In de roman De wand beschrijft de Oostenrijkse schrijver Marlen Haushofer het isolement van een vrouw in de Oostenrijkse bergen. Ze gaat daar een weekend logeren bij haar nicht in een jachthuis, maar na de eerste nacht beseft ze dat haar nicht en man niet zijn thuisgekomen uit het dorp in het dal. Ze gaat op onderzoek uit en wordt geconfronteerd met een ondoordringbare glazen wand die uit het niets is opgerezen en haar op zichzelf terugwerpt. In het gezelschap van een hond, een koe en een kat probeert ze te overleven. Het Boeken FM-panel bespreekt wat voor rol eenzaamheid en natuur spelen in dit boek. Hoe verhoudt de mens zich tot het dier? En is de hoofdpersonage eigenlijk wel echt eenzaam?