Blurb

Zo langzamerhand wordt het moeilijk een boek te lezen dat niet bij voorbaat door Herman Koch is doodgeknuffeld. Zo'n beetje alle uitgeverijen weten hem te vinden om even iets koopopwekkends te zeggen over willekeurig welke schrijver, waarmee zijn aanbevelingen in ras tempo aan het devalueren zijn.

‘Verplichte kost!’ staat er gedrukt op de cover van een roman die De klap heet, van de mij onbekende Christos Tsiolkas. Aldus, en dat staat er dan in kapitale letters achter, Herman Koch. Over Ernest van der Kwasts Mama Tandoori was hij ook al zo enthousiast: Salman Rushdie was er niks bij, als ik me zijn aanbeveling (‘blurb’ heet dat in uitgeverskringen) goed herinner. De roman van Arjan Visser die vorig jaar uitkwam, Paganini Park, was ‘niet neer te leggen’ of ‘een meeslepende leeservaring’, iets in die trant. Ik weet niet welke belangen hierbij gemoeid zijn, maar gezien de reikwijdte van de markt zullen die wel te verwaarlozen zijn. Ik zie bij iedere blurb vooral het in verlegenheid gebrachte hoofd van Koch voor me; uit pure opgelatenheid of vage vriendendienst hoest hij maar weer een dooddoener op.
Volgens mij is uitgeverij Prometheus ooit begonnen met auteurs elkaar voor publicitaire doeleinden te laten bewieroken. Ik weet nog hoe verbaasd ik was dat Connie Palmen met een royaal ‘welkom bij de club!’ Ingrid Hoogervorst in de prospectus van de uitgeverij (misschien was het ook wel De Bezige Bij) binnenhaalde als nieuw literair talent. Allereerst verbaasd omdat ik, naïef, dacht: hè, heeft zij het al gelezen dan? en daarnaast omdat ik toch een beetje vond dat de koningin zich ernstig encanailleerde. Inmiddels wordt het zo vaak gedaan dat het lachwekkend slash ergerlijk is, zeker als je voortdurend dezelfde marktkooplui aan het werk ziet.
Op de heruitgave van een roman van de Italiaanse lieveling Ammaniti had Koch ook al iets jubelends af laten drukken, samen met Kluun en Saskia Noort overigens. Ook zoiets. Koch, Kluun, Noort. Wie hoort er in dit rijtje niet thuis? Of zou uiteindelijk iedereen elkaar omarmen, ongeacht waar je vandaan komt en ongeacht wat je van elkaar vindt? Is ‘succes’ de grote bindende factor? Niet de afkomst telt, maar de toekomst, was de verkiezingsleus van de PvdA tijdens de gemeenteraadsverkiezingen. Zo'n foute, weeïg toedekkende leus, dat je meteen weer weet waarom je nooit ofte nimmer PvdA moet stemmen. Terwijl het zo'n goed idee leek ooit, want wat is meer vertrouwenwekkend dan een persoonlijke, enthousiaste aanprijzing, bij voorkeur van iemand die je kunt verdenken van enige smaak?
Ik merk bij mezelf een lichte verschuiving in dit opzicht. Hoe meer blurbs van hotemetoten op een cover, hoe sneller ik al gegeten en gedronken heb. ‘Herman Koch kon er niet doorheen komen’, dat boek zou ik inmiddels wel eens willen lezen.
Zelf word ik een steeds grotere fan van de anonieme recensie, zoals die bijvoorbeeld te lezen zijn in de VPRO-gids. Iedere week staan er drie korte, puntig geschreven signalementen van nieuwe boeken onder elkaar. Fictie, non-fictie, buitenlands, en af en toe iets Nederlands. Het ego van de recensent is op geen enkele manier in het geding, niemand probeert leuker of slimmer te zijn dan degene over wie hij schrijft. Belangeloos enthousiasme en oprechtheid, het zijn moeilijk grijpbare zaken, maar ze lijken in die korte besprekingen voorop te staan. De verloren dochter van Elena Ferrante? Ik had deze pijnlijk mooie roman anders nooit ontdekt, en ik zit nota bene boven op de boekenberg. Al een paar keer ben ik met zo'n stukje in de hand naar de boekhandel gesneld, en nimmer ben ik teleurgesteld. Deze week moet ik achter Kevin Brooks aan, zo begreep ik.
Net even anders maar wel in het verlengde hiervan: ongeveer een maand geleden las ik een korte recensie van een cd in de Volkskrant. De naam van de recensent staat altijd helemaal onder aan de rubriek, en is er bij het uitscheuren vanaf gevallen. Ik denk Gijsbert Kamer, en anders Menno Pot. ‘Alles aan dit album klopt’ luidde de kop. Ik had nog nooit van de muzikant gehoord - John Grant - maar heb op grond van dit stukje onmiddellijk de cd aangeschaft. Wat blijkt twee weken later? Queen of Denmark van John Grant is van niets op de eerste plaats gekomen van de top-tien best verkochte cd’s. Was Grant al een grootheid of is dit de macht van een op geen enkele manier terughoudende recensie waaruit toch onderscheidend vermogen spreekt? Ik citeer de eerste alinea: ‘Een enkele keer verschijnt er een album waaraan echt alles klopt, zo'n album dat je jezelf doet afvragen hoe je ooit zonder hebt gekund. Je zet ’m op en sluit direct vriendschap met de stem van de zanger, de arrangementen, de liedjes en de teksten. Alles klinkt nieuw en toch vertrouwd.’
Een droomaanbeveling. Zo'n boek zou ik nog wel eens willen lezen, nou ja, liever schrijven natuurlijk.