Idfa: Toni Morrison

Bloemist in Princeton

De Groene-dag op IDFA 2019

30 november 10:00, DeLaMar Theater, Amsterdam

Bezoek zaterdag 30 november Idfa met De Groene Amsterdammer: een dagvullend programma met zes films die op het festival in première gaan. Geselecteerd door de redactie van De Groene Amsterdammer - begeleid door interviews met makers en inleidingen door Groene-redacteuren.

Aanmelden

Toni Morrison: The Pieces I Am, 2019, regie Timothy Greenfield-Sanders © Timothy Greenfield-Sanders / IDFA

De ‘room of one’s own’ die Virginia Woolf zich wenste was niet slechts een kamer om in te kunnen schrijven, maar meer nog een ruimte waarbinnen een door vrouwen geschreven literatuur kon ontstaan die zich op geen enkele manier a priori moest zien te verhouden tot de wereld van de man. Als er iemand ooit vanuit Woolfs gedroomde kamer schreef, was het Toni Morrison. De vele reacties op haar werk die de revue passeren in The Pieces I Am, zowel positieve als negatieve, maken duidelijk dat haar grootste verdienste het vinden van zo’n ruimte was.

Vanaf het prilste begin wist ze iets op te eisen dat haar voorgangers niet was gegund. ‘Even Frederick Douglass, he wasn’t talking to me’, zegt ze zelf ergens. Iemand anders noemt Ralph Ellisons Invisible Man als voorbeeld: ‘Invisible to whom?’ Het is niet alleen dat de witte wereld in haar romans hooguit in de marge bestaat en dat haar personages volwaardige levens leven zonder zich tot die beperkte werkelijkheid te moeten verhouden. Haar romans waren voor iedereen, maar ze sprak tegen zwarte mensen. Het was, zegt ze, zoals James Baldwin het ook zo vaak zei: er zit een kleine witte man op je schouder die alles wat je doet en schrijft bekijkt. ‘Sla hem eraf en je bent vrij.’

The Pieces I Am is een wat brave documentaire – noem het traditioneel. Een hoop talking heads en geen grotere ambitie dan de evidente bewonderenswaardigheid van een leven en een carrière voor het voetlicht te brengen: het debuut op 39-jarige leeftijd en het schrijven als alleenstaande moeder van twee kinderen met een veeleisende baan bij een uitgeverij; de lof en de minachting die haar ten deel viel – zelfs nadat ze de Nobelprijs had gewonnen werd ze in de pers hier en daar genadeloos afgebrand.

De grappigste anekdote komt van Fran Lebowitz, die vertelt over een bloemist in Princeton die ergens de hele dag door bloemen moest afleveren. Als hij hoort dat de vrouw die er woont een Nobelprijs heeft gewonnen, vraagt hij: ‘What for?’ Als het antwoord literatuur blijkt te zijn, volgt er slechts een licht teleurgesteld: ‘Oh…’

De film is er nergens op uit onontgonnen gebied te betreden en de ironie is dat Morrison terecht wordt neergezet als iemand die de lezer nooit bij de hand nam, in een film die de kijker alles netjes opdient en uitlegt. Het is misschien niet helemaal een wit publiek waartegen wordt gesproken, maar wat scheelt het?

Dat het nergens saai wordt is te danken aan Morrison zelf. Ze is het stralende middelpunt van de film. Imposant, statig maar op een warme manier, in haar hele doen en laten een natuurkracht. Of ze nu grijnzend opschept over haar taarten, vertederd klinkt als ze zich Muhammad Ali herinnert, of in heldere bewoordingen spreekt over de misdaden die zwarte mensen al eeuwenlang te verduren hebben in wat ook haar Amerika is: een gigantisch hart klinkt in alles door.


Toni Morrison: The Pieces I Am van Timothy Greenfield-Sanders draait in het programma Frontlight. Voor data en tickets zie idfa.nl