Bloeddorstig op zoek naar aanwijzingen

Zelfs als de debuutbundel van Marjolijn van Heemstra (1981) niets dan rommel bevat, dient hij toch besproken te worden, niet zozeer om de poëzie zelf, als wel om de gewiekste wijze waarop zij haar product in de markt heeft gezet. Het lijkt misschien vreemd deze weerzinwekkende uitdrukking te gebruiken waar het de edele dichtkunst betreft, maar wat Van Heemstra heeft geflikt is een sterk staaltje van eigentijdse marketing. Niet alleen verscheen haar bundel op papier, tegelijkertijd is op YouTube een reeks filmpjes gelanceerd waarop vrienden en bekenden, maar ook bekende Nederlanders een gedicht eruit voorlezen. Onder hen treffen we bijvoorbeeld Youp van ’t Hek, Arie Boomsma, Ramsey Nasr en astronaut André Kuipers. Aan de laatste is ook het openingsgedicht opgedragen, dat hij, blijkens een mailing van de uitgever, ‘bij zijn komende vlucht mee zal nemen de ruimte in’.
Hoe zij dit gezelschap voor haar karretje heeft weten te spannen weet ik niet, maar de verscheidenheid van het netwerk draagt onmiskenbaar de suggestie uit dat Van Heemstra meetelt. Poëzie waarop het keurmerk van de Dichter des Vaderlands prijkt, kan niet slecht zijn, toch? Als én Van ’t Hek én Van Heemstra’s kapper de gedichten leuk vindt, moeten ze wel de potentie hebben de Nederlandse huiskamers te veroveren. Of zou het misschien poëzie betreffen waaraan je je geen buil kunt vallen?
In Als Mozes had doorgevraagd onderzoekt Van Heemstra de positie van de mens in het universum, als onwaarschijnlijke, met bewustzijn uitgeruste constellatie van sterrenstof, die het ergens tussen dier en god, tussen elementaire deeltjes en de oneindige ruimte moet zien te rooien. Ruimtevaart is een belangrijk leidmotief, als metafoor voor de verlorenheid van wezens die hun ankers kwijt zijn en zoeken naar zin in de leegte. Het eerste gedicht spreekt tot de astronaut: 'Maar jij hebt ontsnappingssnelheid/ stapt straks met veren voeten de explosie in (…) ziet ons voor de vlekken die we zijn’. Dan volgt een verzoek:

Als jij met niks dan lucht op je rug
in het schijnsel van het eerste moment -
wil je richting het duister draaien
en wil je zeggen dat ik er ben?

De ruimtereiziger staat oog in oog met de schittering van de oerknal, het 'eerste begin’ dat zich in duizelingwekkend tempo van ons af beweegt en ons in ijlte achterlaat. Die eenzaamheid komt terug in een gedicht over Michael Collins, de astronaut die in 1969 baantjes om de maan bleef cirkelen, terwijl Neil Armstrong en Buzz Aldrin voor het oog van de hele wereld op het maanoppervlak rondscharrelden. Collins is altijd in de schaduw van zijn collega’s blijven staan. Met een citaat uit een interview zegt Van Heemstra: 'Onbezongen blijft hij, van zijn vlucht/ niets over dan een zin, welbeschouwd, een nieuw begin:/ Sinds Adam was geen mens zo alleen.’ Het is een suggestief beeld, dat evenwel de vraag oproept waarvan deze Adam dan een nieuw begin vormt. Ik heb geen idee.
Ook Genesis speelt een rol in dit boek, dat duidelijk is voortgekomen uit een grote vertrouwdheid met de bijbelse traditie. In het tweede gedicht wordt een korte psalm gezongen die zeker niet door de recentelijk aangescherpte censuur van de katholieke kerk zou komen:

Genesis dat was een vis
met levensgrote longen
toen al zijn lucht een uitweg zocht
heeft hij het woord verzonnen.

Elders in de bundel lezen we hoe een dronken Noach na de zondvloed het laatste vrouwtje van de eenhoorn slacht. Het is hier de mens die een fatale misstap begaat, want God zou nooit om zo'n barbaars offer hebben gevraagd, al stelt het titelgedicht wel dat je Hem zo nu en dan tot de orde moet roepen en niet al te slaafs zijn instructies moet opvolgen.
'Dingenverdriet’ is de naam van een reeks gedichten waarin boos, vilein, speels en weemoedig wordt afgerekend met een liefde. In Jacht, dat op YouTube door de dichter zelf wordt voorgelezen, is een vrouw koortsachtig, zelfs met een zekere bloeddorst op zoek naar aanwijzingen voor de ontrouw van haar geliefde: 'Ik breek je porno-dvd’s in tweeën, check echte, virtuele/ post, heb je voicemail gebeld, je facebook gekraakt/ en elke pijl in de richting van verraad smaakt naar meer/ een eenmansroedel op jacht ben ik’.
Van Heemstra vertelt toegankelijke en soms aandoenlijke verhalen. Of het nu gaat om een stervende oma, de herinnering aan een schoolplein, het beeld van een oude man in een golfslagbad, de absurditeit van een kerstdiner in een verpleeghuis of de reportage van een zelfdoding, de dichter beziet de wereld met zorg, verbazing en mededogen. Het is een genoegen al deze tafereeltjes aan je te laten voorbijgaan. Maar, dat is de keerzijde, één keer lezen, kijken of luisteren volstaat.

Marjolijn van Heemstra
Als Mozes had doorgevraagd
Thomas Rap, 64 blz., € 15,-