Griot. Verhalenverteller. Bewaarder van de mondeling overgedragen geschiedenis. In de beruchte Ivoriaanse gevangenis Maison d’Arrêt et de Correction d’Abidjan dragen de ingezetenen de griot op handen. Maar ook verguizen ze hem. Ze kotsen hem uit als hij ’s nachts even niet goed vertelt. En ze juichen hem toe wanneer hij met een spannende wending voor de dag komt. Eén ding weet de griot: zodra zijn verhaal is afgelopen, maar in ieder geval bij zonsopkomst, vermoorden ze hem.

Night of the Kings biedt een harde blik op het politieke geweld dat het West-Afrikaanse land teisterde, maar de film is vooral een ode aan de kracht van de verbeelding als ontsnappingsmechanisme. Regisseur Philippe Lacôte, geboren in Ivoorkust, schetst het nachtmerrie-achtige bestaan achter tralies met opwindend camerawerk dat tegelijk intiem en episch is. Het brede beeld accentueert openheid terwijl de snelle montage een sfeer van inperking en mentale fragmentatie creëert.

Zo komt de kijker in de schoenen te staan van een angstige jongeman (Bakary Koné) die bij aankomst in de ‘Maca’ prompt tot ‘Roman’, griot, wordt gebombardeerd. De koning van de gevangenis, Zwartbaard (Steve Tientcheu), is stervende. In de ‘Nacht van de Roman’, altijd tijdens een volledige maansverduistering, hoopt hij via transfiguratie in de nevenwereld voort te leven als hinde.

Deze vermenging van magisch realisme en politiek drama mondt uit in een film die een nieuwe kijk biedt op de rol van fabels, mythen en sagen in de traditie van mondeling verhalen vertellen. Dit zien we tijdens die nacht van de bloedmaan. De jonge man heeft geen idee wat er aan de hand is. Voordat hij in het midden van een ruimte in de Maca op een kistje moet gaan staan omringd door joelende gevangenen met ontblote, zwetende bovenlichamen, krijgt hij advies van de Zwijger (Denis Lavant): wat je ook doet, stop niet met vertellen als je je leven zeker wilt zijn. Dus begint hij, en blijkt dat het vertellen hem in de genen zit.

Zijn verhaal gaat over de koning van de Microbes, een gang die tijdens het bewind van Laurent Gbagbo van 2000 tot 2011 in de hoofdstad Abidjan een schrikbewind met kapmessen en vuurwapens voerde. De vertellende jongeman blijkt vlak voor zijn arrestatie getuige te zijn geweest van de moord op deze Zama King. Het Zama-verhaal eindigt in een spectaculaire gevechtsscène tussen rivaliserende stammen waarbij de strijders over magische eigenschappen beschikken.

Zo volledig gaan de mannen op in de fictie dat ze het drama tijdens het luisteren met zang en dans naspelen. Mythe en actualiteit lopen door elkaar heen. De gevangenen voelen instinctmatig aan dat de bron van het kwaad, de reden waarom ze in de Maca zijn, ín hen zit, dat wil zeggen in de verhalen van de griot die, allegorisch, óók een gevangenis vormen. Dit is allerminst een deprimerende gedachte. De euforie die ze voelen terwijl ze het verhaal tot zich nemen, slaat over op de kijker. Night of the Kings is een wilde, schitterend gemaakte film, in meer dan één opzicht: fabuleus.

Te zien vanaf 8 juli