Bloemen en stengels

‘Mijn moeder zei altijd: therapie is niet voor gekken, het is voor mensen met een gebruiksaanwijzing.’

Vrijwel het eerste dat mijn huidige therapeut tegen me zei, was: ‘Jij wekt een geregisseerde indruk.’ Dat is ook zo: ik ben een bijzonder geregisseerd persoon. Bovendien ben ik heel goed in therapie, in die zin dat ik nu een groter deel van mijn leven wel dan niet in therapie heb gezeten. De eerste keer was ik tien, en nam ik voortdurend oliebollen mee voor mijn therapeut. Ik weet niet of ze die ooit heeft opgegeten: ze bleef heel dun, maar nam ze wel altijd heel vriendelijk in ontvangst.

Nu neem ik eigenlijk nooit meer oliebollen voor mijn therapeut mee. Ik weet niet waarom niet. Misschien dat dat volwassen worden is: steeds terughoudender worden in wat je geeft, en berekender in wat je neemt. Ik heb uiteindelijk tien jaar in therapie gezeten bij mijn eerste psycholoog, en wij hebben waanzinnige progressie geboekt. Ik weet niet waar ik geweest was zonder die tien jaar: misschien wel in de goot, misschien een stukje minder geregisseerd. Een decennium vol therapie laat je redelijk geregisseerd achter.

Mijn moeder zei altijd: therapie is niet voor gekken, het is voor mensen met een gebruiksaanwijzing. Het precieze verschil tussen gekken en mensen met een gebruiksaanwijzing is me nooit helemaal duidelijk geworden. Dat verschil vervaagt ook nog verder als je lange tijd in therapie zit. Tegenwoordig houd ik me vast aan het onderscheid dat Spinvis ooit maakte in een van zijn nummers: ‘Ik ben niet gek, ik ben maar een nagemaakte gek.’

Zelf zat mijn moeder in therapie bij psychiater Louis Tas. Tas specialiseerde zich in schaamte, door hem uitgelegd als ‘het gevoel dat je in de ogen van anderen compleet waardeloos bent en dat ze daarin nog gelijk hebben ook.’ Er is mij weleens verteld dat ik in therapie zou moeten gaan wegens een gebrek aan schaamte, maar ik geloof dat schaamteloosheid gewoon een variant op schaamte is. Een geregisseerde variant, die een voorschot neemt op je eigen waardeloosheid en het gelijk daarover van de ander.

Ik heb me heel lang geschaamd voor het feit dat ik al zo lang in therapie zat. Zo erg dat ik, nadat mijn eerste therapeut met pensioen ging, weigerde een nieuwe te vinden. Pas toen ik een permanente piep kreeg in mijn rechteroor realiseerde ik me dat dit misschien een goed moment was om met iemand te gaan praten. Mijn moeder lag toen op sterven. De therapeut die ik kreeg aangewezen, zei op alles: ‘Wat heftig.’ Ik heb een redelijk vrije opvoeding genoten, maar als er één ding was dat we niet mochten zeggen was het dit: heftig. Een paar dagen nadat mijn moeder was overleden, had ik weer therapie en vertelde ik haar wat er gebeurd was. Ze viel een hele tijd stil, en zei tenslotte: ‘Wat verschrikkelijk heftig.’

Vervolgens heb ik een tijd contact gehad met een therapeut in Buitenveldert. Buitenveldert heeft op mij zo’n verschrikkelijke uitwerking dat de fietstochten naar haar toe alweer om een extra sessie vroegen. De vrouw in Buitenveldert probeerde mij uit te leggen dat alles wat ik voelde te maken had met De Bloem. Die bloem heeft ze eerst voor me uitgetekend, en bij alles wat ik vervolgens vertelde wees ze een van de bladeren aan, en soms de stengel.

Haar sessies werden slechts gedeeltelijk verzekerd, vertelde ze me later, waarop ik instemmend heb geknikt. Uiteindelijk heeft de huisarts me doorverwezen naar een behoorlijk chique therapeut in Zuid, om de hoek van de huisartsenpraktijk. Mensen uit Zuid geloven volgens mij dat ware genezing alleen in Zuid te vinden is. Ook daar heb ik me weer een tijdlang voor geschaamd, zoals ik me inmiddels voor geloof ik alles in mijn leven geschaamd heb. Maar na die eerste zin wist ik dat het goed zat, want dat is wat ik nodig had: een schaamteloze therapeut.