Bloem

J. C. Bloem schreef het gedicht ‘De Dapperstraat’:
Natuur is voor tevredenen of legen./ En dan: wat is natuur nog in dit land?/ Een stukje bos, ter grootte van een krant, /Een heuvel met wat villaatjes ertegen./ Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,/De in kaden vastgeklonken waterkant,/ De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand/ Door zolderramen langs de lucht bewegen./ Alles is veel voor wie niet veel verwacht./ Het leven houdt zijn wonderen verborgen/ Tot het ze, opeens, toont in hun hoge staat./ Dit heb ik bij mijzelve overdacht,/ Verregend op een miezerige morgen,/ Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.

Vroeger had ik een bootje waarmee ik door de Amstel naar Ouderkerk voer en dan verder de natuur in, wonderschoon, ongerept, stil. Als je daar nu vaart en om je heen kijkt, zie je de Bijlmer en Bullewijk. Je kunt geen kant meer opkijken zonder horizonvervuiling.
Maar natuur is voor tevredenen of legen. Geef mij de grauwe stedelijke wegen.
Als je het tracé van de toekomstige Betuwelijn volgt, zijn er talloze plekken waar nog sprake is van natuur, van echt buiten zijn, van weidse vergezichten, van oude boerderijen, van het soort natuur dat ons vlakke land zo mooi maakt.
Maar natuur is voor tevredenen of legen. En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een Betuwelijn die alles kapot maakt, met enorme vernietiging van het landschap en de stilte. Enorme bruggen, betonnen bakken, geluidsschermen, het kan niet erger.
De grauwe stedelijke wegen, het lawaai, het verpesten van de horizon, het doden van de natuur: de ministers zijn tevreden.
Als ze nou maar niet morgen weer gaan zeuren over het milieu en dat wij burgers daar zorgvuldig mee om moeten gaan. Stik toch!