BMX-fietsen

De nieuwe Netflix-serie Stranger Things, over vreemde ontwikkelingen in het leven van de inwoners van een stadje op het platteland van Indiana, is een ode aan het werk van de Amerikaanse regisseur Steven Spielberg, wiens werk deze zomer centraal staat in een retrospectief in filmmuseum EYE te Amsterdam.

Het verhaal begint wanneer de 12-jarige Will spoorloos verdwijnt en zijn drie vrienden op hun BMX-fietsen op zoek gaan naar hem. Ze vinden hem niet, maar ze stuiten wel op een meisje dat over bovennatuurlijke krachten beschikt. Ze verstoppen haar in het huis van een van de vrienden terwijl de speurtocht naar Will voortduurt.

Wills moeder, Joyce (Winona Rider), vreest dat er iets ergs met haar zoontje is gebeurd. Maar dan lijkt ze ‘contact’ met hem te kunnen leggen via het stroomnetwerk van haar huis. Iedereen denkt terecht dat ze gek wordt, maar het feit dat er een legerbasis in de buurt is waar men allerlei experimenten uitvoert, werpt nieuw licht op de zaak.

Veel in de eerste drie afleveringen van Stranger Things verwijst direct naar het vroege werk van Spielberg, vooral naar E.T. the Extra-Terrestrial (1982). Maar het sterkste aan de serie ligt in de wijze waarop alle sciencefiction-hocus-pocus slechts dient als vorm voor herkenbare, menselijke motieven: enerzijds de angsten van tieners (de eerste keer seks hebben, acceptatie en uitsluiting op school, de wereld als plek vol figuren en gebeurtenissen die je niet kunt begrijpen), anderzijds de onzekerheden van volwassenen (schattige kinderen die tieners worden en daarmee van de ene dag op de andere veranderen in vreemde wezens, en hoe je dán nog kunt of moet functioneren als ouder en als mens).

Het gezin in crisis — daarover gaat Stranger Things, en daarover gaan ook min of meer alle films van Spielberg. Als deze regisseur ons iets heeft geleerd over ouders en kinderen dan is het dat de kloof tussen beiden onoverbrugbaar is. Ze snappen elkaar niet, en uiteindelijk kiezen ze voor zichzelf. Misschien uit zelfbehoud, misschien vanwege het besef dat het verleden nooit kan worden teruggehaald, hoe zoet de herinneringen ook zijn.

Neem de midlifecrisis van hoofdpersoon Roy Neary (Richard Dreyfuss) in Close Encounters of the Third Kind (1977), die ik altijd fascinerend heb gevonden. Hier hebben we een man die vrouw en kinderen achterlaat en zonder blikken of blozen in een ruimteschip met aliens stapt, om goedbeschouwd nooit meer terug te keren. Met zijn relatie met die schreeuwerige vrouw van hem komt het nooit meer goed, zoveel is duidelijk, maar heel erg hard is dat hij op dat moment ook zijn kinderen laat vallen. Neary is een man die de volwassen wereld — het ouderschap, zijn werk, zijn relatie met zijn echtgenote — simpelweg niet aankan. Deze persoonlijke tragedie ligt vlak onder de oppervlakte van de spanning en sensatie die de sciencefictionelementen bieden, waarmee de raakpunten tussen Spielberg en Stranger Things duidelijk zijn.


Stranger Things is nu te zien op Netflix; Steven Spielberg, meesterverteller is nog tot 31 augustus te zien in EYE.