Blozend stel legt een angstcultuur bloot

Een angstcultuur heerste er bij Talpa, de faculteit pedagogiek in Leiden, de kno-afdeling van het UMC Utrecht, de gemeente Midden-Drenthe, de politie, Ikea, in callcenters – het is slechts een kleine greep van gevallen die de laatste jaren het nieuws haalden. En nu dus het Openbaar Ministerie (OM).

Als de bom eenmaal barst, zie je eigenlijk eenzelfde patroon. Werknemers voelen zich al jarenlang door leidinggevenden niet gehoord en geïntimideerd, ze zijn bang om er ‘iets’ van te zeggen vanwege mogelijke gevolgen voor hun loopbaan. De bron van de angst is vaak een autoritaire leider (m/v) die een entourage van jaknikkers heeft gecreëerd die top-down de werkvloer besturen. En dat ‘íets’ kan van alles zijn. Vriendjespolitiek, corruptie, cijfermanipulatie, machtsgedrag of zoiets banaals als een heimelijke liefdesrelatie. De cultuur eromheen van roddelen, zwijgen of uit wanhoop lekken naar de pers is een symptoom van een verziekte organisatie. Medewerkers zitten overspannen thuis of durven fouten niet te melden. Veel mensen zullen dit herkennen.

Het OM is uiteraard geen callcenter of een interieurbedrijf maar heeft als onderdeel van het ministerie van Justitie en Veiligheid een voorbeeldfunctie. En daaraan heeft het volgens het vorige week verschenen onderzoeksrapport naar de heimelijke relatie van twee hoofdofficieren geschort: een gebrek aan daadkracht en ‘ethisch leiderschap’, waardoor er ‘schade is toegebracht aan het gezag van en het vertrouwen in het College van procureurs-generaal’. Heel pijnlijk voor de duizenden goed functionerende medewerkers.

De aanbevelingen in alle rapporten over een angstcultuur zijn hetzelfde

Een ‘intieme relatie’ kan natuurlijk niet tot zo’n harde conclusie leiden. Op werkvloeren vliegen nou eenmaal vonken over en als daar een relatie in welke gedaante dan ook uit voortkomt moet dat volgens de mores worden gemeld, al is dat nog zo penibel als er huwelijkse trouw op het spel staat – wat juist weer de reden is om het stil te houden. Omdat iedereen het toch wel merkt als twee blozende collega’s zich gedragen als twee handen op één buik ontstaat er irritatie. Niet per se vanwege de (schijnheilige) moraal, maar omdat het professioneel ondermijnend is.

Bij het OM ging het verder: de één stond hoger op de ladder en honoreerde de ambities van zijn lager geplaatste geliefde met een hogere functie (hoofdofficier) waardoor andere kanshebbers twijfelden over de eerlijkheid van de procedure, hoewel diegene goed gekwalificeerd was. Ze namen het bovendien niet nauw met de integriteitsregels, zoals het gunnen van een opdracht aan een zwager. Rond de ‘geheime’ relatie hing de geur van belangenverstrengeling, de geruchtenmolen draaide op volle toeren en de top van het OM wist het etterende gezwel niet te verwijderen. De hoogste baas kon niet op tegen ‘Francis en Claire Underwood’, zoals ze ergens in de pers zijn genoemd.

De gênante kwestie is inderdaad symptomatisch voor een dieper probleem. Eerder dit jaar kwam het ministerie zelf in het nieuws vanwege een angstcultuur. Het rommelt er al langer, de organisatie is gesloten, conservatief, inert en gaat niet ‘met de tijd mee’. Tel daarbij op bezuinigingen, en er ontstaat een spanningsveld met de core business: de rechtspraak, het reilen en zeilen van de rechtbanken en zelf onkreukbaar bestuur uitdragen.

De aanbevelingen in alle rapporten over een angstcultuur zijn hetzelfde: behalve de rotte appels eruit gooien, een vertrouwenspersoon serieus nemen, vastgeroeste functies ter discussie stellen, intimiderend gedrag van paradepaardjes niet tolereren en kritiek op de leiding formeel regelen. Een externe visitatiecommissie instellen. Ga er maar aan staan als minister, om de bezem door de Augiasstal te halen.