Jeugdboeken

Boeken met mooie prenten

Jantien Buisman, Kees en Keetje

Uitg. De Harmonie, 48 blz., ƒ22,70

Siska Goeminne en Yvonne Jagtenberg, Het hoofd van Marieke

Uitg. Hillen, 32 blz., ƒ28,50

Tijn Snoodijk, Getver! Alweer een boek!

Uitg. Zirkoon, 48 blz., ƒ26,45

Als recensent word je ongewild beroeps-pakjes-uitpakker. Geroutineerd worstel je je door lagen karton, bubbeltjesplastic en onoverwinnelijk plakband en checkt snel en zakelijk de inhoud. Toch kan het betere Sinterklaasgevoel zich nog van je meester maken: daar hield ik plotseling Kees en Keetje van Jantien Buisman in handen. Na twintig jaar is het herdrukt, een slagje groter gegroeid dan de oorspronkelijke mini-uitgave en verpakt in een vrolijk boerenbont-ruitje. De egels Kees en Keetje hoorden met de muizen Mijnheer van der Spek en Juffrouw Slenter, Wilhelmus Rat en Kootje Konijn bij de dieren die in de jaren zeventig de Ruige Berm bevolkten. Acht boekjes tekende en schreef Jantien Buisman over hen. De egeltjes zijn de enige overlevenden.

Dat komt waarschijnlijk vooral doordat hun wederwaardigheden zo van alle tijden, plaatsen en leeftijden zijn. Kees en Keetje zitten knus met taart en een (moppen) boek bij de schemerlamp en ze houden zoveel van elkaar «dat ze samen de afwas deden». De groeiende ergernis over smakken, slurpen en winden laten, zet de relatie dusdanig onder spanning dat de boedel verdeeld moet worden: hij de lamp, zij de kap; hij het schaakbord, zij de stukken; hij de stoffer, zij het blik. En wanneer ze elkaar tegenkomen «dan keken ze heel erg de andere kant op». Men begrijpt dat de wederzijdse incompleetheid van zo’n bestaan niet duren kan, zeker niet wanneer het tweetal elkaar tegen het lijf loopt: hij met patat, zij met appelmoes. Zelfs heel kleine lezers zullen het principe herkennen van ruzie en zoals ze het zelf zo mooi uitdrukken «weer vrienden maken». Maar het boekje biedt stof tot luch tige overdenking bij welke krakende of fris gelijmde relatie dan ook. En de inhoud is ook nog eens grappig verpakt; in zinnetjes waarin geen woord te veel staat en vertederende zwart-wittekeningetjes waarop je eindeloos kunt speuren naar de vele prettige details en Keetjes rode hoofddoek.

Jantien Buisman maakt een bescheiden soort prentenboek, dat niet per se mee hoeft in de veelkleurige internationale vaart der volkeren. De laatste jaren nemen de hiermee verwante uitgaven van Nederlandse makelij toe. Ik denk aan de prentvertellingen van Patsy Backx en Jaap de Vries, aan het werk van Catharina Valckx, Janneke Derwig, Barbara de Wolf en gedeeltelijk aan dat van Jan Jutte.

Qua eenvoud past ook het handschrift van Yvonne Jagtenberg hierbij. Samen met Siska Goeminne maakte ze Het hoofd van Marieke. Het bevat niet zozeer een verhaaltje als wel een in taal en beelden mooi uitgewerkt wijs ge rig idee. Op simpele wijze cirkelt dat rondom de vraag wat denken is. Mariekes hoofd heeft niet alleen een buitenkant met vel erop, maar ook een binnenkant van bot en daar weer binnenin zitten gedachten. Jagtenberg geeft op een kinderlijke manier mooi vorm aan de ongrijpbare ingewikkeldheid van het thema, alsof ze er met de kleurpotlodendoos gewoon maar een beetje op los krast. Zo fladderen haar quasi onhandige tekeningetjes over de bladzijden, precies als gedachten door een hoofd.

Tijn Snoodijk werkt als illustrator voor tijdschriften en weekbladen, onder andere voor de VPRO-gids. Met zijn eerste prentenboek ontpopt hij zich al in de titel als opgewekte dwarsligger: Getver! Alweer een boek! Oom Ben overhandigt de ik-figuur een boek voor zijn verjaardag en probeert hem bladzij na bladzij te overtuigen hoe goed en nuttig lezen wel kan zijn. Maar de jarige weet alle argumenten te pareren door uit te leggen waarom hij absoluut geen tijd heeft voor lezen. In al zijn bezigheden speelt het boek een rol, maar dan wel een heel andere dan oom in gedachten heeft. Met een staart en een lang touw wordt het boek een vlieger en met een schaar een hoop confetti. Je kunt er onder schuilen als het regent, vraatzuchtige tijgers mee op de kop slaan en door er letters uit te knippen plak je een mooie brief voor oma.

Snoodijk verbeeldt al deze ongekende mogelijkheden van het boek in sterke, cartoonachtige tekeningetjes, waarin hij knap actie en beweging weet te suggereren. Als Bruna reduceert hij mensen, dieren en dingen tot hun essentie, om ze vervolgens op details weer uit te vergroten. Het resultaat is een geestig en perfect uitgevoerd prentenboekje, met grafisch uitgebalanceerde pagina’s, waarop ook de handgeschreven tekstregels en de verspringende wijzers van de klok in mooie cadans mee bewegen.