Bloed, satire, geknal

Patrick Bassant koos voor actie in zijn roman De vlinder in de inktpot over de Spaanse Burgeroorlog.

Checkpoint bij Barcelona tijdens de Spaanse Burgeroorlog, 1936 © Robert Capa / Magnum / HH

In deze roman komen twee personages aan het woord. Pit is een werkloze arbeider die in 1937 in Amsterdam in aanraking komt met aanhangers van de republikeinse regering in Spanje, zich laat ronselen, op weg gaat naar Spanje en daar als soldaat, later als fotograaf, in dienst treedt bij het anti-Franco-leger. Hij vertolkt de meer ‘arbeideristische’ stem. Via Pit maken we debatten mee tussen soldaten, meelopers en wegkijkers. Hij raakt gewond en wordt na zijn genezing fotograaf en dan ontmoet hij beroemde schilders, fotografen en schrijvers uit die tijd. We maken Picasso mee, La Pasionara, Hemingway, Joris Ivens, fotograaf Capra, Jef Last, en nog meer. Hij heeft geen hoge pet op van hun gedrag en opinies. Hij is een buitenstaander, een kijker en luisteraar, hij maakt foto’s, luistert en probeert zich niet te veel in de richtingenstrijd tussen communisten en anarchisten te storten.

Schrijvers en kunstenaars krijgen het in deze roman voor hun kiezen

De tweede stem is die van de ‘echte’ schrijver en Spanje-kenner Johan Brouwer (1898-1943), die destijds in het publieke debat over de Spaanse Burgeroorlog een belangrijke rol speelde. Hij schreef boeken over Spanje, kwam er regelmatig, en verzorgde verslagen over de achtergronden van de oorlog. Eerst was hij aanhanger van de Franco-beweging, maar later liep hij over naar de ‘andere kant’. Op het befaamde schrijverscongres in 1937 in Valencia, waar veel beroemde schrijvers waren, hield hij een toespraak. Niet veel mensen wisten dat hij in 1922 samen met zijn broer een moord had gepleegd waarvoor hij zes jaar in de gevangenis zat. Hij schreef over zijn belevenissen in Spanje een uiterst merkwaardige roman (In de schaduw van de dood, heruitgave in 1946) die begint als een verslag van de Burgeroorlog maar langzamerhand overgaat in de zoektocht naar een verborgen schat. Geen toproman, maar na de oorlog verscheen postuum de uitstekende roman Philips Willem, over het verblijf van een van de zonen van Willem van Oranje aan het Spaanse hof van Filips II. Brouwer deed in 1943 mee aan de aanslag op het Amsterdamse bevolkingsregister, hij werd een week later opgepakt en in juli 1943 geëxecuteerd. Hendrik Henrichs publiceerde in 1989 onder de titel Johan Brouwer een prima biografie. Zeer interessant figuur dus en dat steekt Patrick Bassant niet onder stoelen en banken. Hij documenteerde zich grondig over zowel Brouwer als deze periode, achter in de roman is een literatuurlijst van twaalf pagina’s opgenomen. In de roman maken we Brouwer mee als Spanje-reiziger en commentator.

Kortom, deze uiterst interessante setting gaf Bassant de kans op verschillende niveaus in te zoomen op de Spaanse Burgeroorlog: zowel op de gevechtshandelingen als op de meer politieke en intellectuele debatten die destijds gevoerd werden. Wat kun je doen als je links bent en tegen het fascisme? En wat als je fotograaf, schilder, schrijver bent? Hoe kom je tot keuzes? Wat betekent het als je alle politieke schepen achter je verbrandt? Hij slaagde erin dit soort vragen overtuigend tussen de beschrijvingen en handelingen door te vlechten. Bassant wilde duidelijk geen essayistische roman met een of andere genuanceerde terugblik op de geschiedenis. Hij wilde actie. En dat leverde een roman op die inzoomt op highlights van het verleden. We maken een sterk beschreven tocht mee over de Pyreneeën, veldslagen, luchtaanvallen, gaan met Hemingway in luxe auto’s naar het front, horen La Pasionara de troepen toespreken, zijn in het atelier waar Picasso zijn Guernica maakt, spreken met Jef Last over zijn twijfels. Er zitten allerlei elementen uit het historische avonturenboek in de roman. Spionnen, afspraken in duistere cafés, bordeelbezoek, et cetera. Bassant wilde geen plechtig verslag over de geschiedenis schrijven, dat is elders te vinden en wat moet je ermee in een roman? Er moest bloed in, satire, geknal, gezuip en verhit debat. Soms is het allemaal te veel, dan wordt het een caleidoscoop van de Burgeroorlog. Een diavoorstelling met spannende historische momenten, verteld door twee acteurs. Maar boeiend bleef het.

Bassant slaagde erin zijn twee ‘stemmen’ een verschillende toon en stijl mee te geven. Brouwer is arrogant, betweterig en van zichzelf vervuld. Hij laat zich niet gek maken. Pit is verwonderd, down to earth en onzeker. Dit stijlverschil werkt goed door, je weet direct wie aan het woord is. Dramatisch minder sterk is dat deze twee figuren inhoudelijk niet veel van elkaar verschillen. Allebei kijken ze uiterst kritisch naar wat ze meemaken. Ze maken gehakt van de mythes die destijds rond veel van de beroemde figuren circuleerden. Die mythes zijn ondertussen nu allang met volle kracht onttoverd. Hemingway is in de roman een alcoholistische brulaap met luxeneigingen. En ook de andere schrijvers en kunstenaars krijgen het voor hun kiezen. Pit overpeinst bijvoorbeeld ergens: ‘Het viel hem zwaar, zo de hele dag schrijvers portretteren. De strekking van al het gewauwel ontging hem.’ En verderop wordt het hem helemaal te veel: ‘Pit keek nog eens naar het podium, waar een Spaanse dichter eindeloos stond te ouwenelen, en zuchtte.’ ‘Ouwenelen’, fraai woord voor lulkoek uitstoten! Ook Brouwer kijkt neer op de intellectuele goegemeente. En dus moeten Capra, La Pasionara, Jef Last en Joris Ivens en anderen er in deze roman aan geloven: ze worden voorgesteld als figuren die de oorlog gebruiken om hun carrière meer glans te geven. Bassant schreef een gloedvolle actieroman rond historische figuren waarin hij onze huidige kennis over het verleden zonder blikken of blozen naar het verleden verplaatst. Mag dat wel? Alles mag in een roman.