Het transatlantisch vrijhandelsverdrag TTIP

Bloembollen naar Texas

Het moet het grootste vrijhandelsverdrag ooit worden, maar TTIP geldt nu al als politiek licht ontvlambaar materiaal. Volgens ngo’s en linkse partijen is de democratie in gevaar. De Europese Commissie ziet vooral een kans om haar politieke invloed te vergroten.

Medium anp 26594420

Het is een zonnige dinsdagmiddag in Brussel. Een groot deel van het ambtenarenkorps laaft zich in de vele kroegjes rond Place du Luxembourg in de Europese Wijk aan een uitgebreide lunch en een goed glas wijn. Het mooie weer lijkt niet door te dringen in de wat ouderwets aandoende conferentiezaal van het Maison des Associations Internationales in de Brusselse deelgemeente Elsene. Twee dagen lang wordt hier door activisten en allerlei organisaties uit het maatschappelijk middenveld vergaderd over het omvangrijke vrijhandelsverdrag Transatlantic Trade Investment Partnership, kortweg ttip. Daarover zijn Amerikaanse en Europese diplomaten een kleine drie kilometer verderop druk aan het onderhandelen. Dat gebeurt achter de hermetisch gesloten deuren van de blinkende hoogbouw in de Europese Wijk.

Manuel Pérez Rocha zit onderuitgezakt op een rode bank in de lobby van het conferentiecentrum in Elsene. Hij werkt in Washington bij het Institute for Policy Studies (ips) en is nog moe van de lange reis. Pérez Rocha is een paar dagen in Brussel om Europa te waarschuwen voor de gevolgen die een vrijhandelsverdrag als het Transatlantic Trade Investment Partnership kan hebben. Vrijhandel is volgens de geboren Mexicaan namelijk absoluut geen rozengeur en maneschijn. Hij heeft aan den lijve ondervonden welke impact het in 1994 van kracht geworden Noord-Amerikaanse vrijhandelsverdrag nafta (North-American Free Trade Agreement) heeft gehad.

nafta heeft uiteindelijk helemaal geen banen opgeleverd in de Verenigde Staten’, zegt hij. ‘Integendeel, we zagen een enorme verschuiving van productie naar Mexico waar de lonen lager zijn. Tegelijkertijd is Mexico overspoeld met goedkope Amerikaanse landbouwproducten waardoor heel veel kleine boeren werkloos zijn geworden. Ik zeg niet dat als gevolg van ttip een verschuiving in werkgelegenheid van Europa naar Amerika zal plaatsvinden, maar het is wel belangrijk om te bedenken dat er structurele verschillen zijn tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie en dat bedrijven daarvan zullen proberen te profiteren als je ze dat toestaat.’

De onderhandelingen voor ttip werden voor het eerst officieel aangekondigd door de Amerikaanse president Barack Obama in zijn State of the Union in februari 2013. De eerste gespreksronde vond vervolgens vrij geruisloos plaats in juni van dat jaar in Washington. Halverwege maart volgde al weer de vierde gespreksronde in Brussel. Afgezien van een aantal gelekte documenten blijven de details waarover de onderhandelaars spreken geheim. Toch, en misschien juist daarom, is Roeline Knottnerus van de Nederlandse Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (somo) er niet gerust op. Ze legt uit: ‘De politiek aan beide kanten van de oceaan probeert via dit verdrag een neoliberale agenda in beton te gieten. ttip gaat over veel meer dan alleen vrijhandel. Ik begrijp dat je economische groei en banen moet creëren, maar niet ten koste van alles. Het gaat niet alleen om werk, maar ook om de omstandigheden waaronder mensen aan het werk zijn. De kwaliteit van je baan, bescherming tegen schadelijke stoffen en een fatsoenlijk loon zijn minstens zo belangrijk. Maar nu komen dingen als consumentenbescherming, milieuwetgeving en arbeidswetgeving wel degelijk onder vuur te liggen omdat ze door de onderhandelaars gezien worden als handelsbarrières. Dat maakt ttip een politiek project.’

ttip moet het grootste vrijhandelsverdrag ooit worden tussen de twee meest ontwikkelde economieën ter wereld. De inzet is dan ook hoog. Het belangrijkste doel van de onderhandelingen is het wegnemen van zo veel mogelijk zogenaamde non-tarifaire handelsbelemmeringen. De import- en exporttarieven zijn immers al heel laag met een gemiddelde van vier procent en de handel tussen de twee grootmachten beslaat op dit moment zo’n twee miljard euro per dag. Maar volgens het handelscomité van de Europese Commissie (DG Trade) zou dat veel meer kunnen zijn. Op dit moment maken Amerikaanse en Europese bedrijven nog te vaak onnodige kosten doordat ze rekening moeten houden met twee verschillende sets van veiligheidseisen, milieuregels en certificeringen voor hun producten, of worden sommige producten simpelweg niet op elkaars markten toegelaten. Daarom is een nieuw vrijhandelsverdrag noodzakelijk.

Net als nafta van Mexico, Canada en de Verenigde Staten één grote vrijhandelszone maakte, willen Brussel en Washington nu onder de noemer ttip een enorm vrijhandelsgebied creëren van Los Angeles tot aan Boekarest. Daardoor moet de economie aan weerskanten van de Atlantische Oceaan een flinke slinger krijgen. Geen overbodige luxe in tijden van economische crisis en toenemende werkloosheid. Volgens onderzoek dat het Engelse Center for Economic Policy Research (cepr) in opdracht van de Europese Commissie uitvoerde, moet ttip de EU 119 miljard euro per jaar gaan opleveren. Omgerekend zou dat volgens het in Londen gevestigde onderzoeksbureau neerkomen op een extra 545 euro per jaar voor een gemiddeld Europees gezin.

Maar de Europese Commissie is nerveus. Want ttip-critici slagen er steeds beter in om zichzelf te organiseren. Zo goed zelfs dat Europees handelscommissaris Karel de Gucht de onderhandelingen over enkele controversiële onderwerpen naar aanleiding van de, voor een aanzienlijk deel Duitse, maatschappelijke onrust drie maanden opschortte. Medewerkers van de Commissie staan dan ook driftig sigaretten te roken voor het Brusselse Management Center Europe. Een dag lang hebben de onderhandelaars pauze genomen om allerlei bezwaren tegen en standpunten over ttip van het maatschappelijk middenveld aan te horen. Binnen in het modern aangeklede conferentiecentrum lopen onderhandelaars, vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, ambtenaren en mensen van ngo’s kriskras door elkaar. Er zijn vier verschillende zaaltjes ingericht waar een kleurrijke schakering van belanghebbenden, van de Europese consumentenorganisatie beuc tot aan de Amerikaanse vereniging van herbicideproducenten CropLife America, hun standpunt over ttip in presentaties van welgeteld vijf minuten duidelijk mogen maken.

‘TTIP is eigenlijk één groot stimuleringspakket dat de belasting­betaler niks kost’

Ook Knottnerus (somo) en haar collega’s zijn vanmiddag aanwezig. Heel enthousiast zijn ze niet over de vier parallelle presentatiesessies. De conferentie vandaag is niet meer dan een halfslachtige poging van de Europese Commissie om transparant te lijken, vindt ze: ‘Dit soort meetings is vooral eenrichtingsverkeer. Het is goed dat ze er zijn, maar de status ervan is altijd heel onduidelijk. De onderhandelaars horen de hele dag klachten en ideeën aan, maar het wordt nooit duidelijk wat de Europese Commissie doet met die informatie en hoe ze dat afweegt tegen de belangen van het grote bedrijfsleven.’

Brussel is niet zo ontoegankelijk als de meeste mensen denken, erkent ze. ‘Maar’, zegt ze, ‘er is wel een enorm verschil in machtsverhoudingen. Er lopen hier duizenden bedrijfslobbyisten rond. Die worden allemaal goed betaald door grote bedrijven die veel geld uittrekken om hun belangen in Brussel goed te representeren. Ngo’s en maatschappelijke organisaties hebben niet de middelen om langdurige en vruchtbare relaties aan te knopen met mensen die hoog in de Brusselse bureaucratie zitten. In de praktijk laat de Commissie vooral de oren hangen naar het bedrijfsleven. Ze geloven namelijk zelf dat dat de enige manier is om welvaart te genereren.’

uit documenten opgevraagd en gepubliceerd door de in Brussel gevestigde organisatie Corporate Europe Observatory (ceo) blijkt dat de Europese Commissie in de aanloop naar de ttip-onderhandelingen vanaf januari 2012 ruim 130 belanghebbenden heeft geconsulteerd. In maar liefst 119 gevallen ging het om ontmoetingen met vertegenwoordigers van het grote bedrijfsleven. De angst van veel critici is dan ook dat onder druk van de machtige bedrijfslobby de Europese markt onder ttip open zal gaan voor in Europa verboden controversiële Amerikaanse producten als genetisch gemanipuleerd voedsel (gmo’s) of met hormonen behandeld rundvlees.

De Europese Commissie doet haar best om de zorgen van de groeiende groep criticasters te ontkrachten. Eurocommissaris De Gucht heeft herhaaldelijk laten weten geen concessies te zullen doen als het gaat om controversiële dossiers als hormoonvlees. Een groot deel van de angst voor ttip waarmee kritische ngo’s goede sier proberen te maken in de media is dan ook volkomen ongegrond, vertelt woordvoerder John Clancy van de Europese Commissie op lichtelijk geïrriteerde toon. ‘Hormoonvlees is verboden in de EU, net als gmo’s. Dat zal ook niet veranderen. Maar op dit moment mag Franse roquefortkaas bijvoorbeeld niet Amerika in omdat die wordt gemaakt van rauwe melk. Dát is een voorbeeld van hoe regels om de gezondheid van consumenten te beschermen misbruikt worden voor een protectionistische agenda. Terwijl we allemaal weten dat roquefort niet slecht voor je is. Daardoor vindt er allerlei handel níet plaats die wél plaats zou moeten vinden. Die barrières willen we graag slechten.’

De werkgelegenheid die volgens de Europese Commissie een automatisch gevolg gaat zijn van die toegenomen handel is zeker voor een open exporteconomie als Nederland een veelbelovend vooruitzicht, beargumenteert Clancy. ‘Zeker als het gaat om een handelspartner als de Verenigde Staten is de economische potentie enorm. Die stimulans op de arbeidsmarkt is precies wat we nodig hebben nu Nederland, net als grote delen van Europa, nog steeds gebukt gaat onder een financiële crisis. ttip is eigenlijk één groot stimuleringspakket dat de belastingbetaler niks kost.’

Niet voor niets verheugt de Nederlandse transportsector zich bij de gedachte aan een sterk toenemende handelsstroom die via de Rotterdamse haven het Europese achterland in gaat. Ook de export van typisch Nederlandse producten als bloembollen kan een hoge vlucht nemen als de gigantische Amerikaanse afzetmarkt opeens open ligt. Winand Quaedvlieg van werkgeversorganisatie vno/ncw is dan ook erg enthousiast over ttip: ‘Grote multinationals, zoals Unilever, zijn nu vaak miljoenen kwijt aan importtarieven voor handel binnen hun eigen bedrijf. Elk handelsakkoord biedt voordelen voor beide partijen, dus het voordeel voor de een kan een nadeel zijn voor de ander als de concurrentie toeneemt. In sommige sectoren zal er op korte termijn verlies in werkgelegenheid kunnen optreden. Maar doordat de economie als geheel zal groeien zorgt dat uiteindelijk voor een netto banenwinst.’

De concurrentie op mondiaal niveau is moordend. Grotere flexibiliteit en nieuwe afzetmarkten prevaleren dan ook boven de bescherming van binnenlandse bedrijvigheid. ‘Natuurlijk zouden we wat beschermingsmaatregelen kunnen verzinnen voor kleinere bedrijven die de nationale markt bedienen’, stelt John Clancy haastig. ‘Maar het is pure fantasie om te denken dat Amerikaanse bedrijven niet toch al in Europa opereren. Als je in de supermarkt rondloopt komt er hartstikke veel uit Amerika. Exporterende kleine bedrijfjes zijn nu net degenen die het meeste baat gaan hebben bij dit verdrag. Multinationals hebben gigantische administratieve afdelingen om zich bezig te houden met al die regeltjes. Kleine bedrijven hebben dat niet. Daar vechten wij voor, voor die Europese belangen. Mensen die dat niet willen zien hebben hun eigen antiglobalistische agenda.’

‘Het idee dat vrijhandel de enige manier is om welvaart te creëren zit diep verankerd in het hoofd van beleidsmakers’

Voor- en tegenstanders van het vrijhandelsverdrag hebben zich ingegraven. Er is één probleem: zowel de angsten als de beloftes kunnen onmogelijk geverifieerd worden. Simpelweg omdat de onderhandelingsteksten niet worden vrijgegeven. Het gevolg is een welles-nietes-spelletje, speculatie en gegoochel met cijfers. Zelfs de rol die de vers gekozen volksvertegenwoordigers in het Europees Parlement spelen in het onderhandelingsproces is beperkt. Door de strikte geheimhouding weten de parlementsleden vaak niet eens of er al een concepttekst bestaat over een bepaald deelonderwerp. Het handelscomité van het parlement (inta) wordt weliswaar regelmatig geïnformeerd over hoe de onderhandelingen vorderen, de parlementariërs krijgen pas inzicht in ttip als aan het einde van het onderhandelingsproces de definitieve verdragstekst gereed is. Alleen inta heeft toegang tot een aantal documenten. Veelal zijn dat conceptteksten. Al die beschikbare documenten zijn strikt vertrouwelijk en niet digitaal in te zien.

Toch speelt het Europees Parlement uiteindelijk een beslissende rol in het wel of niet ratificeren van ttip. De beslissingsbevoegdheid hangt in Brussel zo’n beetje tussen het Parlement, de Europese ministerraad en de Europese Commissie in, afhankelijk van de inhoud van een wet of verdrag.

De reden dat met name de Europese Commissie zo hard aan het verdrag trekt, gaat verder dan de zuiver economische argumenten die nu gegeven worden, zegt Bart-Jaap Verbeek. Hij is politicoloog en doet sinds twee jaar aan de Nijmeegse Radboud Universiteit onderzoek naar Europees investeringsbeleid. Het is volgens Verbeek niet mogelijk de huidige verdragsonderhandelingen als een autonoom gegeven te zien. ttip is tegelijkertijd onderdeel en een gevolg van een politiek discours dat de hoofden van veel beleidsmakers is gaan beheersen. ‘Europese integratie bestaat al meer dan vijftig jaar’, zegt hij. ‘Maar om de concurrentieslag met Japan en Amerika niet te verliezen is de koers in de jaren tachtig aangepast. Uiteindelijk mondde dat uit in het Verdrag van Maastricht in 1992. De gedachte daarachter was om de economische krachten in Europa te bundelen door een gezamenlijke interne markt te creëren. Mensen die in de jaren tachtig bezig waren met de overgang van het socialere maar ook dure model dat tot die tijd dominant was naar het neoliberale model dat we nu kennen als de Washington Consensus, zijn uiteindelijk terechtgekomen op sleutelposities in Brussel. Het idee dat vrijhandel de enige manier is om welvaart te creëren zit zo ontzettend diep verankerd in de hoofden van de beleidsmakers dat het maar moeilijk overschat kan worden.’

Dat gevoel van urgentie speelt meer dan ooit tevoren. Halverwege de vorige eeuw hadden de EU en de VS samen nog zeventig procent van de wereldhandel in handen. Nu is dat minder dan de helft. Opkomende economieën in Azië bedreigen de economische hegemonie en dus ook de welvaart van Europa en Amerika.

Maar naast ideologie en geopolitiek speelt er nog iets anders. In het verleden was buitenlands investeringsbeleid de verantwoordelijkheid van afzonderlijke Europese lidstaten. Sinds de ondertekening van het Verdrag van Lissabon in 2009 mag de Europese Commissie over handelsverdragen onderhandelen. Maar daarvoor moet wel eerst een mandaat van de Europese Raad, van de ministers van de lidstaten dus, verkregen worden. De ttip-onderhandelingen zijn voor de eurocommissarissen dan ook vanuit een ander oogpunt enorm belangrijk: de Europese Commissie kan zichzelf nu voor het eerst bewijzen als een écht belangrijke speler in de internationale economische politiek. Dat geeft het vrijhandelsverdrag flink wat extra lading mee, zegt Verbeek: ‘De Europese Commissie probeert al vanaf de jaren negentig meer invloed te krijgen op het gezamenlijke economische beleid van Europa en is altijd al voorstander geweest van grote multilaterale vrijhandelsverdragen. Binnen de wto is die onderhandelingsagenda hopeloos vastgelopen. Op deze manier kan de Commissie toch die grote verdragen afsluiten.’

Helaas voor de Europese Commissie blijven de talrijke tegenstanders van het vrijhandelsverdrag dwarsliggen. En dat zijn al lang niet meer enkel de andersglobalisten. In de aanloop naar de Europese verkiezingen, en op de eerste dag van de vijfde onderhandelingsronde die van 19 tot en met 23 mei in de Amerikaanse hoofdstad Washington plaats had, organiseert de Tweede Kamer in Den Haag een openbare hoorzitting over ttip. Buiten op het Plein verzamelt zich een relatief klein aantal demonstranten. Binnen in de Troelstrazaal proberen voorstanders als Willem-Jan Laan (Unilever) en Winand Quaedvlieg (vno/ncw), en tegenstanders, zoals financieel geograaf Ewald Engelen, de aanwezige Kamerleden te doordringen van respectievelijk de noodzaak en het gevaar van ttip. Het vrijhandelsverdrag blijft voor de meeste kiezers echter een grote onbekende. Engelen wijst de parlementariërs er op beheerste maar bijtende toon op dat ze verkozen zijn om de belangen van de burgers te dienen, niet die van het bedrijfsleven. ‘Aan de nadelen wordt in de discussie over ttip nagenoeg geen aandacht besteed. Als handelsstromen veranderen zullen mensen bijvoorbeeld tijdelijk werkloos worden. Dit gaat al lang niet meer alleen over economie. De constructie van deze transatlantische markt is door en door gepolitiseerd.’

de groene fractie in het Europees Parlement stelt dat het stimuleren van méér vrijhandel nu net een van de belangrijkste oorzaken was van de crisis waaraan Europa zich probeert te ontworstelen. Daarnaast vergeet Brussel doorgaans te vermelden dat de effecten van de economische groei die het cepr-rapport becijfert pas in 2027 merkbaar zullen zijn. Op basis daarvan heeft in Duitsland inmiddels ook een aantal invloedrijke vakbonden zich radicaal tegen ttip gekeerd. Voorman Detlef Wetzel van de machtige metaalvakbond IG Metall noemde de vermeende voordelen die ttip zou hebben in de Duitse pers ‘pure speculatie’. Hij waarschuwde voor schadelijke effecten op het gebied van bijvoorbeeld arbeidswetgeving of milieubescherming op de korte termijn. De Duitse vakbonden zijn ook bang voor verdere loonmatiging onder druk van toenemende internationale concurrentie.

Het zijn gevaren die de Europese Commissie liever niet ziet. ttip moet dan ook begrepen worden als de voltooiing van een politiek project, zegt onderzoeker Verbeek. Daarin is vrijhandel een doel op zich geworden, een absoluut ideaal. Binnen zo’n politiek discours is een criticaster al snel een antiglobalist. ‘Wat er eigenlijk gebeurt in dit soort verdragen is dat voor een langere periode een bepaald wereldbeeld in wetgeving gegoten wordt’, zegt Verbeek. ‘Iedereen heeft het over de invloed van grote bedrijven binnen het Brusselse lobbycircus, maar het is meer dan dat. Het is een kwestie van ideologie. Door dat heersende paradigma in verdragen vast te leggen, beperk je in feite de democratische speelruimte van toekomstige overheden. Om de werkelijke impact van ttip te begrijpen moet je ook die politieke lading willen zien.’


Beeld: Dan Mullaney (links, namens de VS) en Ignacio Garcia Bercero (namens de EU) voor de start van de TTIP-onderhandelingen in Brussel (Julien Warnand/ANP)