Economie

Bodemloze Griekse put

De analisten van Barclays moeten op zoek naar een nieuw acroniem. De vijf Europese landen met de grootste begrotingsproblemen, Portugal, Italië, Ierland, Griekenland en Spanje, mogen bij de Britse bank niet langer als de PIIGS worden omschreven, zo blijkt uit een intern memo waar persbureau Reuters de hand op legde. Ook landen op de rand van het bankroet verdienen respect, vindt de leiding van Barclays. Dus uitschelden voor varkens mag niet - ook niet met een letter te veel.
Het zal de analisten niet veel moeite kosten om een nieuw woord te bedenken. GIPSI ligt voor de hand als nieuw acroniem voor de armoedzaaiers van Europa. Als dat al een belediging is, dan alleen voor de Roma. Want de GIPSI-landen zorgen voor heel wat meer problemen dan de Europese zigeuners traditioneel wordt aangewreven.
Vooral Griekenland maakt het bont. Tien jaar lang logen de Griekse politici over de omvang van het begrotingstekort en de staatsschuld. Het was door deze leugens dat Griekenland in 2001 de euro mocht invoeren. Toen de nieuwe Griekse premier George Papandreou eind vorig jaar bekendmaakte dat zijn voorgangers de zaak structureel hadden geflest, en het tekort op de begroting geen drie maar bijna dertien procent van het bruto binnenlands product bedroeg, leidde dat tot terechte woede in de Europese hoofdsteden.
Niet alleen vanwege de misleiding, maar ook omdat het Griekse tekort alle eurolanden raakt. Sinds de vlaag van openhartigheid van Papandreou ligt Griekenland onder vuur van de internationale kapitaalverschaffers. Die stellen de logische vraag of het land wel aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen. Alleen met harde bezuinigingen en hogere belastinginkomsten is de Griekse begroting in het gareel te krijgen. Maar bij het eerste gerucht van bezuinigingen gaan alle Griekse ambtenaren in staking. Vorige week legden zelfs de belastinginspecteurs het werk neer. De boeren blokkeerden wekenlang de grenswegen en eisten hogere subsidies. Logisch dat de buitenlandse geldschieters van Griekenland zich afvragen of ze nog meer geld in de bodemloze put moeten gooien. Tot nu toe heeft de Griekse regering nog genoeg kunnen lenen, maar men moet er wel een steeds hogere rente voor betalen. De kans dat de geldstroom binnenkort opdroogt en Griekenland niet meer aan zijn verplichtingen kan voldoen groeit met de dag.
Op zich zou de rest van Europa zo'n Grieks faillissement als een randverschijnsel kunnen afdoen. De Griekse economie is slechts goed voor 2,5 procent van de totale productie in het eurogebied. Het land grenst aan geen enkel ander euroland, en is ook in de Europese politiek een dwerg. Alleen de vice-president van de ECB, de Griek Lucas Papademos, zou in theorie een vuist kunnen maken. Maar hij staat bekend als onpartijdig en treedt bovendien nog voor de zomer af.
Griekenland is een klein, afgelegen, irrelevant euroland. Maar de buitenlandse geldverschaffers denken daar anders over. Die zien het land als wegbereider voor de rest van het eurogebied. Waar de Grieken gaan, volgen de Portugezen, de Spanjaarden, de Italianen, en misschien ook de Ieren. Eerst komt de G van GIPSI, dan volgt de rest. Uiteindelijk is dan ongeveer een derde van de economie van het eurogebied in financieringsnood. De euro zelf raakt besmet en ook redelijk solide eurolanden als Nederland en Duitsland worden getroffen. Terecht of niet terecht, als de financiële markten denken dat het zo gaat, dan moet Europa daar rekening mee houden. Griekenland is de eerste dominosteen, en de eurolanden hebben er alle belang bij om die overeind te houden.
Het onbeduidende Griekenland speelt zo onbedoeld een sleutelrol in de toekomst van Europa. Andere eurolanden zullen reeds nu hun kaarten op tafel moeten leggen: is het eurogebied alleen een monetaire unie, of toch ook een politieke unie?
Als Europa Griekenland redt met financiële steun of garanties zullen daar zekerheden tegenover moeten staan. De redders (lees: Duitsland en Frankrijk) zullen zeker willen weten dat de Grieken hun leven beteren en invloed eisen op de Griekse begroting. Het land zal soevereiniteit inleveren. Ongemerkt gaat de Europese eenwording dan een nieuwe fase in, waarbij het begrotingsbeleid niet langer een nationale zaak is. De politieke unie begint in Athene.
Of is dat een veel te optimistisch beeld? De financiële markten denken van wel, en gokken voorlopig juist op het mislukken van het Europese experiment.