PRINTING ON DEMAND ALS TWEEDE LEVEN VOOR DE LITERAIRE ESSAYISTIEK

Boek op verzoek

De consument haalt op verzoek een exemplaar van een boek uit de printer wanneer hij dat wil. Is dat het paradijs, of de hel? De boekenbranche moet zich beraden op de dubbele revolutie die Printing On Demand teweegbrengt.

Medium hofland rancune

Van de vooral buiten Nederland beroemde informaticus Edsger Wybe Dijkstra (1930-2002) is de uitspraak: ‘Computer science is no more about computers than astronomy is about telescopes.’ Overeenkomstig die gedachte laat zich ook goed de stelling verdedigen dat de literaire cultuur over meer gaat dan louter over boeken. Om te beginnen is er de hele creatieve huishouding van de schrijver, met alle brieven, manuscripten, alle biografische lotgevallen en bijzonderheden, de interviews en optredens. Allemaal verschijnselen die tegenwoordig onmiskenbaar tot de literaire cultuur worden gerekend. Ze worden onderzocht en tentoongesteld en bepalen zelfs in belangrijke mate het beeld dat het publiek van een schrijver heeft. Vervolgens zijn er buiten het boek nog veel meer uitingsvormen te noemen waarin de creativiteit van een schrijver zich kan manifesteren: columns, recensies, artikelen en opiniestukken in kranten, essays, gedichten en verhalen in literaire tijdschriften, maar ook allerlei soorten stukken in glossy’s, op websites en in de vormloze wereld van de blogs. Dus inderdaad: de literaire cultuur gaat over veel meer dan over boeken.
Er is slechts, zoals dat retorisch heet, één klein probleem, en dat is dat het boek nog altijd de enige uitingsvorm voor literaire inhoud is waar een schrijver structureel (meestal weinig, maar soms veel) geld mee kan verdienen. Het boek is bovendien de locomotief die de hele trein van al die andere literaire bezigheden in beweging houdt. Als een literair auteur niet om de paar jaar een nieuw boek op de markt brengt, dan valt ook de rest van zijn literaire beroepspraktijk na een tijdje stil en kan die uitsluitend nog levend gehouden worden door subsidie of doordat de schrijver iets anders dan literatuur gaat voortbrengen, bijvoorbeeld journalistiek werk of – voor de enkeling – een persoonlijke mythologie à la Salinger of Reve. De wereld van de spoorwegen gaat over meer dan locomotieven, maar zonder die locomotieven wordt de hele infrastructuur van spoorlijnen, stations, emplacementen en dienstregelingen een zinloos systeem, doodstil en met onkruid overwoekerd. Een heerlijk decor voor mijmeringen over vroeger.
De drie werelden die tot dusver in vergelijkende zin voorbij zijn gekomen (computerwetenschap, astronomie en de spoorwegen) zijn geen statische verschijnselen. Integendeel, zij hebben zich elk op eigen wijze stormenderhand ontwikkeld en doen dat nog steeds. Daardoor gaan dit soort vergelijkingen nog manker dan vergelijkingen toch al gaan. Bovendien geldt ook voor de wereld van de literatuur dat die in onze tijd al even stormachtig verandert. En net als voor computers, telescopen en treinen geldt voor het boek dat de revoluties elkaar, sinds de uitvinding van de boekdrukkunst in de vijftiende eeuw, steeds sneller zijn opgevolgd. De vraag is hoe die technologische, economische en culturele veranderingen ingrijpen op de literatuur (dan heb ik het over de Literatuur met een grote L: het scheppend proza, de poëzie en het essay) en hoe de markt voor het literaire boek door die veranderingen is en zal worden beïnvloed.

Van schaalvergroting naar schaalverkleining
Tot dusverre was het gemeenschappelijke kenmerk van alle revoluties op het terrein van het boek dat de van oorsprong ambachtelijke en kleinschalige productiewijze stapsgewijs plaatsmaakte voor mechanische en zelfs industriële vervaardiging. Dat gold heel duidelijk voor de uitvinding van de boekdrukkunst zelf, maar ook voor de uitvinding van de regelzetmachines in de jaren zeventig van de negentiende eeuw, voor de paperbackrevolutie in de jaren twintig van de twintigste eeuw en voor de opkomst van het offsetdrukken in de jaren zeventig. Bij iedere voortschrijdende stap in dit mechaniseringsproces vielen de voortaan als inefficiënt en dus te kostbaar beschouwde vroegere technieken (loodzetsel, inbinden, boekdruk) als het ware terug in de handen van liefhebbers, hobbyisten en nostalgische bibliofielen. Hand in hand met deze technologische schaalvergroting ontwikkelde zich een steeds massalere markt voor boeken, compleet met de daarbij noodzakelijke infrastructuur voor verkoop, distributie en promotie. Onvermijdelijk hadden die twee ontwikkelingen – de techniek en de commercie – ook weer hun effect op de inhoudelijke ontwikkeling van het literaire boek. Zonder de regelzetmachines geen feuilletonliteratuur, zonder de paperbackrevolutie geen populaire detectives en zonder het offsetdrukken geen laaggeprijsde pocketbestsellers.
Maar nu, sinds nauwelijks vijf jaren, is er voor het eerst een dubbele revolutie in de wereld van het boek die zowel schaalvergrotend als schaalverkleinend uitwerkt. Schaalvergrotend is de revolutie van de digitalisering die via het in de jaren negentig opgekomen internet geen enkele beperking meer stelt aan de productie en verspreiding van beelden, teksten en geluiden. Voorwaar een paradijs voor de consument, die thuis alles ‘at the tip of his fingers’ en kosteloos tot zich kan nemen. Schaalverkleinend is de bijna gelijktijdige revolutie van het digitale drukken, waardoor boeken niet meer in een oplage hoeven te worden vervaardigd, maar op iedere plaats waar zich een printer bevindt in slechts enkele exemplaren kunnen worden uitgedraaid. Printing On Demand heet deze laatste revolutie en er is nog slechts één hobbel te nemen voordat de consument ook in dat opzicht in het ware boekenparadijs terechtkomt, en dat is een handzame machine voor het snijden en inbinden van een of enkele exemplaren van een geprint boek. De in de Verenigde Staten daarvoor ontworpen Espresso Book Machine (www.ondemandbooks.com) zou zo’n apparaat kunnen zijn, maar ook door bedrijven als Océ en Xerox wordt aan dergelijke apparaten gewerkt.
De vraag bij deze dubbele revolutie (van enerzijds totale toegankelijkheid en anderzijds productie in de kleinst mogelijke hoeveelheid) is dezelfde als waar in elk paradijs mee wordt geworsteld: wie zorgt er voor de waarde die de bron van hele systeem vormt? Met andere woorden: waar moeten auteurs, vertalers, agenten, uitgevers en boekverkopers van leven als internet het dominante verspreidingsplatform voor literaire teksten zou worden en als men zijn boeken eenvoudigweg uit de printer/binder zou kunnen halen? Dan lijkt het paradijs ineens een hel, waarin de literatuur de meest gesubsidieerde van alle kunsten zou worden en de subsidiërende overheid bepaalt welke auteurs voldoende kwaliteit hebben om als schrijver op kosten van de gemeenschap te mogen werken.

Een elektronisch depot
Het gangbare antwoord op het probleem dat schrijvers dankzij hun werk in hun levensonderhoud moeten kunnen voorzien heet, auteursrecht. Dat ‘systeem voor de verhandelbaarheid van creativiteit’ – zoals de Duitse rechtsgeleerde Wilhelm Nordemann het auteursrecht ooit definieerde – is echter, zoals ieder rechtssysteem, afhankelijk van zijn afdwingbaarheid. En zoals men nooit in alle kleine cafeetjes iedere sigaret kan verbieden, zo is het ook volstrekt onmogelijk om met alle schrijvers een royaltypercentage af te rekenen voor iedere download van hun werk op internet. Dat zou een politietoezicht van meer dan Chinese proporties vergen. Een niet geheel onrealistische oplossing, zeker in een relatief klein taalgebied als het Nederlandse, zou een vrij verregaande vorm van samenwerking en zelfregulering kunnen zijn, naar voorbeeld van de manier waarop thans in Nederland de fysieke boekendistributie is geregeld.
Het in 1871 door uitgevers en boekverkopers opgerichte Centraal Boekhuis kent sinds 1926 een zogeheten Centraal Depot, waarin op dit moment ongeveer tachtigduizend titels voorradig zijn. Via de meer dan vijftienhonderd verkooppunten van boeken in Nederland kunnen die titels uit het Centraal Depot worden besteld, zodat ze binnen uiterlijk twee dagen in de boekhandel zijn dan wel rechtstreeks aan de lezer worden thuisgestuurd. Dat depot van tachtigduizend titels kun je je in de toekomst in plaats van in fysieke exemplaren ook als een grote elektronische databank voorstellen, waarin ook grote aantallen niet meer leverbare, maar nog altijd waardevolle titels kunnen worden opgenomen. Op meerdere plaatsen in het land, en om te beginnen bij het Centraal Boekhuis in Culemborg zelf, zouden Espresso Book Machine-achtige print- en bindstations kunnen staan, waardoor boeken nauwelijks meer op voorraad hoeven te worden gehouden om toch overal gemakkelijk en snel verkrijgbaar te zijn.
Maar, zo zeggen sommigen, moet het boek nog wel op papier? Geven lezers van nu niet gewoon de voorkeur aan hun Kindle, hun Sony e-Reader of hun iLiad, waarop ze hun lectuur downloaden zonder ooit nog een papieren boek nodig te hebben? Voor boeken die op scholen of bij opleidingen worden gebruikt, voor vakliteratuur die snel veroudert, voor reislectuur onderweg in de trein of het vliegtuig, voor stapels publicaties die een mens snel wil kunnen beoordelen kan ik me die voorkeur voor elektronisch leesgerei nog wel voorstellen. Maar voor het puur literaire boek, voor bellettrie, voor essays of voor de uitgave van iemands verzamelde gedichten zou ik zelf in negen van de tien gevallen een boek verkiezen boven het raadplegen van een elektronische reader.

POD in de boekhandel
Maar wat er zij van mijn persoonlijke voorkeuren, gelukkig staat niets in de weg van het naast elkaar bestaan van verschillende leesmethoden. Alleen zullen, vanuit het perspectief van literaire schrijvers, de mogelijkheden om met hun werk geld te verdienen zeer uiteenlopen. Geld verdienen door op internet te publiceren lijkt illusoir; alle teksten en beelden die met internet in aanraking komen hebben de neiging om gratis te worden. Een grote, collectieve en gezaghebbende databank van opgemaakte teksten zou echter wel een bron van inkomsten kunnen vormen. De DBNL (Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren) vormt een voorbeeld van een dergelijk repository, van waaruit boeken kunnen worden gedownload en dus – zodra de techniek zo ver is – geprint en gebonden. Voor opname in een dergelijke tekstenbank dienen schrijvers wel degelijk toestemming te geven en daar zouden zij financiële eisen aan dienen te verbinden. Het sluitstuk zou zijn dat er een infrastructuur beschikbaar komt waarbij verkooppunten zoals boekhandels op hun website en in hun fysieke winkel prototypes van boeken kunnen tonen, als voorbeeldexemplaar van boeken die zij op bestelling voor de klant kunnen vervaardigen. Die distributie zou erin moeten voorzien dat bij vervaardiging van een exemplaar er een bedrag aan royalty voor de schrijver wordt bijgeschreven, zoals dat ook gebeurt bij uitleningen, fotokopieën of de vervaardiging van een luisterboek.
De roman als genre is zozeer een internationaal massa-product geworden dat ik niet zo snel zie dat het hier geschetste toekomstbeeld voor verhalend proza snel werkelijkheid zal worden. Ook voor de poëzie zie ik het niet gebeuren. Door zijn beknopte vorm en gezien het feit dat poëzie op de markt voor het literaire boek nu ook al geen commercieel been heeft om op te staan, verwacht ik dat gespecialiseerde websites, poëzie-communities en leeskringen goeddeels in de plaats zullen komen van wat eufemistisch ‘de markt voor dichtbundels’ wordt genoemd. Maar voor het grote gebied van het Nederlandstalige essay, inclusief biografieën, studies, memoires, literaire opstellen, et cetera lijkt mij de combinatie van een gezaghebbend, gespecialiseerd repository, met mogelijkheden van Printing On Demand-faciliteiten een uitstekende manier om enerzijds weg te blijven uit de bagger van miljarden internetpagina’s en anderzijds uit de beperkingen van een commerciële boekenmarkt die vooral gericht is op de grootste gemene deler van (internationale) publieksromans, paraliteraire actualiteitsboeken en heel veel human interest.

Een nieuwe POD-keten
De geschiedenis van het tuinieren, om Dijkstra nog eenmaal te parafraseren, gaat over meer dan schoffels en harken. Die geschiedenis gaat in essentie terug tot het verlangen om op een goedbeschouwd willekeurig stukje grond de verwildering tegen te gaan en daar een bepaalde orde te cultiveren, voor het mooi of voor het lekker. Vanuit diezelfde mentaliteit zou je met de schoffel en de hark van de Printing On Demand-techniek de wildernis van het grote internet te lijf moeten gaan, door eerst een stuk terrein af te bakenen (dat wil zeggen een repository op te bouwen), dat vervolgens te onderhouden en aan te vullen (door met toestemming van auteurs hun oude en nieuwe teksten daarin op te nemen) en ten slotte daar de vruchten van te oogsten (in de vorm van POD-edities) die aan het publiek kunnen worden verkocht. Zo zou een nieuwe POD-keten van het boek kunnen ontstaan, die vooral voor het essay een belangrijke culturele functie zou vervullen. Inzien van die digitale teksten, dat mag iedereen, al was het maar omdat je dat toch niet kunt tegengaan. Maar zonder te betalen daar gedrukte (geprinte) POD-boeken van maken, dat moet voorbehouden blijven aan de auteur of degene die dat met zijn toestemming doet. Dat laatste restje auteursrecht zullen we moeten vasthouden, omdat anders in het paradijs van het onafzienbare internet iedereen onder de boom der kennis op zijn rug gaat liggen niksdoen. Men moet het internet cultiveren.

Maarten Asscher is schrijver en directeur van Athenaeum Boekhandel, Amsterdam