Economie

Bodemloze bouwput

Best lekker, zo’n crisis. Althans voor politici die van de mouwen opstropen en doorpakken houden. Recessiebestrijders dulden geen getalm.
Ton Heerts, Tweede-Kamerlid voor de PVDA, is zo’n aanpakker. Hij is oud-beroepsmilitair en oud-vakbondsbestuurder, dus van het type niet praten maar doen. De schep moet in de grond, vindt Heerts, en snel een beetje. Nieuwe wegen, nieuwe bouwprojecten, Nederland moet het veel doortastender ter hand nemen. ‘Het is zonde als er geld op de plank ligt en we de beschikbare mensen hebben om aan de slag te gaan, maar toch niet door kunnen’, vindt de PVDA’er. Door de recessie loopt de werkloosheid op. De overheid kan met snelle investeringen in infrastructuur en woningbouw die ellende wat verminderen.
Maar tussen droom en daad staan rijen vervelende burgers, met klachten over luchtvervuiling en geluidsoverlast. Of anders is er wel een milieubeweging die een geelgestipte grashagedis heeft gespot en de bouw laat stilleggen. Gek word je ervan als doortastende politicus.
Weg met die onruststokers, vindt Heerts. Misschien moeten we een wet invoeren tijdens de crisis die alle procedures uitschakelt, stelde hij deze week voor. ‘Er is zoveel geld mee gemoeid en we moeten mensen aan het werk zien te krijgen. Het is niet te voorkomen dat klagers dan even minder gehoord worden.’
Dat klinkt lekker daadkrachtig. En Heerts kon ook op veel bijval van andere Kamerleden rekenen. Maar verstandig is het niet. Als ooit het gezonde verstand van de klagende omwonenden en bezorgde burgers gehoord moest worden, dan wel nu. Zonder dat tegengeluid verdwijnt Nederland onder een laag asfalt en beton.
De lobby van de bouwbaronnen van Nederland draait overuren in Den Haag. Bouwend Nederland-voorzitter Elco Brinkman pleit voor kredieten, garantieregelingen en aftrekposten om de bouwbedrijven aan het werk te houden. ‘Het duurt naar mijn mening veel te lang voordat er concrete stappen worden gezet’, klaagde de voormalig CDA-leider onlangs. Om er dreigend aan toe te voegen: ‘En omdat het zo lang duurt om die tegenmaatregelen rond te krijgen, komen er nu steeds meer signalen dat de recessie dieper wordt en langer zal gaan duren.’
Nederland moet dus gaan bouwen om het bouwen. Nut en noodzaak verdwijnen even naar de achtergrond. Zo deden we het in de jaren dertig ook. Duizenden werklozen moesten voor een luizig loontje met schep en houten kruiwagen de Amsterdamse Bosbaan uitgraven. Leuk voor die handvol (welvarende) roeiers, maar verder behoorlijk nutteloos.
Paniekbouw leidt altijd tot verspilling. Nog een paar jaar recessie en Nederland staat vol met nutteloze bouwprojecten, met nieuwe wegen van niets naar nergens en met eenzame viaducten midden in de polder.
De Japanners gingen ons voor. De vele miljarden die dat land tijdens de recessie letterlijk in de bouwput gooide, in de hoop dat de economie weer tot leven kon worden gewekt, maakten de aannemers rijk, maar zadelden het land op met een enorme staatsschuld. Macro-economisch hielpen de projecten Japan van de regen in de drup.
Blijven nadenken dus, zeker in een recessie. Ook voor de overheid wordt het geld de komende jaren schaars. Nu alles investeren in beton en asfalt kan wel eens roekeloos blijken. Inspraak en beroep van de burger zijn de veiligheidsventielen van een bouwlustige overheid. Juist nu moeten alle Nederlanders mogen meedenken.
Bovendien, dat meedenken kost helemaal niet zoveel tijd. Vorig jaar verscheen er een onderzoek van een overheidscommissie onder leiding van Peter Elverding (voormalig topman van DSM) naar de besluitvorming rond grote projecten. Daaruit blijkt dat het vooral de bestuurders zelf zijn die voor oponthoud zorgen. De commissie schrijft: ‘Niet alleen zijn er veel bestuurders betrokken bij besluitvorming over infrastructuur en kost het moeite om samen tot een besluit te komen, maar ook blijkt het lastig om aan een eenmaal genomen besluit vast te houden.’ Andere conclusies: de betrokken ambtenaren zijn vaak niet competent. En er is vaak simpelweg te weinig geld.
De voorbereiding van de projecten wordt, kortom, gewoon slecht gemanaged. Daar zou de politiek eens iets aan moeten doen. Dan zien we daarna wel of wegsnijden van inspraak en burgerrechten echt nodig is.