Gudmundsson vormt bosjes krullen

Boeken en bonbons

Een man staat voorover geleund, zo schuin dat hij lijkt om te vallen, maar zo kaarsrecht dat de houding volledig beheerst is. Tussen zijn voorhoofd en de muur is een stapeltje boeken geklemd. In mijn huis is een stapeltje boeken een stapeltje boeken. Maar tussen het voorhoofd van Gudmundsson en de muur ingeklemd, wordt het een harmonica van betekenis. Dragen de boeken de man of houdt de man de boeken op hun plaats? Het is allebei waar, en het toont de onzekere machtsverhouding tussen de mens en zijn onderzoek.

Het werk heet extension en is een voorbeeld van de situations die Sigurdur Gudmundsson vanaf begin jaren zeventig maakte. Het zijn fotowerken die de kunstenaar en zijn onderzoek weergeven. Er komen veel boeken in voor. De kunstenaar heeft zelf twee boeken geschreven, in het IJslands en jammer genoeg niet vertaald. Het eerste boek zal hoogstwaarschijnlijk ook nooit in een andere taal verschijnen, want volgens Gudmundsson is het een liefdesverklaring aan de IJslandse taal en om die reden per definitie onvertaalbaar.

In mountain uit 1980-82 heeft de kunstenaar zichzelf in een stapel gelegd. De stapeling doet denken aan hoe muurtjes van losse stenen worden opgebouwd zonder cement. Boven op een stapel grote brokken ligt een laag kleinere stenen, waarop Gudmundsson languit ligt, alsof hij dood is, en op zijn lichaam draagt hij de dingen die hem in leven hielden. Zijn onderlichaam, van de tenen tot de knieën, draagt een stapel schoenen, zijn maagstreek draagt broden en zijn boven lichaam draagt tot aan zijn hoofd boeken. Alle dingen – artefact en steen en lichaam – zijn hier gereduceerd tot een organische hoop

De kunstenaar laat zien dat hij maar een hoopje stof is te midden van de natuurlijke elementen, maar doet er alles aan om dit zo exact mogelijk te verbeelden.

De voorwerpen in de situations zijn zonder nostalgie. Elke stoeptegel had een andere stoeptegel kunnen zijn, elk boek een ander boek. De dingen krijgen de lading van zelfstandig naamwoorden, en de voorwerpen worden ingezet zoals een dichter de woorden ervoor gebruikt: boek, steen, tafel. Ik zou willen dat ik dat ook kon zeggen over de ‘bonbons’ die Gudmundsson neerzette in galerie Van Gelder. De bonbons zijn vreemd. De glanzende beelden, groot als kleine honden, staan kriskras op een lage stoep, die het midden houdt tussen een sokkel en een catwalk. Op verzoek kunnen r meer bonbons de catwalk op, en worden de bonbons volgens aanwijzingen van de kunstenaar gegroepeerd.

Er zijn rode, zwarte, gouden en zilveren bonbons. Ze hebben iets grotesks. Zo glimmend, zo volmaakt. Ik ken geen vrolijker, vetter, knipogender ding dan een bonbon. Zelfs het woord is stuitend opgewekt. De ironie druipt er vanaf. Of toch niet? Ze zijn met grote ernst gemaakt van onder meer gepolijst chroom, Chinees lakwerk, geslagen brons. Ik zie dat als dit een grap is hij met vakmanschap is verteld. Maar ik lach niet.

Zelf schreef Gudmundsson speciaal voor de tentoonstelling in een toevoeging aan de bonbons onder meer: ‘Could it have been something else? It can be anything. Do I love everything? Unfortunately not. But all things can be loved by different people at different times: enemies, devils, gods and chocolate candies.’ Misschien dat ik in een andere eeuw van de bonbons leer houden.

Uit een andere serie van Gudmundsson, in de voorzaal van Van Gelder, blijkt dat hij nog niet genoeg heeft van subtiliteit. Aan de muur hangen woorden, geschreven in porselein. Breekbaar en glad, wit en met een losse hand geschreven, zoals een wens of de naam van een jarige op een taart wordt geschreven met suiker. De nonchalante letters doen denken aan een werk uit 1971, ice-philosophy , een gedicht dat zowel beeld als verslag van een actie was. Gudmundsson nam elke dag een zin van ijs, gevormd naar een mal waar hij met de hand letters in schreef, mee naar de galerie om tentoon te stellen. Hij legde de ijsregels op de vloer en wachtte af hoe de zinnen zouden smelten en op welke manieren ze de omgeving zouden gaan beïnvloeden.

De regels die Gudmundsson bij Van Gelder aan de muur spijkerde, zullen niet smelten, maar ze zien er breekbaar uit. De inhoud lijkt met opzet oppervlakkig en is alles behalve breekbaar. Het zijn haast waarheden. Ze verlangen niets, stellen niet gerust, beloven niets en hebben niet de behoefte oorspronkelijk te zijn. De namen van de Beatles. Pianomerken. Drie maal ‘OK’ met een kruis erdoor. Harten, zoals ze in een boom worden gekerfd om een liefde te bestendigen. En in declaration of human rights: every one has the right to freedom of movement and residence within the borders of each state.

De woorden vormen een bosje krullen, en vormen een zin. Op het laatste woord aan de spijker na zijn de woorden onleesbaar. Je kunt met veel moeite de woorden lezen, onleesbaar gemaakt door de woorden die ervoor en erna komen. Enkele spijkers dragen in plaats van woorden eenvoudige tekeningen, zoals een berglandschap. Maar met vijf eenvoudige berglandschappen over elkaar is het al snel een wirwar van lijnen. Een hart blijkt in negenvoud zelfs amper te herkennen. Het is alsof Gudmundsson de tijd, en ons talent om te vergeten – noodzakelijk om het verstand te bewaren – een hak zet: hier wordt alles tegelijk gepresenteerd en de kijker krijgt een idee van hoe het eruit zou zien wanneer hij niets zou vergeten: binnen de redelijk overzichtelijke omheining van een zin levert dit al een verwoestende chaos op.

De regels zijn elke keer anders, bij elke beweging die je maakt, krullen de letters op een andere manier aan je begrip voorbij. Het werk is oneindig.

Gudmundsson kondigde zoiets al aan toen hij in 1973 apple, flower maakte. Op een tafel bedekt met een wit kleed legde hij een duimdikke komma tussen een appel en een bloempot. De appel, de komma en de bloempot zijn ongeveer even groot.

Sinds deze daad is de wereld een zin geworden, waarin alles en iedereen deel van een opsomming is, een bijzin of een regel die nog aanvulling behoeft. En er is niemand die de zin tot een einde kan brengen. Er is altijd de komma die om een vervolg vraagt.

Sigurdur Gudmundsson

NO NAMES t/m 16 mei

Galerie Van Gelder

Planciusstraat 9A

Amsterdam