Blue Labour: een nieuw perspectief voor de sociaal-democratie?

‘A deeply conservative socialism which places family, faith and work at the heart of a new politics of reciprocity, mutuality and solidarity.’ Zo beschreef Maurice Glasman zijn idee voor een blauwe Labour Party, oftewel Blue Labour. Glasman had zijn ‘eureka-moment’ in april 2009. Hij stelde zich met name de vraag waarom het Labour-electoraat in dertien jaar zo drastisch was geslonken; Labour verloor de stem van liefst vier miljoen Britten. In navolging van de Big Society van David Cameron en Phillip Blond heeft Glasman getracht een overkoepelend postcrisisverhaal te bedenken om de samenleving op drastische wijze opnieuw vorm te kunnen geven.

Glasmans radicale ideeën hebben geleid tot een hevig debat, zowel binnen als buiten de partijpolitiek. Maar is Blue Labour een aanvaardbaar alternatief voor Labour? Is het niet gewoon een slap aftreksel van Blonds Red Tory? Of kan het uitgroeien tot een nieuwe ‘Derde Weg’ en biedt Blue Labour de sociaal-democratie juist perspectief?

Mensen hebben behoefte aan grote ideeën en verhalen en politieke theoretici hebben de neiging te beantwoorden aan die behoefte. Sinds Cameron zijn plan voor een zogenaamde Big Society - een samenleving waarin de (lokale) gemeenschap in plaats van de staat centraal staat - lanceerde, raakt het Verenigd Koninkrijk steeds meer in de ban van 'big ideas’. Na de val van de Berlijnse Muur, en daarmee de ineenstorting van het communisme en de overwinning van het liberalisme, leek het een tijdperk van ideologieën voorbij. Toch is er anno 2012 een enorme vraag naar een postcrisisverhaal, een semiblauwdruk die men kan gebruiken om de samenleving opnieuw vorm te geven.

Maurice Glasman heeft geprobeerd een postcrisisverhaal te bedenken. Zijn Blue Labour-idee ageert allereerst sterk tegen de naoorlogse welvaartsstaat. Het individualisme van links heeft Labours echte waarden 'verduisterd’. Als een gevolg daarvan is de samenleving als 'functioning moral entity’ verdwenen. Glasman geeft de schuld aan sociaal-democraten als Nye Bevan and Clement Attlee, grote namen uit de geschiedenis van de Labour-partij die een aanzienlijke bijdrage hebben geleverd aan de wederopbouw van het Verenigd Koninkrijk na de Tweede Wereldoorlog. Volgens Glasman is de welvaartsstaat debet aan de ondergang van de gemeenschap. De gecentraliseerde, technocratische en bureaucratische staat heeft een cultuur van onverantwoordelijkheid ten opzichte van de gemeenschap teweeggebracht. Labour als partij op haar beurt is vervolgens een staatgeoriënteerde organisatie geworden en heeft haar traditionele waarden uit het oog verloren. Dit culmineerde volgens Glasman in het 'managerialism’ - een sterke top-down-benadering van maatschappelijke problemen - van New Labour onder Tony Blair in de jaren negentig, ondanks het streven van de laatste naar een postbureaucratische staat.

Blue Labour heeft dus iets tragisch nostalgisch. Glasmans idee is vooral gericht op het heroveren van Labours oorspronkelijke terrein. In een voorwoord voor een e-book over Blue Labour concretiseerde partijleider Ed Miliband dat terrein: It’s our families, friends and the places in which we live that give us our own sense of belonging.’ Blue Labour wordt gekarakteriseerd door een moderne vorm van communitarisme waarin de lokale behoeften van mensen worden herkend en erkend. Een 21ste-eeuwse Sehnsucht naar houvast in onzekere tijden.

Opvallend zijn de overeenkomsten met Philip Blonds concept van de zogenaamde Red Tory. In zijn boek Red Tory : How Left and Right Have Broken Britain and How We Can Fix It zet Blond zich af tegen zowel links als rechts. Links probeerde de samenleving vorm te geven via de staat - uiteindelijk resulteerde dat in individualisme - terwijl rechts sterk geloofde in het primaat van de markt. Blond, die Camerons enigszins in het slop geraakte Big Society filosofische rugdekking geeft, wijst net als Glasman een schuldige aan: 'It’s liberalism that lies behind the unhinging of both the left and the right.’ (RSA-lezing, Red Tory, the future of progressive Conservatism, 6 april 2010). Het sociaal liberalisme van links is uiteindelijk overgeslagen op rechts waar het zich heeft ontwikkeld tot economisch liberalisme. De combinatie van de twee heeft gezorgd voor 'politieke eenheidsworst’. Overigens heeft Blond een voor liberalen zeer aanvaarbare oplossing: het liberalisme moet (weer) sterker gekoppeld worden aan het algemeen belang.

Een liberaal die zichzelf serieus neemt, kan echter weinig beginnen met de ideeën van Glasman. Los van het feit dat de afwijzing van het primaat van het individu lijnrecht ingaat tegen de idealen van de Verlichting en de basisideeën van het liberalisme laat Blue Labour te weinig ruimte voor een compromis. Glasmans nostalgische radicalisme schiet te ver door en vindt daardoor geen aansluiting bij de politieke, liberale realiteit. Dat is onnodig aangezien liberalen in essentie niet het tegenovergestelde van 'small-c conservatism’ zijn. Een vorm van 'mild conservatisme’ in combinatie met socialisme en communitarisme is echter een verloren zaak. Het is Glasmans ideologische cocktail die een zichzelf respecterende liberaal doet afhaken.

Net als Glasman schuift ook Blond de welvaartsstaat de zwartepiet toe. De bewoordingen zijn anders, de strekking is hetzelfde. De welvaartsstaat heeft de samenleving volgens Blond 'genationaliseerd’. De samenleving werd overbodig omdat de staat de rol van 'grote verzorger’ op zich nam. Individuen werden op deze manier hun eigen politieke en economische 'centrum’. Dit heeft volgens Blond geleid tot 'self sufficient individualism’, een situatie waarin het individu slechts voor zichzelf dient te zorgen en buiten de gemeenschappelijke context wordt geplaatst.

Glasman heeft de gedachtegang van Blond dus grotendeels overgenomen en toegepast op Labour. Net als Blond wijst hij de twee paradigma’s die het Verenigd Koninkrijk na de oorlog hebben gevormd, de staat van links en de markt van rechts, af. Het is echter de globalisering die veel invloed heeft gehad op een groot deel van het (oorspronkelijke) electoraat van de sociaal-democraten in het algemeen en Labour in het bijzonder. De sociaal-democratische kruisvaarder René Cuperus noemde dit deel van het electoraat al de 'verliezers van de globalisering’. In veel opzichten is Blue Labour daarom extreem reactionair. De globalisering heeft voor een 'sociaal-democratische reflex’ gezorgd. Het sociaal-democratisch electoraat, voorzover dat nog bestaat, is het meest geraakt door ontwikkelingen (met name de internationalisering van arbeid) die onder de noemer globalisering vallen en Blue Labour is daar een geconcretiseerde reactie op.

Als gevolg van de globalisering staat het 'lokale’ nu in een sterker contrast met het 'globale’ dan ooit tevoren, zoals ook essayist en NRC Handelsblad-_columnist Bas Heijne uiteenzette in de laatste Socrates-lezing (14 december 2011). Onherroepelijk leidt deze constatering tot vraagstukken aangaande immigratie en multiculturalisme, waarvan de laatste door Glasman werd omschreven als _'the big monster that we don’t like to talk about’. De 'oplossing’ van Glasman liegt er niet om: een complete stop op immigratie. Glasman kreeg harde kritiek op deze stellingname en even leek hij terug te krabbelen. Tijdens het laatste Labour-congres herhaalde hij zijn woorden echter ondubbelzinnig. Eigenlijk is dit radicalisme niet zo gek. Immigranten die naar het Verenigd Koninkrijk komen om tegen lage lonen - in vergelijking met wat ze in hun land van herkomst verdienen is het echter veel meer - bedreigen het traditionele Labour-electoraat. 'Echte’ Britten verliezen zo hun baan aan Polen en Bulgaren die bereid zijn voor een lager loon te werken. Het tegengaan van deze ontwikkeling past perfect in Glasmans nostalgische wereldbeeld. Het zet echter vooral vraagtekens bij zijn opvatting van solidariteit. Solidair als het gaat om de eigen aanhang maar kil pragmatisch ten opzichte van immigranten?

Zowel Blond als Glasman verwerpt het doorgeschoten economische vrijemarktliberalisme. Glasman wijst ook nu weer naar New Labour. Blair en Brown hadden een te beperkte visie op de markt. Voortbordurend op het werk van de Hongaarse politiek econoom Karl Polanyi stelt Glasman bijvoorbeeld dat een te flexibele arbeidsmarkt een liberale overtuiging is die niet kan werken voor een groot deel van de bevolking. Mensen beslissen niet zo makkelijk of ze van baan veranderen of niet. Als we verder uitzoomen zien we dat Blue Labour zelfs impliciet vraagtekens zet bij het kapitalisme. De markt dient in ieder geval sterk te worden gecontroleerd en moet niet gezien worden als een autonome institutie. Glasman formuleerde dat treffend in een briefwisseling met Blond in Prospect (The Prospect debate: red Tory vs blue Labour, april 2010): 'Financial capital is a real beast. It demands obedience. As such it requires firm rules, interfering institutions and strong relationships to tame it.’ Het erkennen van het probleem van het gevaar van een situatie waarin de markt zich gaat gedragen als een onhandelbaar en volledig autonoom beest, een gevaar waar ook historicus Philipp Blom (auteur van Het verdorven Genootschap, de vergeten radicalen van de Verlichting) recent op wees ('Een nieuwe Verlichting, hoop in tijden van crisis’, De Groene Amsterdammer, 7 december 2011), is een voor een groot deel toe te juichen ontwikkeling. Glasman zet in die zin overtuigend een dikke streep onder het neoliberalisme.

Blue Labour is radicaal traditionalisme. Radicaal - Blond zette hier overigens vraagtekens bij in de eerder genoemde briefwisseling tussen hem en Glasman in Prospect - wat betreft de veranderingen die het teweeg wil brengen, traditioneel wat betreft het uiteindelijke doel. Het is blauw omdat het arbeid, de lokale omgeving en (onderlinge) solidariteit als essentieel ziet voor een goede samenleving. Glasman is ervan overtuigd dat Blue Labour een alternatief voor Labour en, meer omvattend, de sociaal-democratie kan zijn. Er zijn drie redenen om daar vraagtekens bij te zetten.

Ten eerste bouwt Blue Labour te veel op een romantische, nostalgische (letterlijk vooroorlogse) gedachte. Het is de vraag of Glasman het verwachtingsvolle electoraat geen rad voor ogen draait. In een artikel in The Guardian ('Blue Labour Is Already too Blue, april 2011) stelde journalist Billy Brogg treffend dat Glasmans idee eigenlijk een 'idealized insular vision of the past’ is. Het verwijt van Ed Miliband aan het adres van David Cameron - 'he’s out of touch with (…) reality’ - lijkt ook van toepassing op Glasman. Blond overtreft Glasman in deze omdat hij op een vaak overtuigende wijze de huidige situatie weet te verbinden met zijn idee van een big society.

Ten tweede is het moeilijk om Glasmans ideeën uitwerking te geven omdat hij zowel de staat als de markt verwerpt (hetzelfde geldt overigens voor Blond). De vraag doemt dan op hoe hij vorm wil geven aan het versterken van gemeenschappen. Het terugdringen van de staat leidt tot een versterking van de positie van de markt en vice versa. Wil Glasman de samenleving opnieuw vormgeven met behulp van (of zelfs door middel van) de staat? Blond erkende dit probleem in een artikel in New Statesman ('Dave must take the Red Tory turn’, 2 oktober 2011) en betreurde de _laissez-faire-_benadering van de regering-Cameron wat betreft de Big Society. Blue Labour heeft behoefte aan een innovatieve geest.

Tot slot heeft Blue Labour een te sterk politiek karakter. Glasmans manier van denken laat, zoals ik eerder schreef, weinig ruimte voor andere stromingen. Van rechts-liberaal tot centrum-links, ze deugen allemaal niet. Ook in dit opzicht is Blue Labour vergelijkbaar met Blonds Red Tory. Blonds theorie uit zich echter in het meer kneedbare idee van de Big Society. De politieke realiteit zal Blue Labour-aanhangers daarom onvermijdelijk dwingen tot nuance, zeker als het gaat om immigratie en de multiculturele samenleving.

Veranderingen gaan razendsnel en de politiek, zeker de sociaal-democratie, kan haar maar amper bijbenen. De poging van Maurice Glasman om een samenleving te schetsen die radicaal anders is dan huidige is geslaagd. Ik denk echter dat de echte sociaal-democraat moeite heeft met Blue Labour. Domela Nieuwenhuis zei ooit over de SDAP dat ze uiteindelijk zou ontaarden in een 'doodgewone hervormingspartij’. Wellicht dat dit de wilde ambities van sommigen niet kan temperen, maar het zegt ongelooflijk veel over het wezen van de sociaal-democratie.

Op maandag 30 januari spreek Lord Glasman in De Balie te Amsterdam


Daniel Boomsma studeert Rechten aan de Universiteit van Amsterdam en is hoofdredacteur DEMO Magazine.