Bloed in het gras

EENS IN DE zoveel tijd staan de geldwolven in Hollywood toe dat een filmmaker geheel zijn eigen gang gaat. In de jaren zeventig had dat zeer indrukwekkende gevolgen: Francis Ford Coppola’s Apocalypse Now, The Godfather en The Conversation, William Friedkins The French Connection, Roman Polanski’s Chinatown, en Klute van Alan Pakula. In de jaren tachtig en negentig verhardde het klimaat in Amerika: de tirannie van koste wat het kost winst maken overheerste en het tijdperk van computergestuurde films brak aan. De scheppende kracht van de jaren zeventig leek een vervlogen droom die niets meer dan een voetnoot in de filmgeschiedenis zou zijn.

Terrence Malick was misschien wel de interessantste regisseur in dat tijdperk. Hij maakte slechts twee films, Badlands (1973) en Days of Heaven (1978). Maar wát voor films: Malicks debuut werd omschreven als het beste sinds Orson Welles’ Citizen Kane, en vijf jaar later imponeerde hij opnieuw met Days of Heaven, een film met onvergetelijke fotografie en een vervreemdende visuele vertelstijl. Beide films mislukten bij het grote publiek, maar ze vonden bijval bij de critici. Achteraf gezien was het eigenzinnige aan zijn werk een teken aan de wand: de regisseur was, volstrekt compromisloos, alleen geïnteresseerd in het maken van films zoals hij dat wilde. Hij wilde geen marionet van een producent of een studio zijn. Eind jaren zeventig verdween Terrence Malick - letterlijk. Het stadje aan de oever van de Brazosrivier in Texas zou beroemd kunnen zijn om andere redenen dan het hellevuur waarin cultleider David Koresh en zijn Branch Davidians door de schietgrage FBI om het leven werden gebracht. Bij Waco zou men ook kunnen denken aan de roemrijke geschiedenis van de Texas Rangers of aan de frisdrankdoorbraak van Charles Curtis Alderton die in 1885 de formule voor Dr. Pepper ontdekte. Of de naam Terrence Malick zou bij je kunnen opkomen, ware het niet dat die naam in de laatste twintig jaar bij niemand opkwam. Malick groeide op in Waco. Kort voor zijn middelbare-schooltijd verhuisde hij met zijn familie naar de nabijgelegen Texaanse hoofstad Austin, waar hij nog steeds woont. Als tiener speelde hij high school football en reisde hij veel. Hij werkte onder meer bij olieputten en in graanvelden in Texas. Later studeerde hij filosofie aan Harvard en reisde hij naar Duitsland, waar hij Martin Heidegger ontmoette. Weer terug in Amerika doceerde Malick filosofie. Op een gegeven moment ging hij als journalist voor de tijdschriften Life en The New Yorker werken. Hij raakte geïnteresseerd in film en schreef zich in voor het opleidingsprogramma van het American Film Institute. Daar ontmoette hij zijn latere agent, Mike Medavoy, die hem in de filmwereld introduceerde. UNIEK AAN MALICK is dat zijn eerste twee films je bijblijven, twintig jaar lang. De poëtische beelden, het lyrische dat de filmmaker in het kleinste detail weet te vinden en zijn visioenen van landschap en natuur met daarin verborgen betekenis - deze dingen staan in je geheugen gegrift. En je betreurt dat dit soort films zo zeldzaam is. Badlands is het waargebeurde verhaal van Charles Starkweather en de vijftienjarige Caril Ann Fugate die in 1958 in het midwesten van de Verenigde Staten voortvluchtig waren en een bloederig spoor achterlieten waarin elf mensen werden doodgeschoten. De film, gemaakt voor een appel en een ei, is mede door de subversiviteit waarmee Malick het verhaal vanaf de eerste scène vertelt, een klassieker geworden. In het begin van de film zien we de jonge Martin Sheen als Kit, zoals Charles Starkweather in de film heet, vuilnis ophalen in een stad die erg aan Waco doet denken: middelgroot centrum met daaromheen groene woonbuurten met houten huizen, grote tuinen en een auto op elke oprit. Sheen ziet eruit als James Dean, met zijn dikke, zwarte kuif, nauwsluitende spijkerbroek en zijn witte T-shirt. Deze vereenzelviging met een icoon van de Amerikaanse cultuur en de gevoelloosheid waarmee Kit zijn slachtoffers van het leven berooft, maken de film uiterst confronterend. Wanneer hij Holly (Sissy Spacek) ontmoet, worden wij net als Kit verleid door haar lange, slanke benen en meisjesachtige glimlach. Zij staat op het gazon voor haar ouderlijk huis, badend in de bewondering van Malicks lens. De dromerige toon van haar voice-over versterkt het onwerkelijke van het verhaal. Dit sluit aan bij de poëtische beelden van hun vlucht: ’s nachts in een auto scheurend door een kaal, grijs landschap. In sommige scènes zitten Kit en Holly sprakeloos te staren naar hun omgeving. Deze scènes worden afgewisseld met vergezichten van bergen die beloften van wedergeboorte en loutering bevatten. Een belangrijk thema in al Malicks films is de plaats van de mens in de natuur. Worden Kit en Holly in Badlands omgeven door een dorre omgeving waarin ze uiteindelijk tenondergaan, in Days of Heaven speelt een liefdesdriehoek zich grotendeels in vruchtbare graanvelden af. In dit verhaal, gesitueerd in het Texas van kort voor de Eerste Wereldoorlog, zijn personages en narratieve conventies van secundair belang; minutenlang rollen de wuivende graanvelden over het scherm, gefilmd in het grootse, nog nauwelijks gebruikte 70mm-formaat. Binnen dit kader krijgen de mensen, de acteurs Richard Gere, Brooke Adams en Sam Shepard, even veel aandacht als een handvol tarwesprieten en een sprinkhaan die in close-up in beeld worden gebracht. De film is een pastoraal gedicht waarin de mens nietig is en de kracht van de natuur allesoverheersend. DAYS OF HEAVEN werd door het gebrek aan rechtlijnige vertelling en door de onsympathieke personages geen publiekstrekker. Nestor Almendros kreeg een Oscar voor zijn camerawerk, maar er werd gefluisterd dat de regisseur die prijs verdiende: Malick zou veel scènes zelf hebben gefilmd. Hoe dan ook, de goede recensies leken Malick een veelbelovende carrière in Hollywood te garanderen. Waarom Terrence Malick daarna twintig jaar lang van het toneel verdween, weet niemand precies. Geen interviews, geen foto’s, geen films - niks. Aanvankelijk werden vrienden van Malick platgebeld met vragen over wat er met de regisseur aan de hand was. Tevergeefs, want de journalisten stuitten op antwoorden als: ‘Ja, we weten het wel, maar dat is tussen ons en Terrence.’ Zijn oude vriend en agent Mike Medavoy vertelde aan het Amerikaanse filmblad Premiere: 'Ik vroeg hem ooit waarom hij zo lang niet heeft gewerkt. Hij antwoordde dat hij aanvankelijk slechts één jaar vakantie wilde nemen, en dat werden toen drie jaar en daarna ging de tijd gewoon voorbij. En hij zei: “Er valt wat voor te zeggen geen films te regisseren.”’ Naar nu bekend is was Malicks verdwijntruc niet onvoorwaardelijk romantisch. Tussen 1978 en 1982 kreeg hij veel geld en vrijheid van de studio Paramount om een obscuur project te ontwikkelen, volgens Premiere getiteld Q, een Eerste-Wereldoorlogsdrama met veel personages. Vanuit zijn appartement in Parijs waar hij met zijn latere echtgenote woonde, verzamelde Malick natuurbeelden van over de hele wereld. Deze zou hij nodig hebben voor de proloog van Q, waarin het verhaal van het ontstaan van het heelal zou worden verteld. Maar al gauw bleek dat er geen schijn van kans was dat Malick een film van welke aard ook zou afleveren en hij trok zich verder terug in de anonimiteit. De geruchten werden almaar wilder. Men fluisterde onder meer dat hij als kapper in Parijs werkte, of dat hij als ghostwriter de hand had in verscheidene Hollywood-scenario’s. Welbeschouwd had Malick misschien goed door wat er in Amerika aan de hand was. De auteurs van de jaren zeventig - Coppola, Friedkin en zelfs Brian de Palma en Steven Spielberg - wisten in het daaropvolgende tijdperk de oude vonk niet meer terug te vinden. Grote studio’s zogen steeds meer regisseurs aan met steeds grotere films die steeds grotere winsten moesten maken. Malick zat zijn tijd uit. In zijn contract met de studio, Fox, liet Terrence Malick opnemen dat hij nergens voor publiciteitsdoeleinden gefotografeerd mag worden, en dat geen foto’s van hem in persmappen terecht mogen komen. Ook stond hij erop dat hij geen interviews hoeft te geven om The Thin Red Line te promoten. DE FILM The Thin Red Line is gebaseerd op de gelijknamige Tweede-Wereldoorlogroman van James Jones over de ervaringen van de Charlie Company tijdens de strijd om Guadalcanal in de Stille Zuidzee. De film sleepte zeven Oscar-nominaties in de wacht en kreeg recent ook nog eens de Gouden Beer, de hoofdprijs van het filmfestival van Berlijn. Tijd voor Malick om zich te tonen, dachten velen. Maar nee. In het februarinummer van American Cinematographer doet John Toll, cameraman van The Thin Red Line, het een en ander uit de doeken over het mysterie Malick. Wat hem tot de film heeft aangetrokken, vertelt Toll, was de kans om net als in de jaren zeventig 'gewoon een film te maken’, in tegenstelling tot een puur commercieel product. Toll: 'Toen ik hem in Austin voor het eerst ontmoette om over de film te praten, vond ik hem een man zonder pretenties. En hij was meteen bereid naar andermans mening te luisteren. Zijn benadering van film bleek niet rechtlijnig te zijn. Hij heeft in het begin geen precies gedefinieerde visie van dingen. Hij werkt intuïtief, alhoewel hij weet in welke richting hij met het materiaal wil bewegen. Het specifieke ontdekt hij onderweg. Hij voelt de richting aan, hij ziet haar in de verte, en hij weet dat als hij daarheen gaat, dingen scherper zullen worden. Voor hem is het een proces van ontdekking, wat betekent dat het geen zin heeft een kader uit te stippelen voordat hij dichter bij zijn doelwit is.’ Twintig jaar is een lange tijd voor een filmmaker. Aan het begin van de productie, in Australië, bleek niet alleen dat Malick nauwelijks greep had op de nieuwe filmtechnologie die in zijn afwezigheid was ontwikkeld, ook toonde de regisseur zich verbaasd over de omvang van de set: legertrucks, vliegtuigen, oorlogsschepen, honderden figuranten. 'Ik dacht dat we een kleine film zouden maken’, zou hij tegen medewerkers hebben gezegd. Malick zou dan ook wel geschrokken zijn van de ensemble cast van The Thin Red Line, bestaande uit grote Hollywood-sterren als John Travolta, George Clooney en Sean Penn. Deze lijst doet een traditionele oorlogsfilm vermoeden - zoiets als The Battle of Midway, die ook een waslijst met sterren had - waarin bekende gezichten een bekend verhaal vertellen op een bekende manier. De vergissing kan nauwelijks groter zijn. ZOALS IN ZIJN eerste twee films staan mens en natuur in The Thin Red Line tegenover elkaar. Opnieuw onderzoekt Malick de invloed die ze op elkaar hebben. Ditmaal laat hij echter zijn personages, de soldaten, over diepzinnige vragen mediteren: wat doen ze hier en wat betekent het leven voor hen? De film opent met het onheilspellende beeld van een grijze krokodil die langzaam in groen moeraswater wegzakt. (De allerlaatste scène is ook een natuurbeeld, wat de film een mooi afgerond effect geeft.) De krokodil voorspelt de dood en het verderf die de mensgemaakte oorlog naar het eiland brengt. Het eerste half uur zien we idyllische beelden van het eiland, waar twee Amerikaanse soldaten tussen de plaatselijke bevolking vertoeven. Het hoofdpersonage, Witt (James Caviezel), voelt zich aangetrokken tot deze mensen, die al eeuwen ongestoord op dezelfde plek wonen. Later, wanneer de Charlie Company landt en landinwaarts trekt, wordt het contrast tussen de indringers en oorspronkelijke bewoners op absurde wijze duidelijk. Een schaars gekleed oud mannetje passeert de patrouille op een smal bospad zonder de soldaten een blik waardig te keuren, alsof ze niet bestaan. Sommige critici plaatsen vraagtekens bij Malicks blinde idealisering van het tropische eiland en zijn bewoners. Terecht misschien, want we zien alleen lachende kinderen en badende vrouwen en van conflict of ziekte is geen spoor. Aan de andere kant is dit juist Malicks visioen: een staat van natuurlijk leven dat in al zijn onschuld ergens moet hebben kunnen bestaan. ('How did we lose the good that was given us?’ mijmert een voice-over ergens in de film.) Om dit te bewijzen fotografeert de regisseur insecten, vogels, bomen en planten in al hun kleurrijke levensechtheid. En de enige die hiervan verrukt is, of die in elk geval tussen al dat oorlogsgeweld in staat is zich hiervan bewust te zijn, is private Witt. Tijdens de grootste gevechtsscène - de Charlie Company moet een heuvel van de Japanners overnemen - worden de soldaten afgeslacht. Het beeld van een spartelend, bebloed vogeltje tussen het hoge gras, afgewisseld met beelden van stervende Amerikanen, is niet alleen symbolisch voor het vernietigende geweld van de mens, het koppelt ook de mens aan de natuur. Kolonel Tall weigert zijn uitgedroogde manschappen te laten stoppen met vechten opdat ze op watervoorraden kunnen wachten. Maar waar zij op de heuvel ingesloten zijn door Japanse machinegeweren worden ze juist organische wezens, betoogt Malick met het beeld van het vogeltje, en niet de onmenselijke halve machines die soldaten geacht worden te zijn. 'What difference do you think you can make? One single man. In all this madness?’ vraagt sergeant Welsh (Sean Penn) aan soldaat Witt. Een profetische vraag met religieuze implicaties, want de idealistische Witt wordt inderdaad een Christusfiguur doordat hij zijn leven opoffert om dat van zijn collega’s te redden. Hij wordt begraven op de traditionele manier: zijn geweer ondersteboven in de grond gestoken met daarop zijn helm. De laatste scène van de film is een kopie hiervan: een plant groeit rechtop in het vlakke water tegen de achtergrond van de zee. Dit is een zeer complex beeld, maar het zou veel over Malick en zijn kunstenaarschap kunnen zeggen. Soldaat Witt is één geworden met de natuur, hij is erin geslaagd de bergen te bereiken die Kit en Holly in Badlands ontwijken. Hoop, dus. Misschien ook voor Malick de filmmaker. Het is verleidelijk om te speculeren of we nog twintig jaar op de volgende film van Terrence Malick moeten wachten. Maar dat doet er niet toe.