TONEEL

Bloot in de zon

Bij het kanaal naar links

Gedurende de laatste 55 lange seconden van de voorstelling Bij het kanaal naar links (tekst, regie en scenografie: Alex van Warmerdam) houden wij collectief onze adem in. Wij, dat zijn de zo'n 850 toeschouwers in de Hamlet-zaal van schouwburg Het Park in Hoorn op de avond van 12 mei. Wanneer het licht dooft waait er een collectieve huiver door het publiek, als na een duister stuk van Maurice Maeterlinck, een Waalse symbolist in wiens teksten uit de voorvorige eeuwwisseling het ruisen van de zwarte mantel van de Dood hoorbaar was. Dan is het heel even stil, enkele seconden. Onder een orkaan van applaus komen de zes toneelspelers op. Zij grijnzen. Ons hebben ze vanavond veelvuldig laten lachen. Maar dat lachen, dat is ons tegen het eind van die negentig minuten vergaan.
De speelvloer is een strenge, licht hellende rechthoek, met erachter een doek dat een mix lijkt van Matisse en Kiefer. Links en rechts staan aan beide kanten van de bühne een bed, een tafel, wat stoelen, rechts achter een hoge opbergkast, links achter een soort tuinhuisje dat je kant-en-klaar koopt bij Intratuin of Praxis - maar een echte Van Warmerdam hebben ze daar vast niet. Links woont de uitgedunde familie Bouman, waarvan alleen vader Lou en zoon Lucien nog over zijn. Rechts woont de familie Meyerbeer, vader Arnold (die bij de politie werkt), zoon Machien (die eindeloos knutselt in het tuinhuisje), moeder Christientje (die lijkt te leven op water en bètablokkers) en dochter Angelique, die graag bloot in de zon ligt. De buren hebben oude vetes die moeten worden geruimd, want ze gaan elkaar nodig hebben, de Boumans en de Meyerbeers. Christientje is alvast voornemens bij de Boumans te gaan werken in een onheldere administratieve functie. Lucien Bouman heeft andere zorgen: hij houdt zijn bangige maar praatgrage vader in een terroristische wurggreep. En hij wil de dochter van de buren neuken. Tot instandhouding van de soort. De witte soort, om precies te zijn, de ongekleurde, de van smetten vrije.
Over de urgentie daarvan worden wij mondjesmaat, in kleine porties geïnformeerd. De hele wereld (behoudens het blanke deel) lijkt in deze door een kanaal doorsneden omgeving neergestreken. Je hoort hun aanwezigheid in een alle grenzen van het menselijk gehoor aftastende geluidswal (ontwerp: Robert van Delft, een Oscar die man!), je ziet ze niet maar ze zijn er, zoveel is zeker, de Paki’s en de Roemenen, de Congolezen en de Albanezen. Alle zenuwen van de zes wel zichtbare personages worden erdoor beroerd en alles zal aankomen op die ene daad, de inseminatie, gestimuleerd door dat ene zinnetje dat Christientje zegt, zo tegen het eind, als een onthulling die als bevrijding is bedoeld maar niet zo werkt: ‘Hij wil onze soort redden.’
De voorstelling oogst zoals gezegd veel lachsalvo’s. Maar in de loop van die tergende, o zo sinistere, haar geheimen bijna terloops en soms met de rem erop, als het ware met tegenzin, prijsgevende vertelling, sterft die lach in ons strottenhoofd, slikt zichzelf weg. O ja, niet vergeten: er wordt van god gegeven, allemachtig prachtig, keelsnoerend kaalgeslagen toneelgespeeld. Dit behoort tot het beste wat de afgelopen veertig jaar Nederlands theater heeft opgeleverd. U moet snel zijn, als u tegen uw kinderen en kindskinderen wilt kunnen zeggen: ik was erbij, ik heb ze nog gezien. Ze dragen al meerdere namen, de kunstenaars van deze troep, voor de onderduik ongetwijfeld: Mexicaanse Hond, Olympique Dramatique, Toneelhuis, Orkater vooral. Bij gelijkblijvend cultuurbeleid van de zittende regering zal dit toneel namelijk definitief afsterven.

Bij het kanaal naar links is gekozen tot een van de beste producties van het seizoen voor het aankomend Theaterfestival in september, door een jury onder leiding van Clairy Polak. Het stuk is nog te zien in Amsterdam, Arnhem, Zoetermeer, Deventer, Alphen aan de Rijn, Gouda, Groningen, Den Haag, Den Bosch, Hoofddorp, Almere en Maastricht. www.orkater.nl