Blonde ambitie

Het kan aan mijn beperkte actieradius liggen, maar opeens lijken alle mannen er hetzelfde uit te zien. Ik moet iets specifieker zijn. Alle mannen van pak ’m beet… nu blijven m’n vingers al te lang boven het toetsenbord twijfelen. Leeftijd: rond de dertig denk ik, veertig zou ook kunnen. Jonge mannen zeg maar. Die gewoon nog rechtop lopen, met een zekere trots flair. Zonder buik, recht van lijf en leden.

Kenmerkend voor hun look is vooral hun haardracht: het is opgeschoren, het heeft een lok of een kuif, en er is een hoop baardgroei, snoraanzet zelfs vaak. Het ziet er mannelijk en homoseksueel tegelijkertijd uit. Dat homo­seksuele vooral omdat het zo ontzettend verzorgd is. Het ziet eruit als een look die zorgvuldig en met veel gedoe voor de spiegel bijgehouden moet worden. En het wonder is: iedereen knapt ervan op. Nog nooit zo veel goed uitziende mannen op straat gezien.

Vroeger vond ik mannen die zichzelf in de spiegel bekijken verschrikkelijk. Dat doe je niet, als man zijnde. Hoe onverzorgder, hoe beter. Het blijkt een onverzorgdheid die alleen te tolereren is tot ongeveer het 22ste levensjaar. Nu vind ik dat achterover leunen in een algehele malaise weer vreselijk, van mannen van zekere leeftijd. Die denken dat het overal toch al te laat voor is. Die nog steeds alleen in de spiegel kijken bij het tanden poetsen. Klop die roos van je schouders, haal die haren uit je neus. En je oren. Kleed je een beetje aan. Gooi dat eeuwige jackie weg. Homo.

Aan mijn kapper vraag ik hoe het heet, dat nieuwe mannenkapsel. ‘Detached undercutting’, zegt hij zonder stotteren. Hij zegt het zozeer zonder stotteren dat ik hoop dat ik het goed heb onthouden.

‘En wat is het nieuwe vrouwenkapsel?’ vraag ik. Even ervoor heeft de dialoog zich tussen ons afgespeeld die zich altijd tussen ons afspeelt.

Hij: ‘Wat vond je van de kleur de laatste keer?’

Ik: ‘Goed.’

Hij: ‘En wat doen we met knippen?’

Ik: ‘Klein stukje eraf. Vooral hier.’ En dan wijs ik naar de manen die op mijn rug hangen.

Ooit heb ik durven vragen naar een Marilyn Monroe-look, maar daar ging hij zo enthousiast in mee dat ik op het laatst terugdeinsde. Soms hebben we het over Madonna, tijdens haar Blond Ambition-toer. Ergens ben ik blijven hangen, reiken. Ter hoogte van Kim Wilde zeg maar. Mijn haar is mijn schild, mijn houvast, mijn schuilkelder. Toen ik dat een keer bekende aan iemand met soortgelijk haar keek ze me peinzend aan.

‘Weet je wat jij eens zou moeten doen?’

Het is een vrouwtype. Het type dat je ongevraagd van advies dient. Meestal volgt er dan iets in de trant van dat je een keer zou moeten sapvasten, of bij Cora Kemperman kijken voor een jurk, of opnieuw rijles zou moeten nemen. Maar deze zag ik niet aankomen: ‘Je hoofd eens helemaal kaal laten scheren.’

Volgde een uiteenzetting over hoe heilzaam het is schijnzekerheden overboord te zetten. Jezelf te verlossen van een schijnidentiteit. Erachter te komen dat je haar ook maar schijn is.

Ik weet niet of deze vrouw helemaal het beste met me voor had. Ze keek alsof ze me stante pede een tondeuse ging aanreiken. Dat is vaak een beetje het probleem: vrouwen hebben eigenlijk nooit het beste met elkaar voor. In een toch al tamelijk hatelijke rubriek in Volkskrant Magazine brandde vorige week stijlspecialist Cécile Narinx de wonderschone en immer prachtig geklede Mei Li Vos uiterst lullig af. Ze zou zich niet naar haar leeftijd kleden, daar kwam het op neer. Aan die top wordt het echt nooit wat als de bitches elkaar zo vals de maat blijven nemen.

Ik sputterde, bang voor de tondeuse: ‘Ik weet het niet.’ Terwijl ik het natuurlijk wel wist. Mijn haar is mijn werkelijkheid. Ik ken een vader die zo kwaad werd op zijn puberende dochter die zich een slag in de rondte feestte en spijbelde dat hij ’s nachts op de rand van haar bed ging zitten met een grote schaar en haar haren in één woedende haal afknipte. Hij wist ook dat zijn dochters haar de werkelijkheid was.

Over wat het nieuwe vrouwenkapsel is, moet mijn kapper iets langer nadenken. Wat me niet verbaast. Weten de mannen steeds beter hoe ze er goed uit moeten zien, bij de vrouwen is het een soepzooitje. Of laat ik voor mezelf spreken. Er zit niets meer tussen underdressed en overdressed, lijkt het wel. Vale rafels en teenslippers of glitterjurk met rugdecolleté. In een ingewikkeld gewaad, op de hoogste sleehakken, schrijd ik naar de supermarkt.

M’n kapper is er trouwens uit. Het nieuwe vrouwenkapsel blijkt iets meer karakterisering te vergen.

‘Lang’, zegt hij, terwijl hij met meticuleuze precisie mijn haren op lengte houdt.

‘Warrig’, zegt hij, terwijl hij zorgvuldig wat gel op zijn vingertoppen aanbrengt en vingertopsgewijs m’n haren opschudt.

‘Natural’, zegt hij, en laat me met de handspiegel zien hoe mijn manen m’n rugdecolleté net ietsje meer vrijhouden. Zo lief, die kapper van mij. En slim.