Sport

Boek

‘Ik ben meer een filmkijker dan een boekenlezer. De boeken die ik heb gelezen zijn op één hand te tellen’, zei Yuri van Gelder, topturner, specialist aan de ringen.
NEC-aanvoerder El-Akchaoui: ‘Ik houd niet zo van lezen. Eén boek is me echter wel bijgebleven en dat is De Kleine Prins. Dat vond ik echt een goed boek, het was het eerste boek dat ik van begin tot eind heb gelezen.’
Dat sporters niet lezen is niet erg, maar wel jammer: lezen is goed voor een mens.
Maar sporters wíllen best lezen. Ze weten alleen niet zo goed hoe te beginnen. Als we willen dat ze gaan lezen moeten we het serieus aanpakken. Ze de juiste boeken aanbieden. Of de nadruk iets anders leggen bij het vertellen over een boek, of een heel klein beetje smokkelen – alles voor de goede zaak, het hogere doel.
Wanneer je bijvoorbeeld zegt dat De bekentenissen van Zeno gaat over een Italiaanse wielrenner die zich schuldig voelt over zijn dopinggebruik en dat van zich af wil schrijven, dan begint een sporter in elk geval aan de roman en voordat hij zich ongeduldig gaat afvragen wanneer er nu eindelijk gewielrend gaat worden en niet meer zo veel gerookt, is hij al gegrepen en leest hij het boek in één adem uit. Dan heb je toch maar mooi Svevo erin weten te krijgen.
Het gaat erom hoe je het brengt. Voor de zich aan God, gebod noch andere metafysica storende voetbalsupporter presenteren we Mulisch’ De ontdekking van de Hema (‘met spreekkoren!’) Maar meestal voldoet een kleine nuancering om een boek interessant te maken voor een sporter.
Dan zeg je dat The Loneliness of the Long Distance Runner (Sillitoe) gaat over de eenzaamheid van de langeafstandsloper. Yuri van Gelder hapt toe als hij Lord of the Rings (Tolkien) voor zijn neus krijgt. Als je zegt dat De buitenvrouw (Zwagerman) gaat over de eerste vrouw in de geschiedenis die de buitenspelregel doorgrondde, willen alle voetballers het op hun nachtkastje.
Blauwe maandagen: fans van Chelsea (dat in het blauw speelt) moeten na een weekend vol drank en overwinningen weer aan het werk in de fabriek. Joris Ockeloen en het wachten (Brouwers) is een aangrijpend verhaal over een reservespeler van een handbalteam die in de dug-out hoopt dat hij mag invallen. De thriller De vorst (Machiavelli) speelt tijdens de winterstop.
Zes personages op zoek naar een auteur (Pirandello): waterpoloteam in de versukkeling heeft alle hoop gevestigd op een nieuwe coach. De Toverberg (Mann) verhaalt de opkomst en ondergang van de provincieclub FC Wageningen. Becketts Wachten op Godot is een keelsnoerende pageturner over de laatste minuten van een voetbalwedstrijd, die gewonnen lijkt te gaan worden door de thuisclub, want het is 1-0 maar bij 1-1 liggen ze eruit, dus snakken ze naar het eindsignaal van scheidsrechter Godot. Het uur van lood (Van Erkelens) is een psychologische roman over de wegsijpelende krachten aan het eind van de tweede verlenging, met strafschoppen in het vooruitzicht. À la recherche du temps perdu (Proust) beschrijft de ondergang van het ‘tijdrekken’ en vervolgens de verwarring die het hanteren van ‘zuivere speeltijd’ zaait binnen een gemeenschap. Het verdriet van België (Claus) handelt over de legendarische korfbalfinale op het WK in 1956 toen België twee seconden voor tijd moest capituleren voor Nederland.
Het is maar hoe je het brengt. De aanslag (Mulisch) gaat over een gemene tackle met gruwelijke gevolgen. Twee vrouwen (Mulisch) over een tennisdubbel. Karakter (Bordewijk): dat je altijd moet doorzetten. De kleine Johannes (Van Eeden) is een humoristisch sprookje dat zich afspeelt onder de douche in de kleedkamer na de wedstrijd. Een vlucht regenwulpen (’t Hart) is verplichte lectuur voor kleiduivenschieters. De heren van de thee (Haasse) gaat over een gifmoord in de rust. De tweeling (De Loo) is misschien stilistisch wat saai, maar toch leuk voor iedereen die in de huid wil kruipen van Willy en René van de Kerkhof. Lijmen/Het been (Elsschot) mystificeert de nasleep van een dubbele beenbreuk die niet goed werd gerepareerd. Eerst grijs dan wit dan blauw (De Moor) brengt de dilemma’s tot leven van een volleybalvereniging op zoek naar het definitieve tenue (ijzingwekkend spannend!). Nooit meer slapen (Hermans) is de autobiografie van een kleine voetbalcoach die op een dag in een belangrijke wedstrijd een verkeerde wissel toepaste en daarna door het hele volk werd uitgebraakt. Hij kwam nergens meer aan de bak. Zijn leven werd een martelgang. Wie dat niet wil lezen is geen echte sporter.