Bobbelbomen

De abstracte Marien Schouten imiteert de grilligheid van de natuur waardoor de realistische Ruysdael zich liet meeslepen als hij bomen schilderde.

Sinds ongeveer 1915, toen de eerste abstracte schilderijen gemaakt zijn, is het kunst maken van karakter veranderd. Maar stellen we ons eerst iets heel anders voor: Ruysdael begint aan een schilderij van een bosrijk landschap - van een mooie plek die hij daar ooit gezien heeft en getekend. In zijn atelier wordt nu, met behulp van die schetsen, de scenografie van dat landschap op het doek opgezet. In het ontwerp, terwijl het weloverwogen op gang komt, speelt een markante boom een belangrijke rol. Misschien zijn de tekeningen wel ontstaan omdat die boom er zo stevig en monumentaal stond. Maar nu hij aan de compositie van het schilderij werkt, begint de waarneming van de boom, zoals toen gezien, op de achtergrond te raken. De mise-en-scène van de compositie gaat een eigen leven leiden. De boom, bijvoorbeeld een oude knoestige eik, wordt almaar eigenaardiger van vorm. Dat is omdat zijn stugge grilligheid geheimzinnig is en meeslepend. Van Ruysdael zijn er ook schitterende etsen waarin hij zulke bomen van dichtbij tekent alsof hij ze portretteert - waarbij hij om de vorm expressief wonderlijk te maken die ook vertekent en overdrijft. Maar hoe vrijmoedig hij soms ook met vorm omging, hij moest wel binnen de context van het realisme blijven. Hij had geen andere keus. Als ik de rijkdom van zijn kunst zie, heb ik niet de indruk dat het realisme ooit een belemmering voor hem was. De verandering in de praktijk na 1915 was dat kunstenaars wel een keus hadden: ze konden het realisme verlaten en een abstract beeld maken dat, om zo te zeggen, op niets uit de natuur hoefde te lijken. Of dat dan meer vrijheid was, valt nog te bezien. In het werk van veel abstracte kunstenaars (vanaf Mondriaan en verder) is een opmerkelijke neiging tot strengheid te bespeuren - en tot beheerste controle van de vormgeving.
Die controle echter (vaak ook in samenhang met een geometrisch idioom) kan ook makkelijk tot een orthodoxie leiden. Daarvan was Marien Schouten zich steeds bewust. Zijn nieuwe werk, allemaal Zonder titel, laat ons het dilemma goed zien. In een aquarel, bijvoorbeeld, zien we vier banen - eerst recht naar beneden maar dan naar rechts licht uitwaaierend. Ongeveer halverwege worden ze, voor- en achterlangs, gekruist door horizontale banen. Banen is niet het juiste woord omdat het een strak ontwerp suggereert. De wat onzekere langwerpige vormen, in Schoutens typische grijze groen, zijn gemaakt door met een breed penseel met natte, dunne verf het papier maar heel licht te beroeren. Zo zakt de kleur weg in het papier. Omdat het papier door het vocht van de verf tegelijk ook gaat bobbelen, ontstaat in het groen dat vlekkerige effect dat onberekenbaar is. Door de zachte schakering in licht en donker groen doen deze vormen ook denken aan de glanzende en pulserende huid van Schoutens keramische beelden. Het principe van deze vormgeving is streng. Je kunt ook zien dat de operatie langzaam en voorzichtig is uitgevoerd - en ook onder een aandachtig waakzaam oog.
Maar ook dit: in deze manier van doen, denk ik, imiteert Schouten (aan de andere kant, zo te zeggen, van de abstractie) ook iets van de wonderbaarlijke grilligheid van de natuur waardoor Ruysdael zich liet meeslepen als hij bomen schilderde. Ook in de wandsculptuur Warped van Avery Preesman gaat het erom wat wezenlijk strak is gedacht toch vreemd onbestemd te laten lijken - door het houten geraamte van de kooi met hand en spatel met cement te bedekken. De stevige sporen van dat smeren en kneden zijn zichtbaar gebleven. Op zich is de ruwe, hoekige constructie van de kooi scheef maar overzichtelijk genoeg. Maar omdat door het opgebrachte cement de ribben onregelmatig dik geworden zijn, ontstaat er (ook door het brokkelige effect van het opvallende licht) toch precies wat de titel over het ding zegt: een vertrokken staketsel. Een vorm precies tussen strakheid en verdraaiing en dus raadselachtig onbestemd. Met die vlokkige, brokkelige huid ziet het ding er ook bedrieglijk licht uit. Je ziet: de abstracte kunst die zich naar het lijkt soms met moeite staande houdt en soms is doodverklaard, is nog springlevend - alsof ze na de orthodoxie van weleer opnieuw staat te beginnen. Een kunstenaar tekent eerst een mooi strak vierkant waarop niets valt aan te merken: perfect en verfijnd. De vraag is echter hoe je dat ding zo verdraait dat er toch een bloemige wolk uit groeit. Bij wijze van spreken dan.