Blote sjef

Die Sjefke. Groot interview in de Volkskrant. Hij vernietigt het Rademakers-archief vanwege te hoge bewaarkosten, maar ook omdat het paarlen zijn die hij ons zwijnen niet gunt. Ooit schoot hij, net als Ischa in diens theaterkritieken, uit het duister als een komeet naar het zenit, onderweg in De Haagse Post alle programma’s die hem voor ogen kwamen tot de grond toe afbrandend.

Beiden begaven zich na een korte recensentenloopbaan op het terrein van de verpletterde vijand en plantten zelf op de verschroeide aarde boompjes in de vorm van toneel- respectievelijk televisieprogramma’s. Moedig, dat is zeker. Maar Ischa’s recht van spreken bleef, dank zij verbluffende ijver (het zingen lukte steeds beter), een zekere mate van talent (al was dat voor zaken buiten het theater veel groter) en bovenal ontwapenende integriteit, heel wat meer overeind dan dat van Sjef. Dunkt me. Nee, Rademakers heeft niet uitsluitend troep gemaakt, maar wel ontzettend veel.
Ik gun elk mens het recht te veranderen, van aard, geslacht of opvatting, en vaak denk ik ook dat ik mijn liedje al veel te lang zing, maar altijd weer overvalt me hevige gêne wanneer iemand met hetzelfde aplomb waarmee hij vroeger, pakweg, het socialisme verdedigde, nu de zegeningen van de markt prijst; of wanneer iemand die met grote gaven van het woord anderen van wansmaak en -kwaliteit betichtte, zelf later met vergelijkbare, soms nog ergere produkten op de markt komt. In Rademakers’ geval is de gêne nog groter: als je je principes overboord gooit, het grote geld pakt en verder je muil houdt - alla. Maar bij hem is de cirkel rond: hij start als moordend criticus, maakt vervolgens (onder meer) troep, pakt het geld, treedt uit en ramt dan even hard om zich heen als in z'n jonge jaren, onder het motto dat anderen veel erger zijn dan hij. Nog even welbespraakt en snijdend, nog even raak als destijds, nog even waar - alleen, dat recht van platbranden, neersabelen en executeren heeft hij lang geleden en voorgoed verspeeld. En allemachtig, wat zitten er tegenwoordig ongelooflijk veel meisjes (door Sjef steevast, pars pro toto, naar hun geslachtsorgaan genoemd) aan de telefoon van omroeporganisaties die zo jong, dom en achterlijk zijn dat ze niet weten wie Rademakers is.
Nee, het komt nooit meer goed - met de televisie, met de mensheid. Dan mag je nog zo vaak miljonair zijn en in Vlaanderen wonen (niet eens zozeer om het belastingklimaat hoor, maar omdat je je als kind al veel meer thuis voelde in Antwerpen wanneer je daar met papa kwam) en je eigen burcht bouwen waarmee je de weer- zinwekkende wereld buiten houdt, maar gelukkig word je daar kennelijk niet van. Wat moet je ook, met al die armzalige Hollandse buren, bedrijfsleven-miljonairs, die niet als jij gefascineerd zijn door de negentiende eeuw. Want Sjef is niet van de straat. Al maakte hij wel programma’s die erg weinig met de negentiende eeuw en veel met laat-twintigste-eeuwse wansmaak te maken hebben. Voor Klasgenoten verdient hij alle lof. Maar het predikaat ‘smaakvolle erotiek’ dat hij toekent aan zijn blote-meidenprogramma’s, roept de verbijsterde vraag op wat 'smaak’ dan wel moge betekenen. En je gelijk halen door naar treurige porno van SBS6 te verwijzen, wekt een wel heel armoedige indruk.
Maar goed, hij is binnen en ik schrijf nog steeds machteloze stukkies. Het zal wel weer kinnesinne wezen.