Bodar bekeert

De in dit blad al eerder gesignaleerde comeback van de rooms-katholieke kerk in de Nederlanden zet zich door. Afgelopen weekeinde werd het Amsterdamse televisiepubliek verblijd met een talkshow van de jezuïtische dissidente prediker Antoine Bodar op de lokale zender AT5. Bodar kruiste in de eerste aflevering van Het hemels gerecht de degens met fulltime-godslasteraar Rudy Kousbroek en mythisch schrijver Oek de Jong. In het geval van Kousbroek had Bodar weinig in te brengen. Kousbroek, die de lezers van Gerard Reves meest recente werk, Het Boek van Violet en Dood, nog kennen als de immer tegen het non-existente opperwezen uitvarende Rudy Kleingeld, volstond met het declameren van verwensingen.

Bodar kwam niet verder dan enkele zalvende interrupties in de trant van ‘Maar waar blijft onze verbondenheid dan?’ In Oek de Jong trof hij meer van zijn gading. De Jong, net genezen van een tienjarig writer’s block, begon zonder enige noemenswaardige externe aandrang uit te weiden over allerlei esoterische sensaties. Bodar rook zijn kans. Binnen een mum van tijd was De Jong - het toonbeeld van de oudere gereformeerde jongere - klaargestoomd voor de Maria Hemelvaart. Bodar was een tevreden man. Volgende week zal hij weer twee schrijvers loslaten in zijn media-arena. Naar verluidt heeft Endemol al belangstelling getoond.
Een nog groter r.k. wonder speelt zich af in het Westfriese Hoorn. Een vijftiende-eeuws houten Mariabeeld dat geëxposeerd staat in het Westfries museum blijkt met een hogere lading te zijn bezield. Diverse wichelroedelopers hebben geconstateerd dat hun meters verwoed uitslaan zodra ze bij het beeld in de buurt komen. Ook tests met pendels en bio-censors waren positief. Er zijn er al diverse wonderbaarlijke genezingen opgetreden. De Studiekring Leycentra, die zich bezighoudt met onderzoek naar aardstralen, is er inmiddels van overtuigd dat het hier gaat om de lange tijd verdwenen gewaande Onze Lieve Vrouwe van Keins. In het gehucht Keins, niet ver van Schagen, spoelde in 1510 een Mariabeeld aan dat afkomstig zou zijn van het gezonken Portugese galjoen Ariadne, waar het als boegbeeld had gefungeerd. De Madonna werd in de kapel van Keins aanbeden totdat de woeste watergeus Taet Gerryts de kapel in het kader van de Beeldenstorm met de grond gelijk maakte. De grootvader van de huidige eigenaar vond het beeld eeuwen later in een sloot. Museumconservator Cees Bakker: 'Men neemt aan dat het beeld zijn wonderbaarlijke energie heeft gekregen doordat het lange tijd in een put is bewaard die op een zogeheten ley in de aarde lag. Hunebedden zouden die energie ook hebben. Mensen kunnen het hier nu zelf peilen met een wichelroede. Het loopt storm. Van alle kanten komen zieken en hulpbehoevenden. Een man komt hier elke dag omdat het helpt tegen zijn rugpijn.’
De Madonna van Keins is het derde Mariale wonder in korte tijd dat de Lage Landen overvalt. Eerder werden Mariaverschijningen gemeld in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. Daarnaast werd Mariazieneres Ida Peerdeman uit Amsterdam-Zuid verleden jaar bij haar begrafenis opeens geëerd met een pauselijke goedkeuring van haar Mariavisioenen uit begin jaren zestig. Het Katholiek Nederland Persbureau, een ultra-protestantse persorganisatie die de erfenis van de geuzen hoog wil houden, citeert in haar verleden week verschenen jaaroverzicht van 1996 zelfs schamper een medewerker van het Vaticaan die Amsterdam omschreef als 'in Mariaal opzicht de hoofdstad van de wereld’.