Boekdrukkunst

We werden aan hem voorgesteld in de damestoiletten van een duur hotel in Frankfurt: de Britse uitgever die het hipste feestje van de Buchmesse-week heette te geven.

Hij droeg een lange jas en krullen tot zijn schouders. Hij omhelsde ons bij wijze van begroeting, begon omstandig uit te leggen hoe gigantisch druk het die avond zou zijn op zijn feest, hoe schaars de kaartjes waren, hoe moeilijk het zou worden nog iets voor ons te regelen – of iemand van ons toevallig een lijntje coke voor hem had.

Een paar uur later arriveerden we bij een drijvende schuur aan de Main. Niemand vroeg ons om een kaartje. Van binnen leek de schuur op de danscafés waar ik kwam als zestienjarige: veel hout, discoballen, gekleurde lampen, ongedefinieerde objecten aan de muren. Zwetend stond de Britse uitgever achter de draaitafel, zijn hoofd een tikje schuin zoals dj’s dat doen, zijn krullen in natte slierten over zijn schouders. Hij draaide de Rolling Stones en Soft Cell. Bij iedere nieuwe plaat begon zijn hoofd wilder heen en weer te bewegen, hij stak zijn wijsvinger in de lucht als hij een bekende zag, twee als het een heel bekende bekende was.

Het feestje dat zich daar in die schuur voltrok was objectief gezien hopeloos onhip. Wonderlijk genoeg leek niemand op de dansvloer zich daar wat van aan te trekken. Uitgevers, redacteuren, pr-meisjes, agenten, journalisten, stagiaires: allemaal dansten ze vele malen wilder dan de muziek toeliet. Uitgelaten lachend wierpen ze hun hoofden in hun nek, drinkend uit plastic bekers gin-tonic, hijsend aan geleende sigaretten.

‘Hij is een zoon van de achtste Graaf van Strafford’, schreeuwde iemand in mijn oor, wijzend naar de Britse uitgever, die zojuist Down Under van Men At Work op de draaitafel had gelegd. ‘… Kocht in de jaren negentig die uitgeverij op… briljant… bestsellers… bloedmooie vrouw ook, literair agente.’

Wie een hip feest denkt mee te maken, maakt een hip feest mee: als de mythe stevig genoeg is verankerd in een collectief bewustzijn kan geen realiteit daar tegenop.

Staand aan de rand van de dansvloer (ik weiger te dansen op Sweet Home Alabama – er zijn grenzen) denk ik aan het weefsel van verhalen dat zich de voorbije dagen in mijn hoofd heeft vastgezet.

Zes zetters deden er bijna twee jaar over om de volledige tekst gereed te maken

De uitgeefster die zich de eerste jaren dat ze als piepjonge uitgeefassistent de beurs bezocht zo verloren voelde dat ze het zichzelf toestond iedere middag een paar minuten te huilen op de wc. De redactrice die tijdens haar eerste Buchmesse zo weinig sliep dat ze op de laatste dag in slaap viel tijdens een gesprek met een gerenommeerde Duitse uitgever. De Frankfurtse taxichauffeur die Connie Palmen niet alleen herkende maar ook haar hele oeuvre had gelezen. Cees Nooteboom, die als eerste Nederlandse schrijver jarenlang de beurs bezocht, op eigen kosten, en zo veel mogelijk mee-at en meereisde met mensen die hun onkosten konden declareren. Cees Nooteboom, nu, die voor controverse zorgde door een interviewster van het podium te wuiven omdat hij haar vragen ongeschikt vond.

Op de dansvloer begint een Nederlandse schrijver tegen een mooie jonge redactrice aan te dansen. Een Vlaamse schrijver werpt zich ertussen. De twee schrijvers beginnen quasi-vriendschappelijk tegen elkaar aan te duwen, de redactrice glipt er tussenuit.

In 1445 vond Johannes Gutenberg met de drukpers de westerse boekdrukkunst uit. Gutenberg, die vlak bij Frankfurt woonde, drukte in eerste instantie vooral kleine teksten die op één vel papier pasten: aflaatbrieven voor gelovigen, astronomische tabellen, een kalender waarin werd opgeroepen tot een strijd tegen de Turken.

Een paar jaar later, met het geld van een aantal investeerders, begon hij aan een project van onmenselijke omvang: het drukken van de bijbel in het Latijn. Zo’n zestigduizend letters moesten in lood worden gegoten. Zes zetters deden er vervolgens bijna twee jaar over om de volledige tekst gereed te maken. Nog eens anderhalf jaar was nodig om de tekst met zes persen en twaalf drukkers op papier te krijgen. Het leverde uiteindelijk 180 exemplaren op – een revolutionair aantal, als je bedenkt dat een geoefende kopiist er destijds drie jaar over deed om een complete bijbel over te schrijven.

Frankfurt was vanaf dat moment tot de late zeventiende eeuw de centrale boekenbeursstad van Europa en werd dat opnieuw in 1949, bij de vorming van West-Duitsland.

Ruim vijfhonderd jaar geschiedenis draagt de beurs met zich mee. Op de dansvloer wordt aan die geschiedenis niet gedacht, en toch is iedere beweging ervan doordrongen.

Daarom maakt iedere slechte plaat die de dj op zijn draaitafel legt je weemoedig naar een tijd dat hij dit ook al deed, en dat de vrouwen hun hoofden lachend naar achter wierpen en mannen achter vrouwen aan zaten en zopen en rookten, precies zo, helemaal terug tot aan het begin, toen een zetter uit Mainz de eerste loden letters van het eerste gedrukte boek achter elkaar plaatste en aan een geschiedenis begon.