Karina van Dalen-Oskam en Marijke Mooijaart, Nieuw bijbels lexicon

Boek der boeken

Karina van Dalen-Oskam en Marijke Mooijaart

Nieuw bijbels lexicon

Bert Bakker, 445 blz., € 19,95

De belangstelling voor de bijbel loopt terug. Dat is tenminste de algemene in druk. Toch zijn er maar eventjes vijfhonderdduizend exemplaren van de Nieuwe bijbelvertaling verkocht, hoewel voornamelijk aan personen voor wie de bijbel al wat betekende. Voor de overigen verschijnt nu de derde druk van het Nieuw bijbels lexicon, toch ook een teken dat het met die teruggang wel mee valt.

Het Lexicon verklaart woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu. Die woorden zijn namen van zaken of personen uit de bijbel. Verklaren betekent bij de woorden antwoord geven op de vraag: wie was Goliat, Metusalem; of: wat is zuurdesem, manna, enzovoort, geïllus treerd met bijbelpassages waarin ze voorkomen en citaten uit hedendaagse Nederlandse bronnen, die een indrukwekkende lijst vormen, net als de lijst bijbel vertalingen trouwens.

Verrassend is het grote aantal uitdrukkingen dat aan de bijbel ontleend blijkt te zijn. Van «naar de Filistijnen gaan» vermoeden we dat wel, maar dat ook een uitdrukking als «door het oog van de naald kruipen» een letterlijke vertaling van een bijbelse metafoor is, dat is niet iedereen bekend. Was die naald trouwens niet de bijnaam van een klein poortje in Jeruzalem waar een kameel op zijn knieën door moest?

Ook «van de daken schreeuwen», «de dingen die komen gaan» en «de dood in de pot vinden» danken hun bestaan aan bijbel vertalingen, of beter nog aan het specifieke beleid dat de bijbelvertalers in het verleden voerden. Hun opzet was zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven, ook als dat betekende dat er ouderwetse woorden gebruikt moesten worden. Illustratief daar voor is de discussie die de Statenvertalers in 1637 voerden over het voornaamwoord waarmee God zou worden aangeduid. Argumenten voor het gebruik van du waren dat dat du niet meer in de levende taal functioneerde waar door het juist heel geschikt was om de exclusiviteit van God uit te drukken. De voorstanders verloren het pleit.

De praktijk zo dicht mogelijk bij de originele formuleringen te blijven heeft prachtige uitdrukkingen opgeleverd, die deel zijn gaan uitmaken van het Nederlandse idioom en dat zullen blijven ook al heeft de Nieuwe bijbelvertaling besloten ze te vervangen. Bekendste voorbeeld: ijdelheid der ijdelheden dat in de NBV geworden is: lucht en leegte, mooi hoor, maar het zal nooit de status verwerven van de klassieke frase. Dat bergen verzetten tot bergen verplaatsen werd, illustreert dat de moderne bijbelvertalers modern Nederlands wilden leveren en dat is per definitie tijdgebonden en zal dus over twintig jaar weer vervangen worden.

De Statenvertalers vermeden uit eerbied voor het Boek der Boeken (zie het Lexicon onder «boek») juist om alledaags en ge woon Nederlands te gebruiken. Liever ouderwets of, als dat niet kon, nieuw be dacht Nederlands, waar onder meer de uitdrukking tot een vrouw ingaan het gevolg van was. Die was in 1637 zo opmerkelijk nieuw en gewaagd dat de Statenvertalers er ter verklaring bij noteerden dat daarmee «heusschelick, ende eerbaerlick (wort) be diedt de byslapinge van man ende vrouwe» («waarmee op een nette en fatsoenlijke manier de bijslaap wordt bedoeld»). Deze uitdrukking is niet gangbaar geworden.

Nogal wat citaten, maar dus niet het vorige, blijken uit Playboy te komen, dat daarmee een van de bronnen voor het hedendaagse Nederlands is. En inderdaad, de bijbel is in veel opzichten ook een uiterst lichamelijk boek.