De collectie van Ets Haim

Boeken met baardhaar

Het hart van de collectie van Ets Haim in Amsterdam, ‘s werelds oudste nog functionerende joodse bibliotheek, is na langdurige omzwervingen weer thuis. Het herstel van honderden kostbare drukken en handschriften nadert zijn voltooiing.

Achter tafels in de kleine ronde bibliotheek Ets Haim in Amsterdam, zitten verschillende vrouwen zwijgzaam te passen en te meten met lapjes ongeverfd Japans papier, schaar en stijfselkwast. Voor hen staan bakjes oude en gewonde boeken. Een nogal tijdloos en rustgevend tafereel, ogenschijnlijk heel ver weg van het hedendaagse gejaag.

Maar dat is schijn. Eeuwenoude, gehavende boeken blijken in deze oudste nog functionerende joodse bibliotheek ter wereld deel uit te maken van een heus 21ste-eeuws productieproces. De exemplaren zijn afhankelijk van de soort schade verdeeld over bakken met de zakelijke mededeling «vijf minuten», «tien minuten» of «half uur». «De afspraak is: er mag niet geknuffeld worden», zegt conservator Elizabet Nijhoff Asser. «Er moet dus zo constructief mogelijk met het boek worden omgegaan. En zo efficiënt mogelijk met de tijd. Een half uur per boek is het maximum.»

Kapotte boeken worden via een barcode ingevoerd in de computer en verdeeld over negen categorieën, waaronder «restauratie», «nieuwe schutbladen» en «beschermvellen». Zwaargewond zijn die in de categorie «rode strook» (ofwel: constructie kapot). Sommige zijn ingezwachteld in een heus verbandje en bijeengehouden door spalkjes. Op een van de restauratietafels staat een bordje «Afwerkplek». «Er werken hier tenslotte alleen maar vrouwen», zegt Nijhoff Asser.

Dertig vrijwilligers, voornamelijk vrouwen, hebben in deeltijd zeven maanden lang aan de eerste hulp voor boeken gewerkt. Onder hen Petrina Reynolds, die zojuist een opleiding boekrestauratie heeft afgerond en via haar docent op het eerst-hulpproject werd gewezen. «Het was moeilijk om die kennis in het echt toe te passen. Vooral in het begin duurde dat veel langer dan een half uur. Iedereen moest het leren. Bovendien leest geen van de vrijwilligers Hebreeuws. »

De boeken, officieel uitgeroepen tot beschermd cultuurbezit, zien eruit als kneusjes. Of beter: als oudere dames aan wie nog te zien is dat ze vroeger schoonheden zijn geweest. Zeldzame, waardevolle exemplaren zijn erbij. De koningsbijbel, Biblia Regia, van de zestiende-eeuwse Antwerpse drukker Plantijn. Handschriften van Hugo de Groot uit 1616 over de vestiging van joden in de Republiek der Nederlanden. Een Amsterdamse hagada uit 1712, het gebedenboek dat bij de jaarlijkse eredienst met Pesach wordt gebruikt. In een hagada horen wijnvlekken. «Zonder vlekken, ten teken van intensief gebruik, zou het boek minder waardevol zijn. Wel goed om te weten voor je aan het opknappen begint.»

Deze harde kern van de in totaal dertigduizend gedrukte werken en vijfhonderd handschriften in Ets Haim (levensboom), werd eind jaren zeventig in langdurige bruikleen afgestaan aan de Joodse Nationale en Universiteitsbibliotheek in Jeruzalem. De reden was een praktische, vertelt bibliothecaris en collectiebeheerder Abraham Rosenberg. Slechte bewaarcondities en te weinig geld en personeel verhinderden dat de boeken goed konden worden beheerd. Zonder ingrijpen zouden ze onherroepelijk teloorgaan. «Ze werden daarom voor onbepaalde tijd uitgeleend. We waren bang dat ze in Amsterdam anders als cultureel erfgoed verloren zouden gaan.»

Een deel van die collectie had toen al een reis achter de rug. De Duitsers confisqueerden een gedeelte tijdens de Tweede Wereldoorlog. De boeken kwamen een jaar na de oorlog enigszins gehavend terug in Amsterdam om vervolgens, eind jaren zeventig, weer naar Israël te verhuizen.

Vorig jaar zomer keerden de ruim 3300 oude werken en handschriften vanuit Jeruzalem terug naar Ets Haim. «De handschriften en het zeldzaamste materiaal over onderwijs en culturele geschiedenis vormen het hart van de collectie», zegt Rosenberg. «Die was weg, net als de eenheid. Er was een gapend gat in het totaal.» Temeer, vindt hij, omdat de context van een verzameling heel bijzonder kan zijn. Portugees-Israëlitisch Seminarium Ets Haim was een onderwijsinstelling die tot doel had de leden te vormen tot lager, midden- en hoger kader. Sommige boeken vinden hier hun oorsprong. «Ze horen bij deze omgeving», zegt Rosenberg. «Van de leslokalen in de bijgebouwen bij de synagoge is door herhaaldelijke wijzigingen tot in de jaren dertig weliswaar weinig meer terug te vinden, maar de grote synagoge uit 1675 is grotendeels intact gebleven. Een collectie moet op één plek blijven, anders gaat er zo veel verloren.»

Toch was het «een lastige beslissing» om de boeken terug te halen. Rosenberg: «Ontzettend moeilijk om een besluit na twintig jaar te herzien. Op zeker moment oefende het ministerie van Onderwijs grote druk op ons uit: ‹Je bent beheerder van een onvervangbaar cultureel erfgoed, ga er achteraan!› De medewerking van een aantal instanties verzachtte wel iets.»

Jeruzalem heeft volgens Rosenberg zeer loyaal meegewerkt aan teruggave van de boekencollectie. Zijn echtgenote en zoon hebben daarbij wekenlang veel praktisch werk verricht. «Mijn zoon leest de taal waarin de boeken zijn geschreven en is vertrouwd met het oude boek. Mijn vrouw leest de taal ook en heeft grote administratieve ervaring. Normaal ben ik niet zo'n voorstander van dit soort familieondernemingen. Maar de menselijke factor en het vertrouwen waren bij dit project heel belangrijk.»

In Jeruzalem is de Amsterdamse bruikleencollectie «vrij druk» gebruikt. Zo druk dat sommige exemplaren totaal uit elkaar zijn gevallen, beduimeld, plakkerig en smoezelig. Een enkele keer wordt er een antieke baardhaar of een stenig stukje nagel tussen de pagina’s aangetroffen. Zo'n twintig procent van de werken is ten prooi gevallen aan verzuring, waardoor de pagina’s zo broos zijn dat ze bij aanraking afbrokkelen.

Bij het verlenen van eerste hulp, vertelt Rosenberg, was de achterliggende gedachte: oude boeken zijn museale stukken. «We wilden er alles aan doen om ze in de oude staat te houden. Uiterst arbeids- en kapitaalintensief. Elk boek heeft een geschiedenis. Sporen van die geschiedenis mogen niet worden uitgewist. Die mogen, integendeel, worden getoond. Misschien wel júist bij deze boeken. Noem het conserveringsethiek.»

De boeken weer «thuis» te hebben, was een heel bijzonder gevoel, zegt hij. «Er zit uniek materiaal bij, bijvoorbeeld van David Franco Mendes, achttiende-eeuws schrijver, dichter, kalligraaf, vertaler, tekenaar en historicus. Hij heeft rabbinaal-juridische werken geschreven, een meertalig woordenboek met scheepvaarttermen, libretti voor oratoria, Händel in het Hebreeuws vertaald en veel voor Ets Haim gedaan. Als zijn werken door je handen gaan, op die plek, komt hij weer tot leven. Wie begint trouwens eens aan een echte biografie over hem?»

Elizabet Nijhoff Asser, die de technische leiding heeft over het eerste-hulpproject, schreef destijds op eigen initiatief («ik vond het zonde om één boek te restaureren») een rapportje in de hoop dat ze anderen zou kunnen overhalen om de hele collectie onder handen te nemen. Het bleef lang stil. «Ik fietste vaak langs en dacht: hoe zou het zijn met de schimmels?»

Uiteindelijk riep Rosenberg haar hulp in voor het gefaseerde boeken-Deltaplan. De eerste fase betrof pure schoonmaak en inventarisatie van de schade. Een begeleidingscommissie met deskundigen van de Koninklijke Bibliotheek en het Instituut Collectie Nederland, de fine fleur op het gebied van boekenrestauratie, houdt toezicht op de werkzaamheden.

Nijhoff Asser vergelijkt het eerste-hulpproject met het pellen van een ui. «Je gaat van laag naar laag naar laag. Ongelooflijk boeiend. En ik blíjf maar enthousiast. Ik werk ook veel in de musicologie. Daar zijn boeken kaltgestellt, je mag er niet meer aankomen. Hier moeten het weer gebruiksvoorwerpen worden.» Niet voor niets heeft ze het computerveldje «niet hanteerbaar» verwijderd. «Als een boek niet hanteerbaar is, moet het worden schoongemaakt of gerestaureerd.»

Boeken die er ondanks de eerste hulp nog steeds slecht aan toe zijn, komen straks voor volledige restauratie in aanmerking. Daarvoor is een adoptieplan opgesteld; geïnteresseerden kunnen een of meer boeken «adopteren». De restauratie kost tussen de tweehonderd en vijfduizend gulden per exemplaar. Uitschieter is het bijbelboek Spreuken uit 1487, dat in zo'n deplorabele toestand verkeert dat de restauratie kan oplopen tot naar schatting vijftienduizend gulden.

Maar dan valt er voor geïnteresseerden straks ook iets bijzonders te zien. En vast te houden. Ets Haim gaat namelijk met zijn tijd mee. De bibliotheek gaat «het zeventiende-eeuwse ideaal van verzamelen, organiseren en beheren van universele kennis verenigen met de verworvenheden van het informatiemanagement van de 21ste eeuw». De EHBO-boeken en de rest van de omvangrijke collectie, waaronder het oudste handschrift (de Misjnee Tora van Moses Maimonides, Narbonne, 1282) en het oudste gedrukte boek (Commentaar op Spreuken der Vaderen, eveneens van Maimonides, Soncino, 1484-1485), worden opgenomen in een computercata logus. «Bewaren is belangrijk», zegt Rosenberg. «Maar waar het echt om is begonnen, is de boeken weer als gebruiksvoorwerp te laten functioneren.»