Bloedbroeders

Walter van der Kooi ziet veel meer dan hij in zijn tv-kroniek kan bespreken. Deze week: Sinan zoekt de klas van Elias.

Uit Among the Believers van Naipaul herinner ik me een gesprek met een Pakistaanse moslimleider. De man had lang in Engeland gewoond, waar hij zijn dochtertje aanmeldde voor een chique kostschool. Ze was welkom, maar moest uiteraard het schooluniform aan. Voor hem onacceptabel want: rokje. Er werd een compromis gevonden: broek onder rokje. Daar hebben ze geen spijt van gekregen, zei hij lachend, want gans puissant rijk Pakistan-in-Londen stuurde er daarna zijn dochters heen. Kassa dus. ‘Ja’, zei hij trots, ‘je moet op je rechten staan’.

Naipaul was verbijsterd dat een man die, als hij daartoe de macht had, iedereen alle rechten strijdig met zijn islam-variant zou afnemen, zich beriep op de vrijheden van de democratie. Ik dacht eraan door een recent programma, waarin documentairemaker Sinan Can, in een fragment uit 2017, aan een talkshowtafel in botsing kwam met een Erdogan-aanhanger. Naar aanleiding van de Turks-Rotterdamse opstand rond het wegsturen van een minister. Een zelfbewuste Nederturk zei uitdagend tegen Can dat je het recht op vrije meningsuiting hebt ‘in dit land’. Can haalde met een linkse hoek uit, vragend of je dat in Erdogan-Turkije ook hebt en noemde even het aantal gevangen zittende journalisten. De man ging meerdere tellen neer.

Gek genoeg werd licht hoofdschuddend naar die scène gekeken door Cans vrienden (het MAX-programma heet Door andere ogen en portretteert bekende personen door haar/zijn omgeving aan het woord te laten). Waarom? Omdat hij altijd zachtaardig is, uit is op toenadering en verzoening en hij zich hier ‘uit de tent liet lokken’. Wat ik juist op prijs stelde in betreffende situatie: pacifisme prachtig, maar er zijn grenzen.

Maar goed, die flinters debat waren misschien misleidend. Waarom keek ik? Het is immers een nogal obligate reeks van Fons de Poel die drijft op soundbites. Omdat het over Can ging, die ik hogelijk bewonder en van wie ik meer wilde weten. Maar waarom zat hij in die reeks? Gegarandeerd niet alleen vanwege loodzware programma’s over brandhaarden, maar omdat hij BN’er is geworden via Wie is de mol.

Omdat ik het spoor van dat programma altijd al in aflevering één volledig bijster ben, had ik hem daar dus niet gezien. Nu via een fragmentje even wel en zijn vrienden moesten erg lachen om de manier waarop hij zich onder een gevaarlijke Mol-opdracht uit draaide: charmant als altijd (dat bleek een van zijn belangrijkste eigenschappen). Ik kreeg de indruk dat de dames (ook Onbekende Bekenden) die hij daarvoor moest overtuigen op dat moment eventjes geen cent voor zijn charme gaven, maar ja, had ik maar Mol-expert moeten worden. Overigens hadden die vrienden (onder wie Nazmiye Oral) ook geen echte verklaring voor zijn zijstap naar massapubliek-amusement. Ze waren verbaasd als ik.

Zo een portretje levert natuurlijk wel degelijk informatie op. Jochie in Nijmeegse multicultiwijk, waar zijn Koerdische moeder een spil was door haar groentewinkeltje. En door zelfbewuste vrouwenactiviteiten te organiseren waar het zoontje altijd bij mocht zijn. ‘En aller aandacht kreeg’, grijnst Oral. Hij is helemaal geen Turk, lees ik op internet, want zijn vader komt uit een in meerderheid Alevitische plaats en voor een beetje Echte Turk ben je dan kennelijk een Onechte Turk en nog ketter ook. Zindelijk denken is in die kringen een schaars goed.

Als vader inderdaad Aleviet is of was, en moeder wellicht ook, dan zou die vrijzinnige islam-variant iets of veel kunnen verklaren van zijn open blik op Turkije en op sociale kwesties. Maar bij De Poel wordt er niet over gerept, wat heel goed Sinans eigen wens kan zijn geweest. Die ook zijn privéleven volledig afschermt in de publiciteit, wat meer mensen zouden moeten doen. Maar via de vrienden werd duidelijk dat er vrouw en kinderen zijn en dat werd, begrijpelijk, wel een punt: regelmatig begeeft Can zich in letterlijk levensgevaarlijke contreien en situaties. Ze maken zich grote zorgen. Hoe verantwoordt hij dat? Een antwoord kwam er niet echt, dus zal het neerkomen op ‘iemand moet het doen’. En ja, om wat hij doet bewonder ik hem. Maar daar komt nu wel een ongemakkelijk gevoel bij. Wat je bij alle oorlogscorrespondenten met relatie en zeker met kinderen kunt hebben.

Hij heeft een indrukwekkend tv-cv, in betrekkelijk korte tijd opgebouwd. In zijn eerste grote serie, Bloedbroeders (2015), onderzocht hij, samen met acteur Ara Halici, Nederlander met Armeens-Turkse roots, de massamoord, die van de staat Turkije en het leeuwendeel van de etnisch-Turkse bevolking geen genocide genoemd mag worden. Een ontkenning die dermate agressieve vormen aanneemt dat het de verdenking eerder versterkt dan verzwakt. En die Cans onderneming tot een dappere maakte, omdat hij oprecht zocht waar collectief op z’n Turks weggekeken, vergeten, ontkend, gelogen en geïntimideerd wordt – in de provincie Nederland gebeurt dat onder leiding van DENK.

De onderneming sloeg de apolitieke Halici definitief tot Armeens bewustzijn en was voor Can uiterst pijnlijk, omdat ook zijn denken gevormd was door systematische Turkse geschiedvervalsing van oorspronkelijk Kemalistische makelij. Hij wilde er niet echt aan, maar moest wel, en vroeg voor de camera (ook in Door andere ogen te zien) vergeving aan een oude Armeniër, ook al omdat zijn eigen grootvader Armeense grond had verworven bij of na de verdrijving. Wat hem, Sinan, uiteraard prompt de status van nestbevuiler en landverrader opleverde.

Zo iemand is misschien wel bang maar niet laf en zijn oeuvre daarna is er doorlopend bewijs van. Want hij maakte Onze missie in Afghanistan, wat bijna heel slecht afliep. In In het spoor van IS toonde hij de letterlijke en figuurlijke puinhopen die hun ‘kalifaat’ achterliet, maar belandde ook in de eindstrijd waar de ‘ware gelovigen’ nog stand hielden. Met vader Houssein reisde hij voor De kinderen van het Kalifaat naar diens dochter en kleinkind in Koerdische gevangenschap; diens tienerzoon was al omgekomen als jong IS-strijder. Daarop volgde Voorbij de grenzen van Saoedi-Arabië. En de laatst uitgezonden productie (aanleiding tot dit stuk) was het tweedelige Sinan zoekt de klas van Elias.

Er was geen ruimte daarover te schrijven en omdat ik dat betreur en alles nog gratis te zien is een korte herkansing. Elias Zahra is sinds twee jaar, samen met zijn ouders en twee zussen, inwoner van Enschede. Een vrolijke, charmante jongen van zeventien, afkomstig uit het Syrische Aleppo – prachtstad die in een puinhoop is veranderd. Zijn Nederlands is inmiddels behoorlijk goed dankzij de Internationale Schakelklas en binnenkort mag hij naar havo 2, na zes jaar zonder regulier onderwijs. Wat hem en de kijker blij stemt: licht na de duisternis van de plotse vlucht voor bombardementen toen Elias elf was. Met achterlating van alles en iedereen, dan nog met de hoop op terugkeer.

In Libanon verliet vader het gezin om de levensgevaarlijke en dure tocht naar Europa te maken in de hoop ergens asiel te krijgen en vrouw en kinderen te kunnen laten overkomen (‘alles voor de kinderen’). Ontberingen van vader die een Nederlands azc bereikte. Jaren eenzame armoe van moeder en kinderen op een piepklein woninkje in Beiroet, met kinderarbeid als enige bron van inkomsten.

Elias had het ongelofelijke geluk dat hij werd aangenomen door een Libanees-Armeniër. We leren de man kennen omdat Can het spoor terug volgt: de fietsenmaker mist zijn ‘kleine broertje’ Elias nog altijd en de liefde is wederzijds. Wat moeten u en ik met zo een verhaal? Veel, zo niet alles. Omdat de vluchtelingenproblematiek zo moemakend van omvang en zwaarte is dat empathie kan slijten. Omdat statistieken dat alleen maar bevorderen, terwijl het verhaal van een jongen, een gezin uit de buurt die weer maximaal terugroept, met gezinsoverstijgend effect. (Vluchtelingenwerk Nederland NL60 INGB 0000123488 bijvoorbeeld).

Uitstekend vertrekpunt voor de documentaire is een klassenfoto van Elias en meer dan twintig elfjarige jochies. Waar zijn die nu? Sommigen nog in Syrië, anderen verspreid over de wereld. Sommigen worden gevonden in de diaspora maar willen niet allemaal meedoen: te traumatisch. Anderen in Aleppo of elders in Syrië en ook daar die tweedeling. Elias’ allerbeste vriend woont uitgerekend in Australië. Can vindt hem, bezoekt hem en de jongens gaan skypen. Vriendschap is eigenlijk een te licht woord: liefde is het, zoals je die soms ziet bij veteranen die in één tank de oorlog overleefden.

Niemand, ook niet echtgenotes en kinderen, kunnen hen ooit echt begrijpen. Zoals Elias en Badjad elkaar begrijpen, doordat de klasgenootjes allebei in Libanon belandden en daar het lot van werkende vluchtelingkinderen deelden: bloedbroeders, sindsdien, maar wreed gescheiden. Je voelt hoe traumatisch dat was en is. Enfin, wie gaat kijken moet niet bang zijn voor een beetje ontroering. Alleen maar jochies in die klas – het zal weer es niet. Maar nee, de ruim twintig meisjes staan op de pendantfoto. En als Can hun school nu bezoekt zie je zelfs banken waar jongens en meisjes door elkaar zitten. En dan is er het mirakel dat een van die meisjes, Vina, in Twello blijkt te wonen. Wat jaren langer in Nederland en accentloos. ‘Lief, stil meisje’, zegt Elias. En verdomde intelligent, zoals blijkt: 4 vwo maar vooral heel wijs.

Ze ontmoeten elkaar natuurlijk, ongemakkelijk verlegen zoals pubers dat zijn. En dat voor een camera die er staat omdat het noodlot verwante fratsen met hen uithaalde. Maar het komt goed. En wat is ook haar verhaal indrukwekkend. En ze weten het allebei nog precies: net nadat de foto’s waren gemaakt ontplofte de eerste bom vlak bij school. Waarna ze zelf als scherven versplinterd raakten.

Kijk zelf. Al moet u voor lief nemen dat Can wel erg veel benadrukt, uitlegt en herhaalt. En dat vragen die je als kijker stelt lang niet altijd gesteld worden, laat staan beantwoord.

Die school heeft nog altijd dezelfde indrukwekkende directrice. Die de extreem nationalistische ochtendzang leidt. Het bezongen Syrië is wel dat van Assad. En de leerlingen zijn, zie alleen hun voornamen, christenen. Wat dat allemaal betekent, nu, komt niet aan de orde. Kan misschien ook niet. En past misschien niet in dit bestek. Nog even: wie is de mol? Zou Sinan naast betrokken, ernstig en integer toch ook een beetje op roem uit zijn? Dan lijkt hij wel een mens. En wie zonder zonden is werpe…


Sinan zoekt de klas van Elias is hier terug te kijken.