Reeds de titel Slachtoffers en overlevenden wijst op een benadering hoofdzakelijk vanuit beschikbaar geschreven materiaal, waavan de bibliografie overigens een indrukwekkende lijst geeft, zowel van publicaties in het Nederlands als in het Engels en Duits, in totaal ongeveer vierhonderd. De titel suggereert echter dat er een verschil is tussen de joodse ‘slachtoffers’, dat wil zeggen de omgekomenen, en de overlevenden. In werkelijkheid is steeds meer het besef gegroeid dat ook onder de overlevenden veel slachtoffers zijn.
Verder concentreert zich de aandacht in de discussie de laatste tijd niet meer zozeer op de mate van verantwoordelijkheid van de Joodsche Raad voor de massadeportatie van de joden, waaraan Moore zeer veel aandacht schenkt, als op de naoorlogse opvang van de teruggekeerden uit de kampen en op de teruggave van joodse eigendommen. Aan dit laatste wijdt Moore slechts zes pagina’s.
Overigens hebben, in tegenstelling tot wat Hartmans schrijft, in vrijwel alle door nazi-Duitsland bezette landen en steden joodse raden bestaan.
Ten slotte ben ik het met Hartmans eens dat de Nederlandse vertaling, blijkbaar door een collectief van vertalers, vaak gebrekkig en soms zelfs onjuist is. Badhoevedorp, HENRIETTE BOAS