Boeddhistisch ‘mededogen’ met de Rohingya

Bangkok – Weinig landen gaan zo meedogenloos om met bootvluchtelingen als Thailand met de Rohingya. De marine van het boeddhistische ‘Land van de Glimlach’ sleept schepen vol met honderden radeloze moslimmigranten uit buurland Myanmar terug naar open zee.

Pas sinds een paar dagen krijgen ze water en voedsel mee. ‘We willen ons houden aan internationale normen’, zei juntaleider Prayuth.

Het relatief rijke Thailand afficheert zich graag als leidend land in de regio en maakte vorige week goede sier als gastheer van een internationale conferentie over de Rohingya – de ruim een miljoen stateloze moslims in het noordwesten van het boeddhistische Myanmar en volgens de Verenigde Naties de meest onderdrukte minderheidsgroep ter wereld. Maar verder hoeven de duizenden in de Straat van Malakka ronddobberende vluchtelingen niet op de Thai te rekenen. Ze komen er niet in.

Premier Prayuth zei het op de nationale televisie weinig diplomatiek: ‘Zij die vinden dat we de Rohingya moeten helpen, nemen ze zelf maar in huis. Of ruil van plaats met ze. Kom op. Doe het snel. Mis de boot niet!’ De meeste Thai steunen hem, ook tegenstanders van de junta die anders altijd opkomen voor burgerrechten. ‘Myanmar moet het maar oplossen’, reageert een student politicologie. ‘Het is niet ons probleem. En weet je, het zijn moslims die zich, anders dan onze eigen moslims, niet aanpassen. Dat levert alleen maar ellende op.’

Thailand is niet verantwoordelijk voor de onderdrukking van de stateloze Rohingya in Myanmar. Maar de odyssee begon deze maand wel nadat de junta – onder zware economische druk van Europa – opeens vaart maakte met de aanpak van grootschalige mensenhandel.

Profiterende bestuurders en ambtenaren stonden decennialang ‘Rohingya-transporten’ toe over land: van Myanmar via Thailand naar moslimbuur Maleisië. Vlak voor het gedroomde toevluchtsland sloten de bendes mannen, vrouwen en kinderen op in junglekampen. Familie moest extra geld overmaken voor het laatste deel van de reis. En anders moesten de vluchtelingen dat transport zelf verdienen, vaak als slaaf op Thaise visserstrailers.

Ruim zestig kampen zijn leeg aangetroffen, op restanten na van zo’n tweehonderd door ziekte en honger overleden bewoners. De gewaarschuwde bendes zijn met hun menselijke handelswaar verdwenen. Verder de jungle in. Of de zee op, de nieuwe hopeloze vluchtroute van de Rohingya. Thailands eer is gered: het pakt dankzij de junta eindelijk de mensenhandel aan.