Bloem

Lees dat en herlees dat heet de zojuist verschenen keuze uit het beschouwend werk van Rein Bloem, gemaakt en bezorgd door Lucas Hüsgen. Bloem was dichter, vertaler, filmer, docent, criticus, essayist en pleitbezorger van onder anderen Hans Faverey. Gedurende twee jaar hield hij voor De Groene Amsterdammer een poëziekroniek bij.

Een van zijn vertalingen was Graf voor Anatole van Stéphane Mallarmé. Het is een verzameling teksten waarin de verbijstering van het verlies van Mallarmé’s acht jaar oude zoon wordt uitgeschreven. De teksten zijn vaak niet meer dan zinnen, afgebroken regels, kreten. Aangrijpend is het moment dat de moeder van het gestorven kind ontdekt dat Mallarmé erover schrijft: een doodzonde. Maar Mallarmé kan niet anders, hij moet het uitschrijven. Rein Bloem vertaalde de tekst integraal en het verscheen in 1974 als een van de _Raster-_boeken.

Bloem schreef veel over poëzie. Van 1962 tot 1987 was hij criticus van Vrij Nederland, van 1988 tot 1990 chroniqueur voor De Groene. Daarnaast publiceerde hij essays in literaire tijdschriften en bracht poëzie in Socialisme en Democratie, het blad van de Partij van de Arbeid. De bloemlezing uit zijn beschouwend werk Lees dat en herlees dat laat vooral zien dat hij breed las. Hij schreef net zo gepassioneerd over Gorter, Van Ostaijen en Hadewijch als over Jules Deelder. Het is vooral zijn omgang met poëzie die bijzonder is, meer dan uit zijn essays over film blijkt. Bloem bleek een gul en allesbehalve beperkt beschouwer. Zijn kronieken konden steunen op een enkele dichtregel.

Veel dichters las hij in een vroeg stadium. Over Hans Faverey schreef hij: ‘Er is wel gezegd dat Faverey’s vroege poëzie zo weinig communicatief is, maar het tegendeel is waar: je wordt midden in het gedicht zelf geplaatst en ziet wat de dichter ziet.’ Die onmiddelijkheid keert bij Bloem vaker terug als uitroep. Behalve de titel is de volgende uitspraak veelzeggend: ‘Duik er in, laat je niet dopen.’ Je kunt zoiets natuurlijk lezen als een areligieuze kreet, maar bij de drukbezochte presentatie van de bundel opstellen riep Jan Kuijper dat je de uitspraak ook kon zien als: neem niet een beetje van de tekst maar dompel je erin onder. Vanaf de andere kant van de zaal gaf Jacq Vogelaar een andere interpretatie: verken zelf een tekst en laat je niet wegwijs maken door de paar ingewijdenen die je zouden willen dopen in de betreffende tekst.

Rein Bloem had zijn voorkeuren. Ook wat mensen betreft. Met die wetenschap is het opvallend dat hij altijd zo mild schrijft, zo goedgeluimd, polemiek is er nauwelijks. Af en toe is hij negatief, zoals over Wim Hussem. Het is daarom verbazingwekkend dat samensteller Lucas Hüsgen wel meteen in zijn inleiding de polemiek opzoekt, en Dirk van Bastelaere, Jos Joosten en Thomas Vaessens erop aanspreekt dat ze Bloem verkeerd hebben gelezen. Het is te begrijpen dat de tekstbezorger een beeld van Bloem aan de overlevering wil meegeven dat volgens hem recht doet aan de schrijver. Maar de irritatie klinkt door - en dat is tegengesteld aan de teneur van de opstellen van Bloem.

Voor de rest valt Lucas Hüsgen te prijzen voor dit boek. Van de drieduizend pagina’s beschouwingen heeft hij er 270 opgenomen. Niet alles wat Bloem schreef was goed - ik kan me essays uit Bzzletin herinneren die stukken cryptischer waren dan deze stukken. Zijn columns voor De Groene gingen vaak uit van een enkele dichtregel. Hij denkt erop door, zo'n regel. Je zou van Rein Bloem kunnen zeggen dat hij buiten het gedicht dichtte. Met behulp van werk van anderen, citaten, vertalingen. Het is van een onbevangenheid en onbaatzuchtigheid die je nauwelijks meer tegenkomt in de kritiek. Daarom is het zo fraai dat dit boek er nu is, nu, in deze tijd, is uitgegeven. Hulde voor de samensteller en hulde voor de uitgeverij - die eerder zeer mooi verzorgd een Bloem-vertaling van Reverdy uitgaf - die hiermee een nieuw leven mag beginnen.

Rein Bloem, Lees dat en herlees dat. Perdu, 272 blz.