Bloot beginnen

Liefde! Aandacht! Oneindige genegenheid! Wie XTC slikt, wil dat alles geven - èn ontvangen. Heel gelukkig kun je daarvan worden. Maar ook heel depressief
OM DRIE UUR in de nacht komt ze uit haar vaste hiphopclub. Ik kom uit het café. We hebben thuis afgesproken. Als ik de grijns op haar gezicht zie wanneer ze de kamer binnenloopt, weet ik dat we haast hebben: ze heeft een pil tussen haar tanden en terwijl ze naar me opkijkt, bijt ze hem door. Dan neemt ze een slok van de wijn die ik haar aanreik, slikt en opent lachend haar mond om me van haar tong het overgebleven halfje aan te bieden. Ik neem het gehalveerde pilletje over en drop hem. Snel reinigen we vervolgens huis en lichaam om schoon te wachten op de buzz: het moment dat de pil begint te werken en het centrale zenuwstelsel gedurende enige minuten al stuiptrekkend de zintuiglijke gewaarwordingen tot in een razende carrousel opjaagt. Het carnaval der emoties kan beginnen.

Ogenblikkelijk weet ik waarom ik zo verliefd op haar ben, maar hoe moet ik dat in godsnaam allemaal uitleggen. Ik doe een manhaftige poging maar word steeds onderbroken, er moet gezoend. Ik veeg haar uit haar ogen. Ze veegt haar uit mijn ogen. We vegen haar uit haar ogen, alles in slowmotion. Als ze praat, hoor ik het klikken van speeksel. We zijn verliefd. Hoor eens, zo verliefd als wij zijn mensen nog nooit geweest. Onze lichamen golven, tintelen en zweten. We aaien en het vlees voelt rauw, afgepeld. Aaien is niets, behalve als je net XTC hebt geslikt. Onze kleren voelen aan als week karton. We zijn zelf van week karton. Ergens in onze lijven rammelen losgezworven geraamten.
Goeie XTC is hemels, gierende neurotransmitters sidderen door de geest en zwepen het lichaam op. Ze legt een hand op mijn wang en zegt dat ik nu wel heel erg stoned ben, mijn hoofd druipt van het zweet en mijn pupillen zijn zo zwart. Màn, je ziet nog maar een heel klein randje blauw rond de zwarte schotels. Ik vertel haar dat ik me goed voel en alles onder controle heb. Want ik weet heus nog wel wat er aan de hand is en wie ik precies ben. Ik ben namelijk een ijsbeer. Bloot scharrel ik op de gure Noordpool rond. Maar niet voor lang, want door haar word ik gevonden en omhelsd. En dan word ik dus helemaal warm van haar, als het ware.
IN 1987 VERSCHIJNEN in kranten en weekbladen de eerste berichten over een nieuw wondermiddel: de liefdesdrug MDMA, in 1898 uitgevonden te Darmstadt, Duitsland. Het zou om een relatief veilig bewustzijnsverruimend middel gaan waar de gebruiker niet heftig van gaat trippen. Eigenlijk had dit liefdeselixer MPT (spreek uit: empathy) moeten heten, vanwege het enorme inlevingsgevoel in de medemens dat wordt opgewekt, maar om redenen van marketing werd deze benaming veranderd in het flitsender en minder brave XTC (spreek uit ecstasy).
Het avantgardistische deel van het uitgaanspubliek jubelt. Eindelijk is er verlichting voor het zware leven van de kopgroep. De harde wereld zal verdrongen, zelfs verbeterd worden met de komst van de lovedrug. Vrede op aarde, het geluk is slechts één pilletje van ons verwijderd.
In het weekblad Elsevier komen enkele bevrijde geesten aan het woord. Onder de kop ‘Ecstasy moet je geprobeerd hebben’ laten zij weten dat deze liefdespil 'je leven verandert’. Maar wanneer een gebruiker gevraagd wordt de roes voor niet-ingewijden te omschrijven, blijkt dat te veel gevraagd. Dat is net zoiets als iemand die nog nooit verliefd is geweest, proberen uit te leggen wat verliefdheid is.
Hip Holland is laaiend enthousiast; journalisten werpen bloedserieus de vraag op of we ons 'op de grens van een nieuw tijdperk’ bevinden. Het onderzoek van een drugspreventieproject uit Tilburg valt zo positief uit dat besloten wordt de pers niet meer te woord te staan: de resultaten blijken eerder een reclame voor de nieuwe drug.
Tien jaar later is die droom voorbij. De wittebroodsweken van het middel zijn over en de drug van de liefde is op sterven na dood. XTC heeft zijn langste tijd gehad als het middel bij uitstek tegen de geestelijke kwalen van de nieuwe tijd. De voortrekkers in het gebruik zijn overgestapt op de ordinaire Hollandse paddestoel of teruggevallen op de hasj-joint of de cocaïne. Met de hernieuwde belangstelling voor LSD en nog zwaardere tripmiddelen lijkt XTC niet meer te zijn geweest dan de wegbereider van een tweede psychedelische golf.
Meermalen klonk er de afgelopen jaren kritiek door van de bloemenkinderen van weleer. Teleurgesteld constateerden zij dat house en pillen tot niets meer leidden dan een ontsnapping van enkele uren aan de status-quo. Op maandagochtend gaat de innemer weer gewoon naar werk of school en van een echte tegencultuur als in de gouden jaren zestig en zeventig zou geen sprake zijn. De roes zou niet tot diepere inzichten leiden.
Ook blijkt XTC een aantal ongewenste bijeffecten te bezitten. Mensen doen rare dingen met een paar pillen in het lijf. Zo realiseerde vriendin J. zich op 1 januari van dit jaar verbaasd dat ze de vorige avond onder invloed met vier jongens had gezoend, het konden er ook vijf geweest zijn. De plotseling opwellende subtiliteiten in het gevoelsleven kunnen tot situaties leiden waar men later beschaamd op terugziet. Je wordt toch liever niet geconfronteerd met het huilerige relaas dat je de avond tevoren ophing over je dode konijn (kreeg een spuitje toen je acht was) of de goede vrienden aan wie je gewoon kwijt moest hoe erg je er nog mee zat dat je drie jaar geleden iets lulligs over ze hebt gezegd. De depressieve kater die op de ontregeling van de neurotransmitters volgt, is zonder dergelijke ontboezemingen al ernstig genoeg.
Op inzichten met een grootser impact dan dat van Anna, die opeens zag wat ze haar poesje had aangedaan, moet niet gerekend worden. Anna had het beestje juist een paar dagen in bezit toen ze met haar vriend een pil deelde. Ze besloten om door de stad naar zijn huis te lopen. Daar aangekomen werd Anna overvallen door een immens schuldgevoel. Hoe had ze dat ooit kunnen doen? Dat jonge poesje helemaal alleen achterlaten in een huis waar het niet uit weg kon! Snel spoedde ze zich terug naar haar woning en drie dagen later bracht Anna haar poesje naar vrienden met meer verantwoordelijkheidsgevoel.
IN EEN DISCOTHEEK heb ik me boven op een bank teruggetrokken. Of eigenlijk ben ik zojuist kotsend de trap opgevlucht en heb ik de wc’s niet gehaald. De XTC komt van een vriend die zelf een nogal hoge dosering gewend is. Mijn gezichtsveld trilt en schudt net zo hard als mijn lijf. Ik hang achterover en een nieuwe liefde hangt over mij heen. Om de beurt kotsen we stiekem over de leuning van de bank. Wij zijn altijd samen. Bang voor de uitsmijters slaan we telkens wanneer er een langsloopt hartstochtelijk aan het zoenen. Zij aait over mijn gezicht, veegt mijn mond schoon en zegt me dat ze voor me zal zorgen. Van het ene op het andere moment zijn we weer beter en ze legt me uit dat we eigenlijk niet van deze wereld maar één geheel zijn. Deze lichamen zijn slechts twee schaduwen van iets veel groters. Zo is dat, ik geloof haar.
Voor de poging tot een instant eenwording uit de hand loopt, is onze oppasjuf er om te kijken of we verzorging behoeven. We hebben vriendin Ine in deze hoedanigheid aangesteld omdat zij die avond niks neemt. Het is haar taak ons in de gaten te houden en waar nodig te helpen. Ine duwt ons naar buiten en loodst ons naar een café. Ze zet ons neer in een hoekje. Ze haalt twee glaasjes fris voor ons.
En de gabbers dan, de jongelingen die hakkend en zagend elk weekend scheepsladingen van het goedje weten te verstouwen? Duizenden gabbers kunnen toch vrijelijk in een en dezelfde ruimte verkeren zonder elkaar de hersenen in te slaan? Maar het is nog slechts een weinig XTC en vooral een hoop rotzooi wat de gabbertjes tussen hun kaken vermalen.
In Het Boekje XTC: Alles over ecstasy beschrijft Arno Adelaars de effecten van de jacht op XTC (MDMA), de drug die in november 1988 verboden werd. Een verbod overigens dat, kenmerkend voor de vaderlandse drugspolitiek, níet om gezondheidsredenen tot stand kwam. Een woordvoerder van het ministerie van WVC verklaarde: 'Het volksgezondheidsaspect gaf geen aanleiding om het middel te verbieden. Maar in 1987 kwamen er berichten over grote zendingen ecstasy die vanuit Nederland naar andere landen werden geëxporteerd.’
Gevolg: er komt een nieuw middel in de handel, MDEA, een slap aftreksel van MDMA dat het echter goed doet bij de gabbers die het middel als stimulerender en minder soft ervaren. Je kunt er lekker strak op doorhakken. In 1993 wordt ook MDEA verboden.
Gevolg daarvan is weer dat de paddestoel zich in een hernieuwde belangstelling mag verheugen en dat de volhardende slikker voortaan wordt getrakteerd op een onwaarschijnlijke hoeveelheid troep. Hij kan deze laten testen bij de gedoogde (gedoogde, want deze poging om te voorkomen dat de jeugd allerhande levensbedreigende troep slikt, is verboden) testtafels van Safe House, die op de grotere houseparty’s zijn te vinden. De testresultaten van juni 1992 tot juni 1993 laten zien dat nog geen kwart van de geteste pillen MDMA bevatte. Dat wat betreft de kwaliteit; de hoeveelheid MDMA in de 'positief’ bevonden pillen kan niet gemeten worden. Er moet immers wel geslikt.
Het is terecht dat XTC geen MPT heet, want van het grote opgaan in de ander lijkt lang niet altijd sprake. Op coke praat je, op hasj droom je, op paddestoelen lach je, op LSD trip je en op speed en MDEA dans je. En dat spreekwoordelijke saamhorigheidsgevoel van de gabbers dan, die op een feest geen vlieg kwaad doen? De vreedzaamheid zal zeker deels te danken zijn aan XTC en haar slappe zusje MDEA, maar of het groepsgevoel zo anders is dan dat in sommige andere, niet door XTC getekende subculturen, valt te bezien. Het groepsgevoel bij een ruig optreden van plattelandsband Normaal zal net als de eenstemmig-vriendelijke sfeer bij een death-metalconcert nog menigeen verbazen.
BEHALVE IN de versmelting met de housemuziek lijkt de indruk die XTC in de sector kunst heeft achtergelaten, weinig om het lijf te hebben. Toen de kosmos de hippies in de jaren zestig met LSD zegende, was de ervaring van het nieuwe tripmiddel al snel terug te vinden in de kunsten. In de bioscoop kon de eigen ervaring op het doek herkend. Geluidseffecten, typografie en belichting waren getrakteerd op een verfrissende injectie LSD.
Op de doorbraak van de housemuziek na, lijkt XTC verder geen verpletterende indruk op jonge artistiekelingen te hebben gemaakt en is de XTC-ervaring maar sporadisch terug te vinden. Vreemd. Je zou zeggen dat de nieuwe bewustzijnsniveaus, de plotselinge aanhankelijkheid, het heftige orgasme van emoties, het zwemmen, verdrinken in de ziel van de ander vooral voor de literatuur iets meer oplevert dan een beetje een rotgevoel de volgende dag. In Dichters dansen niet beschrijft Serge van Duijnhoven de drug heel mooi, maar helaas slechts een bladzijde lang. Ook Natasha Gerson en Hermine Landvreugd behandelen de drug adequaat, maar kort en ondergeschikt aan het verhaal. Irvine Welsh gaat wel verder, in zijn verhaal The Undefeated: An Acid House Romance raken twee geliefden danzij XTC zwaar aan elkaar verslingerd.
In de film probeert Ian Kerkof het met Naar de Klote! Laat men verhaal en acteerprestaties buiten beschouwing, dan blijft een visueel zeer geslaagde poging over. Indrukwekkender is de film Mister Magic van Guido van Gennep en Marco Vermaas. Hierin wordt een geslaagde poging gedaan, die echter naarmate de film verstrijkt steeds meer de kant opgaat van de verbeelding van een LSD-trip. Van Gennep zei daarover: 'Ik raak niet geïnspireerd van XTC, ik wil alleen maar wanhopig dat mensen me aardig vinden.’
Daar blijken meer mensen last van te hebben. Het hartstochtelijk verlangen naar liefde en aandacht kan, wanneer het niet direct bevredigd wordt, tot eenzame XTC-depressies leiden.
TIJDENS EEN FEEST bevind ik me op een tafel vanwaar ik een warme feestrede afsteek. Ik heb zojuist mijn vijfde pil op rij geslikt en zwetend en klappend met de kaken doe ik een poging het gezelschap te vermaken. Het vormt een dankbaar publiek, want ze zijn even ver heen als ik. Toch blijf ik wanhopige pogingen doen ieders vertrouwen te winnen. Ze moeten aardig tegen me doen. Dat móet, want anders word ik bang. Waarom dat spul dan toch geslikt? Ik kijk naar mijn XTC-maatje in de hoek en ik meen de onzichtbare draden te zien waarmee we aan elkaar verbonden zijn. Hij ziet me ècht. Gewoon wie ik ben en zo, van die dingen - héél diep. En net als elke keer dat ik innam, herhaal ik in mijn hoofd een regel van mijn held: 'Ik wil bloot zijn en beginnen.’