Kees ‘t Hart

Bob Dylan

Eind 1974, vlak voor kerst, ging in Minneapolis bij Kevin Odegard de telefoon, het was zijn vriend David Zimmerman, de broer van Bob Dylan. Of hij in Minneapolis een paar muzikanten kende, voor een opname. Hoe bedoel je? Nou, mijn broer Bob is in de stad en hij baalt een beetje van de opnamen van zijn laatste plaat en wil die opnieuw opnemen. Bob Dylan zelf, is die in de stad? Ja. Nou, ik zal zien wat ik kan doen. Maar het moet wel snel want de plaat moet over drie weken uitkomen. De hoes is al klaar.

Aldus ging het gesprek. Kevin raakte niet in paniek, zocht een paar mensen bij elkaar met wie hij weleens had gewerkt, plaatselijke jongens — hij zei maar niet waarvoor het was. En dus reden ze gezamenlijk op 27 december naar de Sound 80 Studios in Minneapolis, David reed mee. En daar zat-ie dan, Bob Dylan, verrek hij was het nog ook, hij zat ergens bij een piano teksten te schrijven, kwam een handje geven. Hij zag er ongelofelijk rommelig uit, precies zoals op de foto’s. En na wat heen en weer gepraat over hoe het moest en zou, wat het gevoel van het lied was, gingen ze los, met Idiot Wind. En het ging perfect, ze kregen het niet op hun zenuwen, ze namen nog een paar nummers op, allemaal in een take, Bob was tevreden.

De tweede sessie was twee dagen later en toen kwam Dylan aanzetten met een nieuwe tekst, Tangled Up in Blue. Hij speelde het in G voor, net zoals hij het gespeeld had bij de eerdere opnamen, een paar maanden daarvoor in New York. Hoe vind je het, vroeg hij. «Het gaat wel», zei Odegard. Nog kan Odegard er de zenuwen van krijgen, hij zei echt het gaat wel tegen Bob Dylan zelf. Daarop zweeg Dylan, gooide zijn peuk op de grond, drukte die uit met zijn schoen. Toen zei hij: het gaat wel? Nou, het is wel goed, maar waarom spelen we het niet in A? Eerst zei Dylan niks, keek wat voor zich uit, het ergste viel te vrezen. Maar ineens zei hij: okee, laten we het in A spelen. En dat gebeurde.

En zo kwam dus de plaat Blood on the Tracks tot stand, een van de beste Dylan-platen. Op de plaat die ik in mijn bezit heb, staan andere muzikanten vermeld, er was geen tijd meer om de hoes te veranderen. Maar de begeleiders waren in werkelijkheid Kevin Odegard, Chris Weber, Gregg Inhofer, Billy Peterson en Billy Berg, jongens uit Minneapolis die niet wisten wat ze overkwam. Dit verhaal staat niet in de recente twee biografieën van Clinton Heylin en Howard Sounes omdat niemand het tot nu toe kent. Kevin Odegard schreef het op in het maartnummer van een maandblad uit Minneapolis. Hij vond dat het maar eens verteld moest worden, ja, en geld hadden ze er ook voor gekregen. Jammer dat ze niet meer op de hoes konden.