Bloedmadonna

In de Brabantse Kempen is een nieuwe vorm van Mariaverering uitgevonden: de Agatha-devotie. Agatha had vijftien jaar geleden een openbaring, en vorig jaar begon het bloeden. Haar stigmata worden uitgebuit door katholieke scherpslijpers.

IN DE BOSSEN even buiten Valkenswaard - de Dommel en de Tongelreep stromen er zuidwaarts richting Belgische grens - kronkelt een landweg afgelegen boerenhoeves aan elkaar. In een bocht maakt zich een grindpad los, dat na een gietijzeren toegangspoort uitkomt op een kaalgekapt terrein. Honden houden de wacht bij een imposante houten kapel, compleet met klokkentoren en kruisteken. Dakpannen, kunststof regenpijpen, matglazen ramen: de kapel is fonkelnieuw. Een tuinlamp staat gericht op een portret van de Heilige Maagd Maria. Ze balanceert op de aardbol en toont zegenend haar handpalmen.
In het landhuis achter de kapel woont Martien van der Palen. Samen met Agatha, zijn uitheemse vrouw, en elf kinderen. Vijf zijn er van hemzelf, zes van zijn overleden broer. In 1965 meldde Martien, geboren Valkenswaarder, zich aan bij de Missionarissen van het Heilige Woord. Hij vertrok als lekenmissionaris naar Papoea-Nieuw-Guinea, waar hij belast was met de bouw van staties. Begin jaren zeventig werd hij gestationeerd in het onherbergzame territorium van de Skinwiwa-stam. Een priester kwam daar slechts eenmaal in het halfjaar. De bisschop gelastte Martien de dagelijkse geestelijke verzorging voor zijn rekening te nemen. Hoewel hij nooit de Eeuwige Gelofte had gedaan, verzorgde hij diensten, preekte hij, gaf hij godsdienstonderwijs en bereidde hij communies voor. Ongehinderd ook gleed zijn oog over de vrouwen. Elke dag zag hij hetzelfde jonge meisje haar zieke moeder naar de rivier torsen, om haar te wassen. Onder de indruk van die deugd vroeg hij haar hem te trouwen, hetgeen geschiedde. In Nederland betrokken ze het huis van Martiens overleden broer, even buiten Valkenswaard. Het was krap en het kindertal steeg. Een vergunning voor een tweede huis liet lang op zich wachten. Onder het bidden van zijn rozenhoedje verzuchtte Martien op een dag: ‘Maria, as ik de vergunning krijg, dan bouw ik een kapelleke vur oe.’
Toeval of niet, toen Martien afgelopen januari met de bouw van de kapel begon was Agatha iets wonderbaarlijks overkomen. 'Vijftien jaar geleden is het eigenlijk al begonnen’, vertelt Martien in de serre van het landhuis. 'Agatha had een droom die ze bij het ochtendgloren vertelde. Maria stond aan de overzijde van een ravijn in een prachtig helder schijnsel. Ze zei: spring, mijn kind. Agatha zei: hoe kan ik dat nou? Er verscheen een springplank. Agatha ging erop staan en zweefde in de armen van Maria.’ Maria sprak pidgin-English, de algemene taal van Papoea-Nieuw-Guinea. Agatha, die erbij komt zitten, is het Nederlands maar nauwelijks machtig. 'Het voorval waren we ras weer vergeten’, gaat Martien verder. 'Agatha kreeg in de loop der jaren steeds meer last van haar knieën, is het niet, Agatha?’ Agatha knikt. 'In '95 kon ze geen stap meer verzetten.’
Huisarts Paul Schulte verwees de ongelukkige door naar een orthopeed. In zijn vrije tijd dreef deze Schulte een gebedsgroep, die toegewijd was aan de Heilige Maagd Maria en de Aartsengel Raphaël. Martien en Agatha, uiterst godsvruchtige patiënten, waren bij de groep aangesloten. Vorig jaar zomer reisde de gebedsgroep af naar Amsterdam. Aanhangers van Ida Peerdeman, een eenvoudige Amsterdamse die in de jaren vijftig een Maria-schilderij in de Thomaskerk tot leven zag komen, verdeelden honderd replica’s van het bewuste doek. Mia Stee, ook in de serre aanwezig, is penningmeester van de Valkenswaardse groep. 'In onze gebedsgroep ging er ook een in omloop. Van zaterdag tot zaterdag mocht eenieder van ons het in huis hebben. Martien en Agatha kregen het als eerste. Zij hadden het zwaar, Agatha kon niet meer lopen. Bovendien was Rosa, een van de elf kinderen, spoorloos verdwenen.’
MET HET SCHILDERIJ in huis schrok Martien op een nacht wakker. Agatha was uit bed. 'Ik liep naar de kamer. Ze lag op kussens vredig voor het schilderij te slapen. De volgende ochtend kon ze weer lopen!’ Een week of wat later organiseerde het opgebeurde stel een barbecue. Maar: 'Agatha wreef constant over haar been. Na afloop zag ik dat de geselstriemen gekomen waren. De hele nacht ging het door. De dagen erop zijn gapende wonden in handen en voeten ontstaan. Een gekerfd kruis kwam op haar wreef. Op haar voetzool stond “bid” geschreven.’
59 dagen lang bleven de stigmata komen. De sporen zijn nog steeds zichtbaar: striemen, gezwellen en bloedkorsten. Agatha doet haar sokken uit en toont de etterende builen. Op haar hoofd bij de haargrens zijn littekens zichtbaar. 'Van de doornkrans’, zegt Martien die alles met zijn eeltige vinger aanwijst. Hij pakt er foto’s bij. Een badkuip vol bloed, besmeurde plavuizen, Agatha op elk kiekje heviger verminkt. 'Ik was boomkweker’, zegt Martien. 'Sinds september heb ik niks kunnen doen. De hele dag ben je met dat bloeden in de weer.’ Op 17 oktober spuit het zo hevig tevoorschijn dat Martien Agatha in zijn paarse fourwheeldrive naar het Eindhovense Sint-Jozefziekenhuis rijdt. 'Aan de operatietafel scheurde een verse wond open, het bewijs van de hemel aan de wetenschap dat ze hoogmoedig en betweterig is. Dat zei ik de artsen ook. Die wilden ons doorverwijzen naar een psychiater. Ik heb Agatha meteen weer meegenomen.’
De Heilige Maagd bleef veelvuldig verschijnen. Agatha bracht nauwkeurig verslag uit. Martien haalt de ringband tevoorschijn waarin hij het allemaal heeft genoteerd. Anders dan in Lourdes en Fatima is de Troosteres der Bedrukten in Valkenswaard in verschillende uitdossingen gesignaleerd. De ene keer in blauwe mantel met roze strik, de andere keer in wit kleed met gouden sjerp, soms getooid met gouden kroon belegd met edelstenen. 'Maria is een vrouw en vrouwen willen er telkens anders uitzien’, zegt Martien. Om 'hard bewijs’ te kunnen verkrijgen heeft hij Agatha gezegd Maria naar haar identiteit te vragen. 'De Vrouwe zei: “Ik ben de Moeder van Alle Mensen. Ga verkondigen dat ze stoppen met abortus. Iedere abortus is een nieuwe geseling van mijn zoon. Als ze niet stoppen zullen ze zweren krijgen, zoals in de Openbaringen beschreven staat.” Agatha hoorde het huilen van vermoorde kinderen. Sodom en Gomorra is verschrikkelijk geweest, deze tijd is erger.’
Ook duivels verschenen. 'Agatha werd naar de keuken gedreven. Ze moest van alles eten, ook bedorven vis. Ik hoorde gestommel en vloog erop af. Door mij waren ze verdwenen. Ik zag nog een krop sla door het luchtledige vliegen.’ Martien stelde de gebedsgroep niet direct op de hoogte. Mia Stee: 'Op een keer liep er bloed door haar kous. Pas toen heeft Martien het verteld. Iedereen voelde zich bevoorrecht.’ Een keer mocht Mia de kruisiging meemaken. 'Agatha lag op de canapé, met de armen strak omhoog. Van pijn schudde ze vreselijk met haar hoofd. De kinderen waren er ook bij. Ik probeerde haar voeten van elkaar te trekken. Geen beweging in te krijgen. Ze heeft ook de wonden gekregen van de stenen die naar Christus geworpen zijn.’
OP HET CONCILIE van Efeze in 431 werd Maria uitgeroepen tot 'Theotokos’, Moeder Gods. Als vergoddelijkt mens kwam zij op gelijke hoogte met haar zoon. Omdat de bijbel over haar leven slechts mondjesmaat uitwijdt, is er in de loop der eeuwen veel fantasie aan te pas gekomen om haar persoon cachet te geven. Op een aantal plekken binnen de katholieke gemeenschap kreeg al te ongebreidelde Mariaverering, ten koste van de traditionele Jezusdevotie, vaste voet aan de grond. Begin dertiende eeuw vestigde zich in de Brabantse Kempen een Duits Hospitaalbroederschap, dat door Arabieren uit Jeruzalem was verdreven. De broeders waren verzot op hun patrones die op de plek van hun Jeruzalemse hospitaal na de kruisdood van haar zoon een toevlucht zou hebben gevonden. In het Brabantse dorp Handel bouwde de orde een aan haar gewijde kapel.
De eenvoudige Brabanders waren diep onder de indruk toen zich bij de Lieve Vrouwe van Handel wonderbaarlijke genezingen begonnen voor te doen. Tot ergernis van de gevestigde zielenherders was Maria in de streek van varkenshandelaren en keuterboertjes in aanzien al vlug boven God verheven. In 1499 werd een Onze-Lieve-Vrouwe-Broederschap opgericht. Volksvermaak nummer één was het 'kruisslepen’: als bijbelfiguren uitgedoste Kempenaren trokken zingend en rozenhoedjes biddend langs de talloze Mariakapelletjes. Op steeds meer plekken in de Brabantse Kempen werd van Mariaverschijningen melding gemaakt. Handel groeide uit tot een bedevaartsoord. Vanuit Valkenswaard vertrekt nog steeds elk jaar een processie naar Handel. Ondanks het Tweede Vaticaans Concilie ('62-'65), waarin overdreven Mariadevotie werd veroordeeld, blijven de Brabanders van de Kempen liever weesgegroetjes uitslaan dan onzevaders.
Pastoor Frits Ouwens van Veldhoven heeft vorige week een brief gestuurd naar het bisdom in ’s Hertogenbosch, waaronder Valkenswaard ressorteert. Het Valkenswaardse pastoraat zwijgt vooralsnog. Ouwens: 'Ik vind dat snel een onderzoek gestart moet worden. Er spelen zich daar lugubere dingen af. Parochianen die er vlakbij wonen hebben dat bevestigd. Achter in mijn kerk heb ik al meermalen prentjes van de beweging gevonden.’ Een aanzienlijke groep gelovigen laat zich volgens de priester door Martien, dokter Schulte en leden van de gebedsgroep in de kapel hersenspoelen. 'Als een geval van stigmata zich voordoet laat de massa zich eenvoudig misleiden.’ Ouwens gelooft best in Maria en in stigmata ook. 'Pater Pio, Bernadette Soubirous van Lourdes en Fransiscus van Assisi: prima. Dit is oplichterij. Ze strijken een hoop geld op door mensen te laten offeren. Ze hebben zelfs een apostolaat opgezet om haar stigmata te promoten.’
Achter de beweging gaat de stichting 'Vaders huis is moeders toevlucht’ schuil. Geestelijk leider van de Agatha-beweging is priester Buijens uit Lith. Ouwens: 'Mijn lieve God, daar heb ik mee op het seminarie gezeten. Hij trapt ook overal in.’ Bisschop Hurkmans van ’s Hertogenbosch laat ’s anderendaags weten de verschijning in Valkenswaard 'ten stelligste’ af te keuren. Ouwens neemt er geen genoegen mee. 'Ik vind dat het bisdom de zaak serieus moet onderzoeken. Anders blijven ze goedgelovige katholieken bij de neus nemen.’
De zon is tot vlak boven de dennebomen gezakt als Martien de klokken voor de dagelijkse gebedsdienst luidt. Met auto’s en fietsen stromen de katholieken toe. 'Ik heb ervan horen vertellen’, zegt Gérard van Asten uit Valkenswaard. 'Het is wel interessant zo, d'n rozenhoed bidden. En hier kende ge altijd terecht, in het dorp zijn de kerken op slot.’ Vanuit de tuin knikt een gelukzalig grijnzende Agatha de gelovigen toe. 'Zij heeft Maria gezien, hè?’ zegt Van Asten. 'Het is toch sterk hè? Ik ben echt gelovig, ja ik geloof dat wel. Ik heb thuis een Mariabeeld staan, kijk ik of ze knikt of zo, maar niks hoor. In het dorp zeggen anderen: wa'n flauwekul. Moar steeds meer komen er kijken en zijn dan toch overtuigd.’ Pelgrims laten de gerimpelde vingers in het wijwaterbakje verdwijnen en slaan natte kruizen. Prijzige devotionalia vinden gretig aftrek.
De twintig bankjes zijn snel gevuld. Rozenkransen worden van de knaapjes gehaald. Het altaar is versierd met portretten en sculpturen van de Heilige Maagd, geflankeerd door wakkerende votiefkaarsen, palmtakken en zonnebloemen. Martien leidt de gebedsdienst. Hij zet in: 'In Valkenswaard verschenen is de Moeder van God. Zij leert ons te leven naar Jezus’ gebod.’ Een organist ontlokt zoetsappige klanken aan een ontstemd orgeltje. Agatha sluit af en toe de ogen en vibreert opvallend. Martien prevelt het rozenkransgebed, herhaalt het extatisch. Het zaaltje dreunt hem na. Na een tientje: 'Dat de mensen mogen inzien dat de pijniging van ongeborenen opklimt naar het hart van Maria. Laten we bidden voor de bekering van de zondaars.’ Een Belgische pater hangt een stool om zijn nek en spreekt de zegen uit. Na afloop gaan enkelen bij hem ter biecht.
Aan de koffietafel in het voorportaal doen leden van de gebedsgroep verslag van de mirakelen waarvan zij getuige zijn geweest. Mia Hoogmoet: 'Wij zaten te bidden bij vrouw Verschuren toen Agatha ineens opstond.’ Corry Wigmans: 'Ze deed achter haar broek uit, d'r benen zaten onder de striemen. Een andere keer is ook pater Pio verschenen. Agatha had de deur voor hem opengezet.’ Diny Slenders: 'Ik kon het niet vatten, ’s nachts sliep ik er niet van.’ Willy Raaijmakers: 'Ook is d'n engel Raphaël geweest. Volgens Agatha precies boven mijn hoofd. Agatha raakte in extase en liet haar rozenkrans vallen. De engel zei: raap op.’ De leden van de gebedsgroep gaan nog wel gewoon ter kerke. Maar: 'De pastoor is er erg op tegen. We moesten op de pastorie komen, toen heeft hij ons gewaarschuwd. In de geschiedenis is dat al vaker gebeurd. Wij zijn getuige van iets heel groots, na de gebedsgroep gaan we ook bevrijd naar huis. Dat is in de kerk allemaal niet.’
IN ADVENTTIJD '95 is dokter Paul Schulte met de gebedsgroep begonnen. Totdat Agatha de stigmata kreeg was het een beperkt gezelschap. In zijn woning toont Schulte zijn garage annex wachtkamer waar de eerste sessies plaatshadden. 'Thomas wilde ook niet geloven, totdat hij zijn vingers in de wonde stak. Mensen zijn kopschuw. Ze hebben tekenen nodig om te kunnen geloven.’ Grote blauwe, wijdopen ogen. Koffieadem. 'Het leven in de moederschoot dient beschermd te worden. Dat heb ik in mijn praktijk ook altijd uitgedragen. Vrouwen die wilden aborteren bracht ik op andere gedachten. De pil weigerde ik voor te schrijven.’ Schulte werd door het Medisch Tuchtcollege berispt. In 1995 sloot hij zijn praktijk. Hij wijdde zich volledig aan Maria en zijn gebedsgroep. Hij is blij dat de Mariabezoeking, compleet met stigmata, zich uitgerekend in zijn gebedsgroep heeft mogen voordoen.
Afgelopen vrijdagnacht kondigde aartsengel Raphaël aan dat Agatha zaterdag opnieuw door Maria bezocht zou worden. Dokter Schulte en Martien stelden het hele dorp op de hoogte. De kapel zat de volgende avond tjokvol. Iedereen hield de adem in. Agatha knielde en viel in diepe zwijm. Fel licht. De houten muren weken uiteen. De Heilige Maagd glimlachte naar Agatha. Tien minuten hebben ze gesproken. Martien werkt nog aan de vertaling.