Particuliere vluchtelingenopvang in Oss, 22 november © Ton Toemen

‘Hét mes’, zegt Berna terwijl ze haar vinger bij de regel in het lesboek houdt.

‘Dé vork’, zegt Elif.

‘Dé lepel.’

‘Goed zo’, zegt Marie-José, een van de NT2-docenten die vanavond, in een gebouw van een middelbare school in Oss, Nederlands leert aan vluchtelingen uit de opvang. Net als de andere taaldocenten die deze maandagavond lesgeven, is ze gepensioneerd en doet ze dit vrijwillig. Vroeger werkte ze ook als docente, ze vindt het leuk om contact met vluchtelingen te hebben. Haar twee leerlingen, twee Turkse vrouwen van begin twintig, geeft ze pas een week les. ‘Ze doen het geweldig’, zegt ze trots. ‘Wat zie je op dit plaatje?’ gaat ze verder.

‘Koffie…’

‘En boterhammen…’, zegt Elif.

Zes jaar geleden protesteerden bewoners in Oss massaal tegen de komst van Syriërs die destijds voor de oorlog in hun land vluchtten. Het ging er hard aan toe. In Heesch, een dorp dat tegen Oss aan ligt, werd een dood varken aan een boom opgehangen voor de plek waar een azc was gepland – dat haalde zelfs het wereldnieuws. Ook werd er een kogelbrief naar de gemeente gestuurd. Een demonstratie eindigde met eieren die tegen het gemeentehuis werden gegooid.

Een paar weken eerder lag acteur Angelo Schuurmans thuis in bed bij zijn ouders in Oss na een kleine keeloperatie. Het was eind 2015 en hij was na een verblijf van bijna tien jaar in het buitenland teruggekeerd naar zijn Brabantse geboortestad. Op zijn 21ste, na zijn opleiding aan de Filmacademie in Amsterdam, was hij naar Los Angeles vertrokken om de theateropleiding te volgen, hij werkte daarna vijf jaar bij een theatergezelschap, en met zijn toenmalige vriend woonde hij nog een halfjaar in Melbourne. Terwijl hij in bed lag, zag hij een oproep om als vrijwilliger te komen helpen in een vluchtelingenkamp op het Griekse eiland Leros. ‘Ik werd direct geraakt’, zegt Schuurmans (37). ‘Ze vroegen geen geld, maar mankracht.’ En zonder lang na te denken boekte hij een vlucht.

‘Je zegt “hallo” of “hoi” als je aankomt’, legt docent Bart uit aan een kleine beginnersgroep in de klas tegenover die van Marie-José. ‘En je zegt “doei” als je weggaat. Of “houdoe”.’ Zijn vier Syrische leerlingen zeggen hem na. ‘Goedemorgen meneer, goedemiddag mevrouw…’

Deze stap zou zijn leven veranderen. Hij zag elke dag duizenden mensen met bootjes vanuit zee komen. Hij hielp ze aan land, gaf ze dekens en eten. ‘Ze hadden niks, hooguit een plastic zakje met een telefoon en wat documenten’, zegt Schuurmans. Soms bleven er in een boot kinderen achter, helemaal alleen. De ouders hadden hun kinderen alvast meegegeven aan anderen, zodat zij tenminste veilig waren. Vaak ook zag hij verdronken mensen aan wal gebracht worden. Zij die het niet gehaald hadden. Op het eiland moesten ze het samen doen, er was vaak geen dokter, geen ambulance. ‘Niemand vertelde je wat je moest doen. Mensen waren aangewezen op andere mensen. Dat heeft zoveel losgemaakt. Het heeft mijn verantwoordelijkheidsgevoel aangewakkerd.’

Hij zag zoveel overeenkomsten tussen hem en de vluchtelingen. ‘Er was een man met veel pijn aan zijn voeten. Hij bleek diabeet te zijn, dat ben ik ook. Ouders maakten zich net als mijn moeder zorgen of er wel genoeg te eten was.’

‘Oleg, wat is dat?’ vraagt de docent in de klas naast die van docent Bart. Vier leerlingen, uit Oekraïne, Rusland, Nigeria en Irak, zitten achter hun tafel rondom de docent. ‘Lees maar voor’, stimuleert hij. ‘Dit is een potlood…’ leest Nouri hardop.

‘Dit is een gum’, leest de volgende.

‘Wat is een gum?’ vraagt de docent. Alle vier kijken ze hem vragend aan.

De entree van het voormalige belastingkantoor is opgefleurd met muurschilderingen. De noodopvang voor vluchtelingen en asielzoekers biedt onderdak aan circa 450 mensen, Oss, 22 november © Ton Toemen

Toen Schuurmans begin 2016 na drie weken terugkwam, waren de demonstraties in Oss, tegen de komst van dezelfde mensen die hij net uit zee had geholpen, op hun hoogtepunt. Stenen vlogen door de ruit van een Syrische familie; voor het voormalige belastingkantoor waar het coa een azc zou vestigen, kwamen honderden demonstranten samen. Hij hoorde zijn stadsgenoten ‘verkrachters’ roepen, of ‘onze vrouwen kunnen niet meer over straat’.

Schuurmans voelde een passie die hij tot dan toe alleen van het acteren kende. Het had te maken met verantwoordelijkheid, wat hij ook op Leros had gevoeld. ‘Toen ik die protesten zag, kon ik dat niet laten gebeuren’, zegt hij. ‘Ik had zoveel leuke en positieve mensen ontmoet.’ Hij stapte naar de gemeente en sprak met de verantwoordelijke ambtenaar. Schuurmans wilde mensen met elkaar in contact brengen, asielzoekers bij Ossenaren aan tafel laten eten. ‘Ik dacht, als mensen elkaar leren kennen, dan komt het goed.’ Ook opende hij een Facebookpagina: ‘Oss verwelkomt vluchtelingen’, het eerste positieve platform in de gemeente, en kreeg direct duizenden likes. Hij werd bedreigd door radicale groepen zoals ‘Zeg Nee tegen het Azc’, kreeg politietoezicht bij zijn huis, maar hij zette door. Na overleg met de gemeente richtte hij het burgerinitiatief op en had al snel ruim honderd vrijwilligers. Hij ging taallessen organiseren, fietslessen, meet & eats. ‘Mijn moeder, die nog steeds heel actief is als vrijwilliger, koppelde Ossenaren die zich opgaven aan gezinnen in de opvang. Het was een groot succes.’

‘Ik heb een boek…’, zegt docent Bart. ‘Jij hebt’, schrijft hij op het schoolbord. ‘Hij heeft’, hij zet een streep onder ‘heeft’. ‘Jullie hebben.’ De leerlingen zeggen hem na. ‘Jullie hebben… Zij hebben.’

Toen na een jaar het coa het azc in het oude belastingkantoor sloot, vroeg de gemeente Angelo Schuurmans of hij de inburgering van statushouders die in Oss kwamen wonen op zich wilde nemen. Hij had ondertussen een enorm netwerk van vrijwilligers opgebouwd. Hij maakte van zijn burgerinitiatief een stichting, zo is Thuis in Oss ontstaan. Ook nu richtte hij zich op kennismaken, contactmomenten creëren. Hij bedacht steeds iets nieuws: met de lokale omroep maakte hij een documentaireserie, Een nieuw thuis, over nieuwkomers – ‘daar kijken heel veel mensen naar’ –, een kookboek met recepten en verhalen, of een pop-uprestaurant gerund door Syrische statushouders, in het grootste café in Oss. ‘Ik wil aan de schreeuwers laten zien: het klopt niet. Nieuwkomers zijn een verrijking, het geeft nieuwe kleur en smaak aan Oss’, zegt hij. ‘Ik groei hier zelf ook van.’

Hiermee was het niet afgelopen. Op 25 februari kreeg hij een telefoontje van dezelfde ambtenaar die hij in 2016 sprak. ‘Gisteren is de oorlog in Oekraïne begonnen’, zei de ambtenaar tegen hem. ‘We gaan het oude belastingkantoor weer openen.’ En omdat het coa de opvang voor Oekraïners niet ging regelen, vroeg de gemeente of Thuis in Oss die opvang onder haar hoede wilde nemen. In een week schreef Angelo Schuurmans een plan, toen kreeg hij de sleutel en stond de eerste bus met vluchtelingen al voor de deur. Samen met hen heeft de stichting het gebouw opgeknapt, muren geschilderd, banken neergezet. ‘Het was in het begin echt behelpen, we hadden eerst alleen nog maar stretchers.’ Er kwamen steeds meer bussen, er kwamen bedden, een Osse kunstenaar schilderde grote kleurige bloemen op de buitenmuur, er kwam een kinderspeelplaatsje. Soms kwamen particulieren voorrijden die mensen met koffers en al op de stoep zetten en zonder afscheid te nemen weer wegreden.

‘De klok loopt…’, zegt de docente in de klas aan de andere kant van de gang. Ze staat op en begint te lopen, stopt dan abrupt. ‘De klok staat stil.’ Zes vrouwen die voor haar zitten praten in het Turks door elkaar heen. ‘Het licht is aan of het licht is uit’, gaat ze verder.

Bij de heropening van het oude belastingkantoor tot weer een opvangcentrum, nu voor zo’n vijfhonderd vluchtelingen – ‘dat is een stuk meer dan destijds het coa huisvestte’ – in het centrum van Oss, was deze keer geen protest. ‘Nul demonstranten meldden zich’, zegt Schuurmans. ‘We hebben geen tegengeluiden gehoord. De laatste vijf jaar hebben we laten zien dat Oss dit aankan. Iedereen helpt mee, er zijn veel vrijwilligers uit de buurt, mensen brengen kleren, doen mee aan projecten. De stad is echt geëvolueerd.’

Angelo Schuurmans zit, terwijl hij zijn verhaal vertelt, op een van de banken in de gemeenschappelijke ruimte van de vluchtelingenopvang. Aan een grote tafel in het midden vergadert een aantal vrouwen over nieuwe activiteiten voor de kinderen. Schuurmans stimuleert het dat bewoners zo veel mogelijk zelf doen, initiatief nemen, en geeft daarvoor ook de ruimte en mogelijkheden. ‘We hebben hier maar drie huisregels: geen herrie, respecteer elkaar, doe mee. De rest bepalen de bewoners zelf en met elkaar.’ Trots is hij op de wekelijkse bewonersvergadering waarbij vertegenwoordigers van alle groepen – Oekraïners, Jemenieten, Afghanen, Eritreeërs, Turken, Syriërs – samen leefregels en activiteiten bepalen. In een appgroep delen ze de notulen met de andere bewoners.

Nederland, Oss 22-11-2022. Syrische vrouwen in de wachtruimte van de medische post in de opvang in Oss, 22 november © Ton Toemen

‘Jij bent de verkoper op de markt, en jij de koper’, wijst de docente in groep 4. ‘Weten jullie wat een verkoper is?’ Haar leerlingen knikken. ‘Lees maar voor.’

‘Hoeveel kosten de druiven?’ zegt de eerste leerling, een van middelbare leeftijd.

‘De druiven kosten drie euro per kilo’, leest de ander.

‘Dat is niet duur, dan wil ik wel een kilo.’

‘Anders nog iets?’

‘Ja, ik wil graag twee komkommers…’

Maar ook daarna hield het niet op: naast Oekraïners vangt Thuis in Oss nu ook andere vluchtelingen op. Dat begon eigenlijk toevallig. Op een dinsdagavond, het was 19 april, kreeg Schuurmans een telefoontje van de wethouder. Of hij direct naar het gemeentehuis kon komen; er waren twee bussen met in totaal tachtig asielzoekers uit het overvolle Ter Apel aangekomen. Toen hij de hal van het gemeentehuis binnenliep, zag hij overal mensen: op stoelen, op de grond, baby’s op schoot, kleine kinderen renden er tussendoor. De wethouder keek hem aan: wat nu? Het was laat, de mensen moesten nog eten – het was ramadan, bedacht Schuurmans zich snel, over een uur zouden ze het vasten breken – en ze hadden een slaapplaats nodig. Het voormalige belastingkantoor ligt aan de overkant van het gemeentehuis en Schuurmans opperde dat ze die nacht daar wel konden slapen. De wethouder en burgemeester stemden in. Vanaf dat moment was iedereen op de vluchtelingenopvang in rep en roer; Oekraïners kwamen hun bed uit, ze hielpen mee om overal stretchers vandaan te halen, vrijwilligers werden opgetrommeld, bedden moesten worden opgemaakt, vloeren geveegd, de brandweer uit Den Bosch bracht dekens.‘Begin jij?’ vraagt de docent.

‘Begin jij?’ zegt Nouri hem na.

‘Nu, let op: jij begint.’

‘Ik begin.’

‘Begint hij…?’

Na een aantal dagen evalueerde Schuurmans de situatie met de gemeente. Het ging prima. Samen besloten ze ook officieel asielzoekers op te vangen. Het coa had opvangplaatsen nodig en de gemeente Oss was blij met dit aanbod. Schuurmans had wel een voorwaarde: Oekraïners en asielzoekers wonen door elkaar, er komen geen aparte regimes. Het coa ging akkoord, en heeft hier alleen een kantoortje met spreekuren voor vragen over de procedure. Ook betalen zij voor deze groep. Maar de opvang zelf valt onder verantwoordelijkheid van Thuis in Oss. Schuurmans wil geen sanctiebeleid zoals het coa, waar je weekgeld wordt ingehouden als je een keer een raam open laat staan, geen regels, er wonen zelfs negentien honden en katten in de opvang, het is ieders eigen verantwoordelijkheid. En het werkt. Hij heeft hier nog geen problemen met bewoners gehad. Afgelopen weekend is er nog eens een hele nieuwe unit geopend met 150 extra bedden.

‘Maan en man’, schrijft docent Bart op het schoolbord. ‘Been en pen, boom en sok, muur en bus…’

‘Mier’, probeert een van hen.

‘Uuuu’, zegt Bart. ‘Muuuur.’

‘Mier…’

‘Je hebt lang uuuu en kort bus, uh…’

Nu wonen hier al een aantal maanden Oekraïners en asielzoekers samen. En dat is uniek. Beide groepen krijgen dezelfde behandeling, alle kinderen gaan naar school, twee keer per week zijn er taallessen voor volwassenen. Het enige verschil: elke ochtend is er een exodus van Oekraïners die naar hun werk vertrekken, terwijl de andere vluchtelingen achterblijven en wachten op hun procedure.

‘Het is soms pittig, ik moest aan mijn nieuwe rol wennen’, zegt Schuurmans terwijl hij opstaat om een kleine rondleiding te geven door het gebouw. Hij is nu directeur, heeft achttien medewerkers in dienst, zo’n tweehonderd vrijwilligers die meehelpen. Naast deze opvang met 450 mensen runt Thuis in Oss een crisisnoodopvang waar zo’n veertig mensen zitten, een tussenwoning voor 25 mensen en verzorgt het projecten voor zo’n achthonderd statushouders. Terwijl hij door het gebouw loopt, groet hij iedereen, maakt her en der een praatje, kent de meeste namen. Kinderen zeggen hem gedag terwijl ze langs hem de trap afrennen. In een van de keukens bakt een vrouw frietjes – er zijn vier keukens, mensen koken hier zelf –, in het washok draaien een paar machines, twee jongens die net uit school zijn hangen voor een van de televisies in een zithoek. ‘Dit hebben kinderen geschilderd’, zegt Schuurmans en wijst op een muur vol kleurrijke bloemen met een gezichtje erin. ‘Een Syrisch en een Oekraïens meisje.’

‘Wat eten ze?’ vervolgt Marie-José de les. ‘Wat staat er op het plaatje?’

‘Soep’, zegt Berna.

‘Appel’, zegt Elif.

‘Wat drinken ze?’

‘Ze drinken wijn.’

‘Wat drink jij?’

‘Ik drink water’, zegt Berna.

‘De hele raad is blij met wat wij hier doen’, zegt de directeur als hij bij de uitgang is aangekomen. De vluchtelingenopvang is nu acht maanden open en de gemeente is zó enthousiast dat ze hier tot oktober 2023 mogen blijven, dan wordt het gebouw afgebroken. Voor daarna zijn ze op zoek naar een nieuwe en semi-permanente locatie voor een vluchtelingenopvang, gerund door Thuis in Oss met hetzelfde concept. ‘Er is iets met mij gebeurd op dat eiland’, zegt Angelo Schuurmans. ‘Ik heb nog steeds die energie van toen. Alles leidt daarnaar terug.’

Alle andere positieve ontwikkelingen zijn hier terug te lezen.