige geopolitieke beleidvoering, die eveneens overeenkomsten vertoont met de dagen van Reagan: het ruimteverdedigingssysteem Star Wars is terug in de vorm van het controversiële defensieve rakettenschild. En voor president George Bush, de nieuwe cowboy in het Witte Huis, is er een heuse vijand, niet in de vorm van de machtige Sovjet-Unie, maar als een aantal «giftige slangen», zoals een politieke analist recent de rogue states typeerde die Amerika kunnen aanvallen met langeafstandsraketten. Voor Bush komt Pearl Harbor als geroepen: geen ander verhaal zou de Amerikanen beter kunnen overtuigen van het belang van een goed verdedigingssysteem tegen verrassingsaanvallen vanuit het verre, gevaarlijke buitenland.

Zo absurd als de Amerikaanse buitenlandse politiek van tijd tot tijd is, zo bizar is de argeloze moorddadigheid van de personages in Pearl Harbor. De film is een computerspel voor dertienjarigen waarin de makers bijzonder slechte smaak tentoonspreiden en schaamteloos scènes jatten uit Tora! Tora! Tora!. Maar falen is het goed recht van de kunstenaar. Het punt is dat het populariseren van de geschiedenis niet «slecht» is, zoals conservatieve historici willen. De leugen — het bezingen van de Amerikaanse fly boys in Pearl Harbor — is even ambigu als de waarheid. Authentieke beelden van de Japanse aanval zijn immers niet te onderscheiden van fictionele opnamen. Welk beeld vertelt «de waarheid»? Wie zijn wij dan om nog te zeggen dat soldaat Robert E. Lee Prewitt, verloofde van de onweerstaanbare Lorena, niet stierf als een weergaloze held op de dag van de slag bij Pearl Harbor.