Bloembollentragiek

Natuurlijk nam ik van alles mee naar huis, antwoordt Peper de verslaggeefster van het Nos-journaal: ‘Tassen vol huiswerk.’ Aan lef heeft het de minister van Binnenlandse Zaken nooit ontbroken. De beschuldigingen in het Algemeen Dagblad dat hij als burgemeester van Rotterdam de gemeente liet opdraaien voor persoonlijke uitgaven waren ‘lariekoek’ en bovendien ‘potsierlijk’. Kok viel zijn minister bij en attaqueerde de boodschapper. Het was een actie om een eerbiedwaardige minister te beschadigen.

De reacties van Peper en Kok zijn begrijpelijk. Het duurt lang voor zulke beschuldigingen kunnen worden onderzocht en ontzenuwd. En zelfs als de onderzoekscommissie van de Rotterdamse gemeenteraad geen malversaties aantoont, kan ze onmogelijk alle twijfels wegnemen. Peter Sloterdijk schreef, nadat diverse kranten hem voor fascist hadden uitgemaakt om zijn geruchtmakende rede over medische technologie, dat het wezen van terreur een directe overgang van verdachtmaking naar veroordeling is. In het mediatijdperk is het kwaad al geschied vóór de verdachte de kans heeft gehad om zich te verdedigen.
Politici proberen daarom de aanklager bij voorbaat in diskrediet te brengen. Kok en Peper zijn daarin verrassend goed geslaagd. De andere landelijke dagbladen reageren opmerkelijk terughoudend. Ze pikken het dat Kok stelt dat het allemaal anonieme getuigen zijn, terwijl vijf mensen wel met naam en toenaam in de krant staan. Dat het allemaal oude geruchten zijn, betekent niet dat ze niet waar kunnen zijn. Het AD heeft veertig mensen gesproken en later nog vijftig reacties ontvangen van mensen die tegen Peper willen getuigen. Een beetje veel om ze af te doen als gefrustreerde mensen die van alles verzinnen. En als het allemaal verzinsels zijn, waarom zijn de verhalen dan zo ontzettend klein? Zou een gefrustreerde niet met wat beters kunnen komen dan wat bloembollen, een trekhaak en een gemeentelijke creditcard?
Charles Schwietert is, nadat hij als staatssecretaris van Defensie moest aftreden omdat hij zich voor doctorandus had uitgegeven, gepromoveerd op een onderzoek naar de reacties van gezagsdragers op affaires. Hij raadt politici aan niet op aantijgingen te reageren voor ze zelf alles hebben uitgezocht. Pas als je alles op een rijtje hebt moet je op een persconferentie proberen je blazoen te reinigen. Veel politici struikelen namelijk niet over de schanddaad waarmee de rel begon, maar over de kleine leugentjes om bestwil die ze in wilde paniek de ether in slingeren.
Peper heeft de eerste slag gewonnen, maar zijn hooghartigheid kan hem later opbreken. Die zet anderen aan tot het vertellen van weinig vleiende verhalen over het Rotterdamse burgemeestersstel. Dat zou toen het regende hun chauffeur hebben laten komen om de vuilniszak buiten te zetten. Peper en echtgenote zouden de chauffeur ook drie uur laten wachten omdat ze niet wilden lopen naar hun woning driehonderd meter verderop. Nu is arrogantie geen reden om iemand uit zijn functie te zetten, maar het versterkt zijn positie niet. Het is een arrogantie die het voorstelbaar maakt dat Peper vond dat hij zoveel voor de stad doet dat de stad ook wel wat voor hem mag doen, en dat pennelikkers en kommaneukers niet moeten zeuren. Als Peper zich iets bescheidener had getoond, had hij met reden kunnen zeggen: okee, ik had die bloembollen niet moeten meenemen, maar is dat een reden voor een rel? Voor wie zich te groot voelt voor een klein excuus, is een minimale misser al snel fataal.