Boeken antihelden met een anticlimax

T. Coraghessan Boyle, Without a Hero. Uitgeverij Penguin/Granta, 238 blz., f33,95.
IJdele hoop en hopeloze illusies houden de personages in de verhalen en romans van T. Coraghessan Boyle gaande. Of ze nu op zoek zijn naar een vader (World’s End), naar de bron van de Niger (Water Music) of naar een gezond leven dat de dood kan uitstellen of zelfs uitschakelen (The Road to Welville). In hun zinloze ondernemingen willen Boyles scheppingen het onmogelijke bereiken, het onzichtbare aanschouwen en het onkenbare weten. Daarbij volgen ze hun instinct en onderscheiden ze zich nauwelijks van dieren. Niet toevallig heet een van Boyles verhalenbundels Descent of Man, een van Darwin overgenomen titel.

In zijn nieuwe bundel Without a Hero spreekt een doodnuchtere arts in het hilarische verhaal ‘Hopes Rise’ - over het uitsterven van kikkers en de verderfelijke rol van de mens daarin - de volgende woorden: 'Conflicten tussen de soorten, zo gaat het er in de wereld aan toe, zo is het altijd geweest. Uitsterven is natuurlijk, de loop der dingen: geen enkel soort kan erop hopen eeuwig te blijven. Zelfs de mens niet. Omstandigheden veranderen.’ En als de mens wil ingrijpen in de Natuur, zoals in het satirische verhaal over ontwikkelingshulp 'Top of the Food Chain’, wordt het biologisch evenwicht verstoord.
Jagers en opgejaagden in allerlei gedaanten bevolken Boyles vertellingen. Jagen is net zo natuurlijk als eten, drinken, poepen, boeren of neuken. Het staat met zoveel woorden in het openingsverhaal 'Big Game’, een vertelling over een steenrijke Amerikaan die voor zijn verveelde vrouw een paar zebra’s en een leeuw wil schieten in een speciaal voor dit soort aangelegenheden aangelegd safaripark in Californie. Jagers en opgejaagden verwisselen op cruciale momenten van rol, waarbij seksuele instincten doorslaggevend zijn. Het loopt slecht af met de jager in 'Big Game’, dat uiteraard een Hemingway-motto meekrijgt.
Boyles creaties zijn stuk voor stuk antihelden die tenondergaan tijdens een anticlimax. Idealen worden ontmaskerd als een vorm van geilheid, psychiaters maken hun patienten knettergek, lezers achtervolgen hun schrijversheld, man jaagt op vrouw, vrouw jaagt op man, man probeert aan zijn vrouw te ontsnappen. De verslavingen waaraan de mens lijdt, wel of niet tegen wil of dank, zijn uiteindelijk niet te bestrijden: drugs, idealisme, idolatrie, racisme, geldhonger en geilheid.
De toon van Boyles verhalen is ondanks alles licht (soms al te lichtvoetig), humoristisch, ironisch, meelevend. Het mededogen dat Boyle koestert voor zijn scheppingen maakt zijn verhalen en romans zo interessant. Een hautaine, superieure toon ontbreekt. De ironie en de humor dienen niet om een vrijblijvende afstand te scheppen. Boyle houdt echt van zijn graalzoekers vol overlevingsdrift, van zijn zwervers op zoek naar de bron van het leven, van zijn oplichters die aan het kortste eind trekken. De beste verhalen krijgen daardoor de allure van een demasque van menselijke pretenties.
Twee verhalen in Without a Hero springen eruit. 'The Fog Man’ roept de eenzame plattelandswereld op van een opgroeiende blanke jongen die ogenschijnlijk door zijn alcoholische vader en moeder aan zijn lot wordt overgelaten. Totdat er een zwart gezin in de buurt komt wonen, waarna de moeder zich ontpopt als een humane, principiele opvoedster. De jongen verraadt haar door mee te doen aan het uitstoten van het zwarte gezin, niet uit principe maar uit lafheid.
'Beat’ is een uiterst fel verhaal over, misschien wel tegen de lege wereld van de Beatniks-generatie. Eind 1958 lift de zeventienjarige Wallace Pinto van oostkust naar westkust om zijn On the Road-idool Jack Kerouac, die bij zijn moeder woont, te kunnen ontmoeten. In zijn huis komt hij het meisje tegen met wie hij niet lang daarna trouwt. Wat is er overgebleven van het zogenaamde Beat-idealisme? Kleinburgerlijke gezinsverplichtingen en de hypotheek. Wallace Pinto is niet meer Beat maar beaten: verslagen.